Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Op reis met Threadgill en PĂ©rez

CONCERTRECENSIE. North Sea Jazz Festival, Ahoy, Rotterdam, 11 en 12 juli 2014
beeld: Thomas Huisman, Ron Beenen
door: Mischa Beckers

Hoe kies je een route door een uitgebreid programma als dat van het North Sea Jazz Festival? Richten op vooral die ene of enkele artiesten geeft de meeste rust. Veel willen zien betekent van hot naar her rennen en vaak halverwege ergens binnenvallen of vertrekken. Of, je richt je op een bepaald podium waar doorgaans de optredens een enigszins overeenkomstig karakter hebben.

  
Ambrose Akinmusire met de Paul Acket Award, publiekstrekker Stevie Wonder en Henry Threadgill’s Zooid op North Sea Jazz.

Zoals vrijdag in de Madeira. Winnaar van de North Sea Jazz-compositieopdracht Tony Roe bracht er de première van zijn programma ‘Art of the Eyebrow’. Roe zoekt manieren om met muziek, bewegend beeld en andere media interactief te improviseren. Bij ‘Art of the Eyebrow’ speelt hij zelf piano en treden verder aan Oene van Geel en Jeffrey Bruinsma op viool, cellist Jörg Brinkman en Joris Roelofs op basklarinet. Marcel Wierickx verzorgt de elektronica. 

Instructies
Dat houdt onder meer in dat er samples van gesprekken en instructies in de stukken verwerkt zijn. De muzikanten reageren daarbij op de ritmiek en frasering van de gesproken woorden. Enerzijds klinken dan strak repeterende motieven, anderzijds worden die nogal eens bot onderbroken door hoekige patronen. De klank van de basklarinet mengt hierbij mooi met die van de strijkers. Tegelijkertijd worden visuals getoond. Die maken ook deel uit van het improvisatiespel. 

Zo verschenen beelden van danser Kenzo Kusuda op het scherm waarna zich een spel ontspon waarin soms abrupte dansbewegingen synchroon liepen met reacties in de muziek. Inmiddels was Kusuda zelf ook op de podium verschenen om te interacteren met de muziek en beelden. Een eclectisch en fascinerend geheel. 

Na Roe trad Henry Threadgill’s Zooid aan. Ook in een wat bijzondere samenstelling. Threadgill speelde voornamelijk (dwars)fluit en in Zooid brengt hij verder gitaar, cello en drums samen naast trombone en tuba. Een muzikant die zich niet laat begrenzen door genres of speelstijlen. Zijn stukken bevatten elementen die door de herhaling en cirkelbewegingen een soort rustgevend effect hebben, maar daarentegen ook geconstrueerd zijn met bevreemdende noten en ritmes, zeker in de solo’s van met name hemzelf en de gitarist. Het zorgde voor een reis, maar wel een waar de spanningsboog steeds gespannen bleef. Heel intens. Een hoogtepunt. 

  
Tony Roe vervulde de compositieopdracht, met danser Kenzo Kusuda. Christian McBride met Christian Sands en Rodney Green. Trompettist Ambrose Akinmusire.

In de Madeira ontving Ambrose Akinmusire de Paul Acket Award. Een man van weinig woorden. Hij wilde zijn instrument laten spreken. En dat deed hij. Initieel ingetogen, waarbij zanger Theo Bleckmann zorgde voor de vocale inkleuring, maar gaandeweg liet hij zich meer gelden. Zijn instrumentcontrole en gebruik van dynamiek vielen daarbij op. Fluisterzacht of schetterend hard vertolkte hij helder de op het moment passende noten.

Robert Glasper
In de grote hallen, Nile en Maas, stonden doorgaans artiesten uit het wat meer populaire genre. In de Maas viel Robert Glasper op. Hij was er met zijn Experiment, het Metropole Orkest en de vocalisten Lalah Hathaway en Bilal. Het Robert Glasper experiment kan al een stevig geluid neerzetten, maar met het Metropole Orkest erbij werd het echt bombastisch. Overweldigend hoe blazers en strijkers de arrangementen uitstortten over die toch al stevige ondergrond. 

Het inspireerde Glaspers saxofonist Casey Benjamin tot extatische solo’s. Bassist Derrick Hodge leverde een belangrijke bijdrage aan het Robert Glasper Experiment, maar stond nu met zijn eigen band in Darling. Hij verenigt diverse (moderne) genres in zijn muziek en combineert jazz net zo goed met hiphop als folk. Vrijdag koos hij voor de stevigere variant met een fusionachtige invulling van beide keyboardspelers en solide harde baspatronen van hemzelf. 

Over bas gesproken. Daar viel ook een mooie lijn in te ontdekken. Van de funky baslijnen van Bootsy Collins en Henrik Linder van het erg populaire Zweedse Dirty Loops, via het exotische spel van Richard Bona en de zangerige solo’s van John Patitucci naar artist-in- residence Christian McBride. En die laatste trad elke dag van het festival met een andere samenstelling op. Zaterdag met zijn Big Band. Althans, met zijn ritmesectie en saxofonist Steve Wilson aangevuld met de crème de la crème van de nationale blazers. 

  
Richard Bona in oranjekleuren. Benny Golson in gesprek met Kirk Lightsey. Brian Blade drumde in de band van Danilo Peréz.

McBride speelde nummers van zijn album ‘The Good Feeling’ uit 2011, waarmee hij een Grammy won voor Best Large Jazz Ensemble Performance. Bij Bootsy Collins op vrijdag was er afgezien van the one niet veel chocola te maken van wat hij speelde – Collins en Michael Cobb speelden tegelijkertijd bas en het ongekende volume en sublaag zorgden voor een zompige brom – maar bij McBride was elke noot exact te horen. 

