Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Brokken Festival van hoogtepunt naar hoogtepunt

BROKKEN FESTIVAL. Corrie van Binsbergens Brokken Festival, Bimhuis Amsterdam, 27 december 2009
door: Rosa Groen


Hermine Deurloo op mondharmonica zit in het midden, om haar heen Kamal Hors op ud - Arabische luit - en gitariste Corrie van Binsbergen. De setting is klein, de stemming intiem. En toch luisteren de gasten in de overvolle zaal van het Bimhuis in gespannen afwachting op wat er komen gaat. Zes groepen op twee locaties in het Amsterdamse Bimhuis maken de tweede editie van het Brokken Festival tot een vrolijk en volwassen succes.

Tijdens deze tweede editie speelden zeer uiteenlopende groepen, van flamencozangeres Curra Suárez met gitarist Yorgos Valiris, de Zappa-coverband Stinkfoot met de BrokkenFabriek, tot het cellokwintet van Ernst Reijseger. Corrie van Binsbergen trad zelf aan met Deurloo en Hors.

Het idee van Corrie van Binsbergens Brokken Festival ontstond naar aanleiding van de Brokkenmiddagen en deze kwamen weer voort uit het tienjarig bestaan van Stichting Brokken in 2006. Het feestje daarvoor met alle muzikanten die in de loop der jaren met de stichting te maken hadden gehad, was zo geslaagd dat het maandelijks herhaald moest worden. Sinds vorig jaar wordt het seizoen afgesloten met de hoogtepunten tijdens het Brokken Festival in het Bimhuis.

Sinds begin 2008 is bovendien de BrokkenFabriek actief, een pool van jonge muzikanten die maandelijks wisselt van samenstelling en muzikaal leider. Aan het eind van de maand treedt de groep op in Zaal 100 in Amsterdam, waar muzikale ontmoetingen plaatsvinden tussen allerlei genres in het kader van een middag die ‘Brood en Spelen’ heet.

Met het Brokken Festival wordt niet alleen de BrokkenFabriek feestelijk afgesloten, maar kan ook worden genoten van de hoogtepunten uit 2009. Dat was deze zondag een nog groter succes dan vorig jaar. Het was drukker, de bands maakten uiteenlopender muziek en de keuken van het Bimhuis verzorgde tapas.

De jonge band Stinkfoot onder leiding van Darius Timmer swingde enorm. Het was een bonte verschijning van creatieve muzikanten die met humor muziek maakten, behoorlijk strak speelden en er ook nog uitzagen als kleurrijke jarentachtig-types.

Stinkfoot werd gevolgd door het trio Deurloo/Hors/Van Binsbergen. Met de cadans van de ud op de achtergrond speelden Van Binsbergen en mondharmonicaspeelster Deurloo een melodielijn. Van Binsbergen hanteerde niet haar Steinberger, maar een elektrische gitaar met een lage D-snaar. Even later nam ze haar eigen gitaar weer ter hand, toen ook Hors zijn ud inwisselde voor een oude Flintstonesachtige gitaar, de guenbri. Lange improvisatielijnen van Deurloo kregen soms een kort antwoord van Van Binsbergen, waarbij de muziek vervormde tot een virtuoze schermutseling tussen beide.

Een volgend hoogtepunt was Ernst Reijseger en zijn cellokwintet met Saartje van Camp, Eduard van Regteren Altena, Bonno Lange en Jörg Brinkmann. Een ronkend gezelschap waarin twee-, drie- en vijfstemmige zang, percussie, strijkgeweld en indringend ritmische lijnen elkaar afwisselden. ,,In uw hunkering naar informatie hebben wij ons huiswerk weer gedaan”, stelde Reijseger na een snelle opsomming van de nummers die nog kwamen en al waren geweest.

Een stuk begon met gehoest, ‘hoehoehoe’ en ‘hahaha’, dat uitmondde in het zagen van Reijseger op zijn cello. Zo luid dat de rest harder meespeelde en het leek of de muziek ten koste van de instrumenten werd gemaakt. Het cellokwintet speelde lyrisch, in Reijsegers spel klonken atonale elementen bijzonder goed en mocht er chromatisch omhoog worden gesoleerd. Alles was even sereen, tot de vijf er dwars doorheen schreeuwden.

Een heel eigen geluid heeft de groep Paavo, speciaal voor de middag uit Zweden overgekomen. De jonge band werd geleid door zangeres Sofia Jernberg en Cecilia Persson op piano. De piano klonk vindingrijk en virtuoos, de zangeres zong speels en hoog, haast hinnikend achter de microfoon op het podium. Soms deed ze dat samen met de saxofoons van Alberto Pinton en Thomas Backman.

Binnen de zevenkoppige band werden soms duo’s of trio’s gevormd, wat bleek te werken. De groep experimenteerde met teksten en melodieën op een lichtvoetige en humoristische manier. Zo kwamen teksten als ‘I can cut down trees with a needle and catch a bullet with one hand’ uit de mond van Jernberg, of ‘Crawling backwards like a crab’. De band slaagde erin fragmentarisch te spelen en tegelijk heel dicht bij elkaar te blijven.

Uiteindelijk speelden in het Bimcafé gitarist Anton Goudsmit, zanger Arthur Ebeling en een plotseling opduikende contrabassist. In het café van Zaal 100 traden ze afgelopen jaar op zonder bas, wat beter scheen te klinken omdat er meer ruimte was voor de twee. Maar de muziek van Goudsmit en Ebeling blijft verrassen, expressief en inventief als de muzikanten zelf. Het bluesachtige trio sloot op de achtergrond van vrolijk drinkend en etend publiek een mooie middag en avond af.


© Jazzenzo 2010