Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Terence Blanchard krijgt ondanks alles staande ovatie

CONCERTRECENSIE. Terence Blanchard Quintet, Bimhuis Amsterdam, 22 mei 2014
beeld: Ron Beenen
door David Cohen

Het was goed dat trompettist en componist Terence Blanchard een tijd op zich liet wachten, want een groot deel van het massaal op hem afgekomen publiek zat in het Bimhuiscafé nog aan het nagerecht. Toen de trompettist met zijn kwintet opkwam, knikte hij de zaal kort toe, waarop pianist Fabian Almazan een lang, statig intro inzette. 

  
Trompettist Terence Blanchard werd begeleid door slagwerker Kendrick Scott, tenorsaxofonist Brice Winston, contrabassist Joshua Crumbly (en pianist Fabian Almazon).

Blanchard stond naast de vleugel, ontspannen gehuld in spijkerbroek en sportschoenen, zijn trompet losjes in de linkerhand. Het daglicht was door de blauwverlichte luxaflex nog zichtbaar, maar Almazan wist met zijn langgerekte pianospel alle aandacht op de musici te richten.

Toen eenmaal ‘Jacob’s Ladder’, een stuk van Blanchards laatste album ‘Magnetic’, goed was opgebouwd, zette Bryce Winston een buitengewoon krachtig geblazen solo in. Geen noot werd gemist door de saxofonist, die in alle registers overtuigend klonk. Joshua Crumbly, die het nummer had geschreven, was echter op de contrabas niet de hele tijd een scherpe begeleider, evenmin als drummer Kendrick Scott, die bijzonder virtuoos slagwerk liet horen maar weinig speelde dat de saxofoonsolo van Winston ondersteunde. Diens spel leek er niet onder te lijden: met bezieling speelde hij een doeltreffende improvisatie waar de zaal luid voor applaudisseerde.

Gadegeslagen
De bandleider had ondertussen het eerste kwartier van het concert naast de vleugel gadegeslagen en zette pas na Winston en Fabian Almazan een solo in. Maar zijn ontspannen houding was daarbij al snel verdwenen: Blanchards melodielijnen waren nu eens hard, dan eens hoog, dan eens allebei en het oorverdovende trompetgeweld sleurde mee tot grote hoogten. 

Almazan bleek aan de toetsen een alert begeleider. Er werd toegewerkt naar een hoogtepunt, de trompettist blies in zijn uiterste register, de band volgde hem moeiteloos… en binnen een seconde was de formatie vanuit fortissimo zacht gaan spelen. Blanchard beëindigde zijn solo, maakte een lichte buiging voor het applaus vanuit de zaal en zette samen met Bryce Winston het thema weer in, om vervolgens nog meer bijval vanuit de zaal niet af te wachten en onmiddellijk het volgende nummer, ‘Saxo-Focus’, af te tellen.

  
Het Terence Blanchard Quintet op het podium van Bimhuis.

Winston was de hele avond in vorm. Zijn solo’s hadden energie en overtuigingskracht, hoewel hij de neiging had tijdens zijn slotfrasen al van de microfoon weg te lopen. De pit en trefzekerheid zaten ook in het virtuoze spel van bandleider Terence Blanchard, maar diens solo’s kenden erg weinig afwisseling  en waren niet altijd evenwichtig opgebouwd. Wat hoogtepunten moesten zijn, de hardste en hoogste delen van zijn improvisaties, kwamen onder andere door de gebrekkige begeleiding van de ritmesectie niet erg uit de verf.

Want hoewel de leden van de ritmesectie stuk voor stuk een fenomenale instrumentbeheersing bezaten, waarbij vooral drummer Kendrick Scott de nodige lof dient te krijgen, speelden ze voornamelijk voor zichzelf en niet met elkaar. Pianist Fabian Almazan was ook als solist niet erg sterk, want hij speelde erg lange improvisaties en wist ze niet telkens van een solide spanningsboog te voorzien. 

Onderbrekingen
De continue onderbrekingen die Joshua Crumbly in zijn baslijnen invoegde en het erg ondynamische slagwerk van Scott maakten het hem niet makkelijker. Hoewel af en toe schitterend geplaatste accenten of een enkele geslaagde dynamische overgang voor aangename rillingen op de rug zorgden, waren uiteindelijk de thema’s verantwoordelijk voor de mooiste momenten van de avond. Waar Blanchard in zijn solo’s met veel vuur en een schel geluid speelde, was zijn sound bij de hoofdmelodieën warm, rond en mengde het perfect met de saxofoon van Bryce Winston. 

Tot slot was het bewonderenswaardig met hoe weinig gesproken tekst de bandleider een band met de zaal tot stand wist te brengen. “We always love it at the Bimhouse, which is why I’m thankful to play here”, zei hij. Het publiek kon horen dat hij het meende. Het gebrekkige samenspel van de band had misschien niet weten te overtuigen, maar de vaart, de swing en de energie die de musici hadden laten horen was genoeg voor een staande ovatie.


© Jazzenzo 2010