Wat een articulatie op die contrabas. Of hij nu sober – wat heet sober bij McBride, in feite sprankelt het altijd – begeleidt in het lage register of soleert, alles is helder en duidelijk. En hij soleerde veel. Soms op ongekende snelheid in het hoge register, maar de verhaallijn bleef altijd overeind. Natuurlijk gaf hij de bigbandleden gul de ruimte om te soleren. En die lieten zich van hun beste kant zien met de meester achter zich.

Tineke Postma
Eerder die dag trapte het Tineke Postma & Greg Osby Quintet af in de Hudson. Postma en Osby zochten al langer naar een manier om twee sopraan– en/of altsaxofoons in een band bijeen te laten klinken. Ze componeerden daarvoor een aantal stukken en selecteerden vervolgens pianist Matt Mitchell, bassiste Linda Oh en drummer Dan Weiss om ze op te nemen. Dat resulteerde in het album ‘Sonic Halo’. Op zich geen makkelijke muziek. De onderliggende ritmiek bijvoorbeeld is complex. Maar Oh en Weiss kunnen dat zo verpakken dat er altijd een groove aanwezig is. Mooie combinatie. 

Oh stond tussen Mitchell en Weiss in, stuurde soms en genoot van de momenten dat Weiss of Mitchell een inventieve invulling extra inbrachten. Postma en Osby, beiden met een enorme bagage aan mogelijkheden die ze ook daadwerkelijk tentoon spreidden, inspireerden elkaar duidelijk. Hun vertrekpunten, een melodie of thema, waren vaak gelijk, maar de weg die ze daarna bewandelden liep uiteen. 

  
Funky baslijnen van Bootsy Collins. Trompettist Ibrahim Maalouf. Feest met Charles Bradley, Sharon Jones en the Dap Kings.

Postma verkende hoe ze in lange lijnen, via razendsnelle opeenvolgende of ineengevlochten patronen, naar het eindpunt kon manoeuvreren. Met veel gevoel. Osby, zocht het wellicht wat meer in de ritmische variatie – wat is binnen een maat, maar ook over de maat heen mogelijk – en de harmonische grenzen. Stilstaan is geen optie voor Postma. Met dit kwintet ligt de nadruk iets minder op het lyrisch aspect en meer op de conceptuele kant. Met herkenbare elementen uit onder meer de M-base filosofie, hetgeen niet zo gek is in een samenwerking met Osby. Tineke Postma is op zoek naar continue ontwikkeling met haar eigen kwartet, met dit nieuwe kwintet, via samenwerking met Terri Lyne Carrington, Esperanza Spalding en Wayne Shorter. 

Danilo Peréz
En dat brengt ons op een ander concert in de Hudson namelijk dat van Danilo Pérez. Immers, met de mannen waar hij hier mee speelde, John Patitucci op basgitaar en Brian Blade op drums, maakte hij jarenlang deel uit van het Wayne Shorter Quartet. Pérez speelde natuurlijk met de allergrootsten, maar doet het op eigen kracht met dit Children of the Light Trio. Vanaf de eerste klanken neemt Pérez je mee op reis. Hij creëert een gevoel, het kan iets simpels zijn als kabbelende golfjes, en associeert daar vervolgens vrijelijk op los. Blade ondersteunt dat door alle onderdelen van zijn drumkit hiervoor subtiel in te zetten. Evenzo Patitucci. Bij hem geen doorlopende baslijnen, maar invullingen die meegaan in de associaties van Pérez. Hier en daar zwaar aangezet op de laagste snaren van zijn zessnarige bas en dan weer verrijkt met melodieuze solo’s in het hoge register. 

In de Congo liep de temperatuur inmiddels goed op. Pianist Tigran Hamasyan had daar ’s middags al donderende klanken laten horen. De muziek van zijn album ‘Shadow Theater’ bevat exotische elementen, maar ook zware grooves die doen denken aan zogeheten math metal: hoekig en complex, maar je hoofd gaat er automatisch van op en neer. Hij zet ze, ondersteund door een stevig bas– en gitaargeluid, dik aan en plaatst daar tegenover virtuoze pianoloopjes. Manu Katché en Richard Bona hadden het vuurtje verder opgestookt en toen Dirty Loops aantrad puilde de Congo aan alle kanten stevig uit. De stevige jazzfunk van deze Zweden bleek erg populair. 

  
Dr. Lonnie Smith. Het Metropole Orkest voerde werk uit van Quincy Jones. Trompettist Ibrahim Maalouf.

Ibrahim Maalouf is de status van aanstormend talent inmiddels ver ontgroeid en hij maakte de verwachtingen waar. Om het geluid van zijn recente album ‘Illusions’ te kunnen brengen nam hij drie extra blazers mee. Aanvankelijk speelde hij in die sectie mee in het eerste stuk. Daarna trad hij naar voren. Een bijzonder concert. Stevig door het harde drum – en basgeluid en de rockachtige gitaar van Francois Delporte. Hitsig door de schetterende arrangementen die de blazers daarover heen legden. En bijzonder, door de inbreng van Maalouf zelf. 

Klassiek
Als klassiek geschoolde trompettist weet hij hoe een toon moet worden opgebouwd. En in combinatie met het gebruik van kwarttonen – het verhaal is wel bekend, de extra ventiel op zijn trompet – en Oosterse toonladders creëerde hij fraaie solo’s. Maar Maalouf deed meer dan dat. Hij hield de boog gespannen door in de composities krachtige dialogen en vraag– en antwoordspellen tussen (delen) van de blazerssectie en zijn eigen partijen te stoppen. Mooi vuurwerk in de Congo. 

En toen moest die hele grote publiekstrekker nog beginnen: mister Stevie Wonder…


© Jazzenzo 2010