Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Mathias Eick geboren vertolker van beeldrijke melodie├źn

CONCERTRECENSIE. Mathias Eick Sextet, North Sea Jazz Club Amsterdam, 21 februari 2015
beeld: Ron Beenen
door: David Cohen

“Enorm leuk om hier te zijn! Ik ben blij om te zien dat u genoeg gegeten hebt, dat voelt altijd goed.” Inderdaad waren de toeschouwers in de North Sea Jazz Club net klaar met dineren, toen het sextet van Mathias Eick het openingsnummer inzette. De trompettist zou de hele avond een vriendelijke en humoristische gastheer blijken voor zijn Amsterdamse publiek.

  
Het sextet van trompettist Mathias Eick op het podium van de North Sea Jazz Club. 

Zijn bezoek aan de hoofdstad vond plaats in het kader van ‘Midwest.’ Het nieuwe album van de Noorse trompettist, die de North Sea Jazz Club in 2013 voor het laatst aandeed, verbeeldt de reis van Noorse emigranten naar de Amerikaanse staat Dakota in 1870. Een dergelijk groots thema past bij de emotionele stijl van Mathias Eick: zowel zijn fluwelen geluid als de technische vaardigheid waarmee hij zijn instrument bespeelt maken hem tot een geboren vertolker van zangerige, beeldrijke melodieën. 

Speciaal voor dit album verbond de trompettist zich met Håkon Aase, wiens vioolspel een belangrijke bijdrage levert aan het Noorse geluid van ‘Midwest’. Nu eens bestond hun interpretatie van het melodisch materiaal uit meerstemmig samenspel, dan weer verdeelden ze de thema’s in hoofd- en tegenmelodieën. Vooral op het weidse ‘At Sea’ mengde Aases viool prachtig met de klank van Eicks trompet.

Slagwerkers
Niet alleen die combinatie van instrumenten leverde op het podium van de North Sea Jazz Club een bijzonder beeld op, maar ook de twee drumkits aan de rechterzijde. Slagwerkers Torstein Lofthus en Olaf Olsen voorzagen de band met hun goed gestroomlijnde samenspel van een stevig totaalgeluid, maar lieten zich niet tot onnodig machtsvertoon verleiden. Alleen op het tweede nummer, ‘Midwest’, werd de formatie door Olsens te luide trommelspel uit evenwicht gebracht.

  
Het vioolspel van Håkon Aase leverde een belangrijke bijdrage aan het Noorse geluid van ‘Midwest’.

Op ‘Lost’ was de aansluiting bij Rune Neergards virtuoze basgitaarspel en Erlen Slettevolls harmonieën weer beter. Daaropvolgend in ‘Oslo’, bereikte de band zelfs een bruisend hoogtepunt. Toen Eick op deze ode aan de Noorse hoofdstad aan beide slagwerkers de ruimte gaf om samen een drumduet op te bouwen, wisten Olsen en Lofthus zich met een indrukwekkende techniek, een gezond gevoel voor spektakel en een zicht- èn hoorbaar speelplezier van deze taak te kwijten. 

Toch bleef ook bij dit concert grotendeels melodie de kracht waar het werk van Mathias Eick op drijft. Prachtige lijnen waren vooral op de stukken ‘Scala’ en ‘November’ te horen, en de funkgroove op ‘Williamsburg’ sloot feilloos op Eicks thema aan. Mede door de manier waarop de trompettist zijn melodieën gewoonlijk speelt, met een zachte aanzet, veel gevoel en een haast fluisterend geluid, liggen de thema’s goed in het gehoor, maar hebben ze ook onderling veel gemeen.

Eentonigheid wil dan op de loer liggen, en bij dit concert had de bandleider in de tweede helft wel erg weinig variatie aangebracht. Maar de algehele uitvoering was erg geslaagd, en wie op het werk van de trompettist gesteld is en zich graag laat bekoren door het idioom van de Scandinavische lyriek, komt van een concert van Mathias Eick niet snel teleurgesteld thuis.


© Jazzenzo 2010