Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

‘Muziek is een spel met een onbestemde factor’

INTERVIEW
door: Maud Mentink









Ronald Snijders: ‘De kunst die vandaag wordt gepresenteerd is
die van gisteren’. Foto © Rob Brakel.



Wie zich verdiept in de muzikale loopbaan van begenadigd fluitist en componist Ronald Snijders (63) kan maar één conclusie trekken: we hebben hier niet te maken met een fluitist of een musicus, maar met een alles-kunstenaar. Want naast zijn muzikale loopbaan van alweer bijna 45 jaar mag Snijders graag een boek schrijven, studeren, dichten en filosoferen. Indrukwekkend is zijn muzikaliteit, zelfkennis en gedachtegoed.  

Afgelopen winter presenteerde Snijders zijn nieuwe album in de North Sea Jazz Club in Amsterdam. Het album ‘Made for Music’ is met 382 nummers, gebundeld op twintig cd's, een omvangrijk muzikaal portret geworden. De opnames lopen van 1968 tot en met 2013 en elke losse cd heeft een eigen thema. Dat varieert van wereldjazz tot Caribische en Braziliaanse duetten. Van klassieke suites tot een concert met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw in Paradiso. Van funk tot klassieke symfonieën. Van composities speciaal voor de funky basgitaar tot Surinaamse kasekomuziek. 

Uit het project spreekt een ongekende bezieling voor de muziek en haar vele verschijningsvormen. In Delft vertelt Ronald Snijders op een mooie zomerdag over het nieuwe album, zijn carrière en bespreken we de actuele muziek- en wereldproblematiek. “Of dwalen we nu af?” vraagt de musicus met regelmaat.

Paramaribo
Van 1986 tot en met 1991 studeerde Snijders Musicologie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij uiteindelijk afstudeerde als etnomusicoloog op de Afro-Surinaamse kasekomuziek. Zijn brede muzikale achtergrond dankt hij aan zijn geboorteland Suriname en het gezin waarin hij opgroeide, in Paramaribo. Zijn vader, fluitist Eddy Snijders (1923-1990), was beroepsmusicus bij de militaire kapel. Om die reden startte Ronald Snijders al op de leeftijd van zeven jaar met het spelen van de blokfluit. Op zijn dertiende koos hij definitief voor de dwarsfluit en was hij al snel op radio en tv te horen. Hij leerde thuis en bij vrienden over de westerse klassieke muziek, jazz, Surinaamse- en Braziliaanse muziek. Vanaf zijn zestiende speelde hij ook gitaar, saxofoon, piano en percussie.











Ronald Snijders met de 20 cd's van de cd-box 'Made for Music'. Foto © Hilly Ong Alok.


In 1970 verhuisde Snijders van Paramaribo naar Nederland. Naar Delft om precies te zijn. Waar hij zich inschreef voor een studie Civiele Techniek aan de Technische Universiteit. “Mijn moeder vond het beter dat ik geen zelfstandig musicus werd, want daar zou ik niet van kunnen leven”, vertelt Snijders. In 1971 kreeg hij de kans het nummer ‘Summertime’ mee te spelen met het jazztrio van drummer Max Bolleman in café Staminee, aan de Beestenmarkt in Delft. 

Dat pakte zo goed uit dat zij kort daarna samen een kwartet vormden onder de naam Suite 4. In 1973 maakte Snijders kennis met jazzpromotor Anita Schoonhoven die hem weer introduceerde bij de pers en warm maakte mee te doen aan het NOS Jazzconcours in Laren. Het winnen van de persprijs aldaar was het officiële startschot voor zijn muzikale carrière. Hij brak zijn studie Civiele Techniek in de eindfase ervan af in 1975.

Rauw op dak
Geïntroduceerd als jazzmusicus viel het de journalisten en programmeurs van die tijd rauw op hun dak toen Snijders in 1974 de band Black Straight Music oprichtte. Funk was een nieuw genre dat niet werd gewaardeerd door de pers en ook niet door het Bimhuis te Amsterdam. Zijn vader liep in zijn loopbaan tegen eenzelfde soort verzet op. 

Vader Eddy werd beroepsmusicus tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de muziek westers georiënteerd was. Hij  bracht de jaren daarna voorzichtig de Surinaamse volksmuziek onder de aandacht. Hij stuitte daarbij in het begin op weerstand van zijn landgenoten. Toch deed hem dat niet besluiten een andere weg in te slaan. Uiteindelijk maakte hij tal van composities, werd hij dirigent van de door hem opgerichte politiekapel en reviseerde in 1959 het Surinaamse volkslied.











Ronald Snijders in 1977 met zijn eerste LP. 
Foto © Delftse Post.


