Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

The Whammies – Play the music of Steve Lacy Vol. 3 Live

CD-RECENSIE

The Whammies – Play the music of Steve Lacy Vol. 3 Live
bezetting: Jorrit Dijkstra altsaxofoon en lyricon; Pandelis Karayorgis piano; Jeb Bishop trombone; Mary Oliver viool en altviool; Jason Roebke contrabas; Han Bennink drums
opgenomen: live in Cinema Lux, Padova, Italië op 14 maart 2014
uitgebracht: 2014
label: Driff Records
aantal stukken: 8
tijdsduur: 59:45
website: jorritdijkstra.com - driffrecords.bandcamp.com
door: Armand van Wijck


The Whammies speelden op hun voorgaande album al een sterk staaltje avant-garde, maar dit derde deel is daarvan een overtreffende trap. Live opgenomen tijdens een concert in Padova, Italië, voeren ze repertoire van Steve Lacy met finesse uit.

De internationale groep, met aan het voortouw de Nederlanders Jorrit Dijkstra en Han Bennink, gaat op dezelfde voet verder als met de vorige twee albums: hun interpretatie van het werk van de in 2004 overleden sopraansaxofonist Steve Lacy. 

Naast bekendere composities van Lacy zoals ‘Revolutionary Suicide’ en ‘Papa's Midnite Hop’, speelden The Whammies tijdens hun tour ook werken die Lacy nog nooit had opgenomen en zelfs eentje dat Lacy nooit had afgemaakt. Een mogelijk risico dat goed heeft uitgepakt. Want ook de onbekende stukken klinken als Lacy: melodieus, minimalistisch en emotioneel geladen. Vaak zijn het thema's met korte, stevige statements die veel worden herhaald. De stukken zijn doorspekt met invloeden van Thelonious Monk, wat niet gek is, aangezien Monk rolmodel stond voor het latere werk van Lacy. ‘Papa's Midnite Hop’ bijvoorbeeld heeft wel wat weg van ‘Well You Needn't’.

Er is vooruitgang geboekt door de groep, die vooral merkbaar is in de collectieve improvisaties. Zo wordt er – in tegenstelling tot het vorige album – zuiniger omgesprongen met tegenmelodieën, waardoor er minder ruis is en de luisteraar de aandacht makkelijker kan richten en vasthouden. Er zit ook wat meer structuur in de uitvoeringen, met duidelijke overgangen en bijvoorbeeld Dijkstra die helder improviseert met wat meer bebop-idioom dan voorheen.

Daarnaast vormen de muzikanten regelmatig spontane duo's: bijvoorbeeld trombone en contrabas die ineens besluiten om samen te gaan improviseren. Deze spontaniteit geeft de stukken meer diepgang en zorgt voor aangename verrassingen en afwisseling. De live-opname brengt nog een extra dimensie. Het is op een aantal plekken hoorbaar dat enkele bandleden onaangekondigd een bruggetje bouwen om zo een nieuw stuk in te zetten. Gelukkig is hier niet in geknipt voor de cd-productie.

Een van de hoogtepunten is het stuk ‘The Kiss’, waarbij het musiceren in duo's helemaal tot zijn recht komt. Dit begint met een voorzichtig aftastende dialoog tussen viool en lyricon, een analoge windsynthesizer uit de jaren zeventig. Hoge fluittonen vliegen zachtjes om de oren en zorgen voor een mysterieuze sfeer. Alles eindigt in een gezamenlijke improvisatie en sluit af met een unisono thema van wederom viool en lyricon. The Whammies vervagen op deze manier de grenzen tussen spontane en gearrangeerde compositie.

Ze zijn gegroeid en nog meer naar elkaar toe gaan spelen. Dat is over de gehele cd merkbaar. Nu is het hopen dat ze samen nog een lange tijd doorgaan, want The Whammies zijn fantastische vertolkers van het werk van Steve Lacy.


Zie ook: 



The Whammies - Sublimation (to Sun Ra)


© Jazzenzo 2010