Kon Ronald Snijders lering trekken uit de weerstand die ook zijn vader had meegemaakt in Suriname? “Ik heb mijn vader zich daar nooit over zien opwinden. Hij stond boven de muzikale grenzen. Mijn vader is, ook in die zin, altijd mijn grootste inspiratiebron gebleven. Ook ik kon me er niet enorm druk over maken. Verrast was ik wel met de confrontatie dat kunstenaars niet altijd worden begrepen. Je bent aan het onderzoeken, scheppen en uiteindelijk vernieuwen. En precies waar je zou verwachten dat het begrepen wordt, werd deze nieuwe richting afgekeurd. In die tijd was men gewend aan de piep-jan-knormuziek, de moeilijkere muziek, en alleen díe werd geprogrammeerd. Het was opvallend dat de vernieuwers op een zeker moment weer vernieuwing belemmerden door een verouderd gedachtegoed.”

Kunstbeleid
Heeft dat zijn kijk op het kunstbeleid veranderd? “Ik ben het beleid toen beter gaan begrijpen. Het is overgeorganiseerd. Er is hier bijna geen plek meer voor spontane acties en daarmee vernieuwing. Doordat alles ver van te voren wordt gepland, subsidies op tijd moeten worden aangevraagd, lopen we feitelijk twee jaar achter. De kunst die vandaag wordt gepresenteerd is eigenlijk van gisteren. En ik vind dat kunst snel veroudert!” Op de vraag of hij dat spijtig vindt haalt hij zijn schouders op: “Ik ben musicus, maar ook ondernemer. Dus pas ik me aan.”

“Vernieuwing is overigens een raar ding”, vervolgt Snijders. “Weet je hoe het werkt? Het brein werkt met bewuste en onbewuste patronen. Als het patroon bekend is dan valt het op een gegeven moment weg of horen we het niet meer. Zoals het omgevingsgeluid hier, van de mensen om ons heen. Een vernieuwing geeft een signaal. Stel je voor dat iedereen opeens stopt met praten. We zullen om ons heen kijken om te zien wat er aan de hand is. Hetzelfde gebeurt in de muziek. Neem bijvoorbeeld drummer Han Bennink die met een vishengel en erwten aan de haal ging in De Korenbeurs hier in Delft. Dat kun je ook niet blijven herhalen. Maar het gaf toen wel een signaal!”

Ziet hij voor zichzelf een rol weggelegd als vernieuwer? “Vernieuwing ontstaat niet alleen door het creëren van muziek. Het ontstaat pas wanneer de muziek gehoord wordt en het is afhankelijk van de betekenis die er aan wordt gegeven. Ik probeer wel nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten”, legt Snijders uit. 











Ronald Snijders met zijn 'extended' Band in 1996 in het Bimhuis. Foto © Jean van Lingen.



“Neem bijvoorbeeld de Hollandse volksmuziek mee naar een dorp in Azië. Daar kan het een andere betekenis krijgen. Dat kan ook een heel goed moment zijn om de muziek daadwerkelijk te veranderen, omdat zij daar al anders wordt ervaren. Ik heb twee verschillende bands wel eens in dezelfde ruimte gezet en gezegd dat ik wilde dat ze precies hetzelfde zouden spelen als normaal. De ene band speelde funk en de ander Surinaamse kawina. Uiteindelijk ontstaat er chemie en op een natuurlijke wijze ontstaat er iets nieuws. Ik kan je uit ervaring vertellen dat dit altijd werkt.”

Onderzoeker
Toch voelt Snijders zich niet perse een vernieuwer. Maar wel een onderzoeker, legt hij uit. “Daarom vind ik de uitdrukking ‘muziek spelen’ ook zo mooi. Muziek is een spel met een onbestemde factor. Uit ervaring heb ik geleerd dat het brein vanzelf componeert. Het brein produceert en ik hoef het alleen maar te onderzoeken, aan te voelen en er naar te luisteren.”

Snijders kijkt met een goed gevoel terug naar de jaren zeventig. “De belangrijkste taak als mens is van jezelf leren houden en jezelf te ontdekken. Dat is wat ik toen heb gedaan. Mijn biologische klok is stil blijven staan toen ik 26 of 27 jaar oud was. Ik weet ook nog zo goed dat ik op mijn fiets mijn eerste wereldjazzalbum ‘Natural Sources’ ging distribueren in Amsterdam. Vanaf dát moment ben ik altijd de drijvende kracht van creativiteit blijven ervaren.”

In de jaren die daar op volgden bracht hij met de Ronald Snijders Band meer dan twintig lp’s en cd’s uit, waaronder drie cd’s met Surinaamse kinderliedjes. Hij speelde met grote musici als Willem Breuker, Boy Edgar en Theo Loevendie. Hij gebruikte zijn kennis over de muziekstijlen uit zijn jeugd om zelf een meer divers oeuvre op te bouwen. Voeg er Caribische-, Indiase-, Anglo-Amerikaanse muziek en funk aan toe en dan kom je in de buurt. In 2001 werd hij geridderd in de Orde van de Oranje-Nassau en in de Orde van de Gele Ster van Suriname voor het verbinden van culturen met zijn muziek.











‘Het technisch niveau van jonge musici is indrukwekkend’. 
Foto © Thomas Huisman.



We praten over de nieuwe generatie jazzmusici en bij de vraag welke ontwikkeling hij ziet in de sector, kijkt Snijders bedenkelijk en kiest zijn woorden zorgvuldig. “Het technisch niveau van de jonge musici is indrukwekkend. Toch slaat de overheid dat niveau door de bezuinigingen wel kapot. Er zijn minder mogelijkheden zich verder te ontwikkelen, te onderzoeken. Ik mis dus ook de eigen creativiteit onder de jonge musici. Er is duidelijk één soort muziek omarmd: Amerikaanse jazz met soms atonale elementen. Ik mis de invloed van de wereldmuziek. Ik denk dat niet altijd wordt beseft dat de Amerikaanse jazz veel wereldmuziek in zich heeft. Het is een onuitputtelijke bron die hier niet of nauwelijks wordt gebruikt.”

Helden
“Neem bijvoorbeeld mijn helden: Miles Davis, Joe Zawinul, Duke Ellington, Michael Jackson, Aretha Franklin en vele anderen. Vele van hen leven niet meer. Mijn hoofd is nog steeds in de jaren zeventig in Amerika. De wereld heeft nu iets anders nodig, maar vernieuwing blijft uit.”

Snijders heeft zijn nieuwe album ‘Made for Music’ in eigen beheer uitgebracht en verkoopt de boxen voor een bedrag onder de officiële marktwaarde. Hij legt uit dat het album geen commerciële doelstelling heeft. “Veel van de opnames op dit album zijn ontstaan uit aanvankelijk experimentele onderzoeken. De muziek klinkt zo goed dat ik het heel graag wilde delen. Dit is iets wat ik moest doen. Ik ben ontzettend blij dat ik het album heb neergezet.” 

Zijn manier van werken en zijn ondernemingsdrang zijn niet geheel zonder gevolgen. “Ik heb nu drie jaar onafgebroken aan ‘Made for Music’ gewerkt. En ik heb het ook bij vrienden gezien: je kunt je energie niet ongestraft helemaal opgebruiken. Dus nu ben ik aan rust toe. Ook financieel heb ik het nu niet breed. Maar dat is niet erg. Ik beschouw dit als een leuke periode van zuivering. Wist je dat zeventig tot tachtig procent van de wereldbevolking in armoede leeft? Wij zijn in de minderheid. En kijk ons nu, zitten we hier in deze mooie binnentuin, drinken we thee en eten we cheesecake. We hebben het nog steeds goed en kunnen gemakkelijk geld verdienen als we dat willen.’ 











‘Mijn hoofd is nog steeds in de jaren zeventig in Amerika’.
Foto © Alan Webster.


Bij het afronden van het gesprek komt de toekomst van Snijders ter sprake. Hij vertelt over zijn plannen een dvd-box met zijn muziekreizen uit te brengen. “Ik heb wel acht- tot negenhonderd  banden staan! En eigenlijk wil ik ook graag een autobiografie gaan schrijven. Ik merk namelijk dat ik veel dingen begin te vergeten. Ik vergeet graag. Daardoor kan ik veel componeren, maar voor een biografie is het toch wel handig.” 

Gedichten
Ook wil Snijders zijn gedichten graag publiceren in een bundel en tijdens onze wandeling door Delft licht hij al een tipje van de sluier op door te zeggen dat hij bezig is met de voorbereidingen voor een boek over deze stad. “Het wordt geen gewone stadsgids, maar een boek over mijn belevenis van de stad Delft en de bijzondere locaties, onder andere de plekken waar ik heb opgetreden.”

Muzikaal gezien zit Snijders ook niet stil. Hij heeft net een opname voor het nieuwe album van Njtam Rosie achter de rug en op initiatief van de producenten Niels Nieuborg en Jasper Cremers werkt Snijders al ruim een jaar aan het opnieuw uitbrengen van oud werk. Maar dit keer met een brede selectie internationaal gerenommeerde musici. Denk aan de Braziliaanse fusiongroep Azimuth, trompettist Avishai Cohen uit New York en de Cubaanse pianist Aruan Ortiz. Het album wordt in 2015 uitgebracht.

“Ach, ik wil het op zijn minst naar mijn zin hebben”, sluit Snijders af. Dat lijkt hem al meer dan 45 jaar behoorlijk goed af te gaan. Het is terug te horen op zijn laatste album. Zijn plan om het wat rustiger aan te doen lijkt wel wat tegenstrijdig met de veelheid aan projecten. Toch straalt Snijders alle rust uit die nodig is om het hier en nu volledig te kunnen beleven. “Ik kan morgen bedenken dat ik iets heel anders wil gaan doen. Die rust en vrijheid ervaar ik wel.”


© Jazzenzo 2010