Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Denderend eerbetoon aan grondlegger gipsyjazz in Nederland

CONCERTRECENSIE. International Gipsy Festival 2014: Hommage aan Waso Grünholz, 013 Tilburg, 20 mei ‘14
beeld: Gemma van der Heyden
door: Rinus van der Heijden

Nederland kent een vooraanstaand gipsyjazz-milieu. Een milieu dat bloeit en vooral groeit. De jonge aanwas is groot, het enthousiasme om het erfgoed van vooral Django Reinhardt uit te bouwen, navenant. Voor die specifieke aandacht voor een bijzondere jazzvorm tekende in dit land één persoon: Waso Grünholz. 

  
Vele gitaristen brachten in 013 een hommage aan Waso Grünholz, waaronder Tcha Limberger en Mozes Rosenberg.

Deze 76-jarige gitarist en componist maakt deel uit van de Sintigemeenschap in Nederland. Hij leidde talloze jonge Sinti op tot razendsnelle snarenplukker. Grünholz is echter óf uiterst verlegen, óf ten zeerste bescheiden. Want tijdens een eerbetoon, dat deel uitmaakt van het International Gipsy Festival 2014, was de oude meester niet aanwezig. Hij woont in het Brabantse Gerwen en verkoos lekker thuis in zijn woonwagen te blijven. 

Daar treurden zijn volgelingen geen moment over. De meerwaarde die Waso Grünholz aan hun leven had meegegeven hadden zij immers al op zak en kwamen zij deze avond in 013 - onbezoldigd - aan den volke tonen. Gipsymusici leven immers niet van geld, maar van muziek. Met gitaren, contrabassen, viool en sopraansaxofoon en met vooral plezier gaven de dertien musici de hommage aan Waso op een formibale en denderende wijze vorm. 

Zwaartepunt
Deze ode was een initiatief van het International Gipsy Festival, waarvan het zwaartepunt komend weekeinde zijn beslag krijgt. Voor de achttiende keer trekt dan in de tuin van de in Tilburg kantoorhoudende verzekeraar Interpolis twee dagen lang een bonte stoet gipsies voorbij, die hun muziek uit alle windstreken ten gehore brengen. Onder meer Balkanmuziek, jazz, folk, brass, flamenco, klezmer en Hongaarse volksmuziek uit de culturen van Sinti en Roma krijgen hun beslag. 

Het onderdeel ‘jazz’ werd in poppodium 013 uit de rijke muziekcultuur van de gipsies gelicht en als eerbetoon aan Waso Grünholz aan alle kanten bekeken en uitgewerkt. Het verhaal gaat, dat de jonge gipsyjazzgeneratie als kleine kinderen onder de woonwagen van Waso Grünholz lag, om later op hun eigen gitaar na te spelen wat ze hadden gehoord. Vrijwel allen kregen les van de grootmeester en dat wekt weinig verwondering als je weet dat de familiebanden als elektriciteitsdraden dooreen krioelen. Tijdens de ‘Hommage aan Waso Grünholz’ was het te voor en te na: de oom van, de grootoom van, de grootvader van, de zoon van, de zoon van de zoon van, de neef van en ga zo maar door. Een duidelijk voorbeeld van die familieverbintenis: Grünholz is de oom van Stochelo Rosenberg, lid van het beroemde Rosenberg Trio. 

  
Eddy Grünholz, Noah Schäfer en Fapy Lafertin.

Het Rosenberg Trio was uiteraard ook aanwezig. De vingervlugheid van Nonnie, Nou’sche en Stochelo Rosenberg is inmiddels spreekwoordelijk. Maar als de hommage aan Grünholz een wedstrijd was geweest, was het lang niet zeker dat de twee gitaristen en contrabassist de winnaar waren geworden. Of er nu wat oudere of heel jonge muzikanten op het podium aanschoven, de mond van het publiek blééf open hangen bij het aanhoren van de turbosnelheden die zij op hun snaren ontwikkelden. 

Dat de gipsyjazz schatplichting is aan de Afro-Amerikaanse muziek was met grote regelmaat te horen: ‘Tenderly’, ‘Smile’, ‘Avalon’ en ‘Someday You’ll Be Sorry’ (van Louis Armstrong) werden als een hoosbui van noten de  zaal ingesmeten. Maar ook eigen composities van de uitvoerders en uiteraard van Waso Grünholz kwamen voorbij. 

Professioneel
De gipsyjazzmusici zijn wel en geen professionele uitvoerders. Het Rosenberg Trio verdient (dik?) de kost met muziekmaken en heeft dan ook een beroepsmatige band met het publiek. Maar het merendeel van de musici communiceerde nogal schutterig met de aanwezigen. Uiterst charmant, dat dan weer wel.

Het twee uur durende concert werd afgesloten door alle dertien musici op het podium: het Rosenberg Trio, Fapy Lapertin, Paulus Schäfer, Tcha Limberger, Mozes Rosenberg, Feigeli Prisor, Noah Schäfer, Koen de Cauter, Eddy Grünholz, Chatte Grünholz en Romino Grünholz. Uit de zaal werd nog zanger Benno Schäfer gerecutreerd. Met zijn veertienen begonnen zij aan ‘Minor Swing’ van hun andere grote voorbeeld: Django Reinhardt. Een dubbele ode derhalve aan twee godfathers van de gipsyjazz.

Het International Gipsy Festival heeft vaste voet aan de grond gekregen in Tilburg. Al vele jaren. De maand mei wordt steeds meer benut om de rijke culturen van Sinti en Roma onder de aandacht te brengen. Buiten de twee festivaldagen om ook met educatieprojecten voor scholen, exposities en concerten op allerlei plekken in de stad. Het festival zelf programmeert allang niet meer uitsluitend grote namen. Albert Siebelink, directeur en programmeur, streeft ernaar om steeds nieuwe of onbekende bands te presenteren. Waarbij ook een lijn wordt getrokken naar joodse muziek. “Er is veel verwantschap tussen joden en gipsies”, zegt hij daarover. “Niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in de geschiedenis van deze bevolkingsgroepen. Die is bij beide vaak niet over rozen gegaan.”

Fanfare Ciocarlia
Het slot van het International Gipsy Festival 2014, zondagavond, laat alle ellende van joden en gipsies even achter zich. Want dan treedt Fanfare Ciocarlia aan. Een Balkanbrassband uit Roemenië die wél bekend is. Wie ooit een concert van het twaalfkoppige gezelschap meemaakte, zal zich zeker nog herinneren dat de Roemenen je als toehoorder als op een raketmotor de ruimte inschieten. Maar ze beelden ook weemoedig de geschiedenis van die worstelende en gelukkig steeds weer boven komende Sinti en Roma uit. Die uitersten leven in de boezem van Fanfare Ciocarlia én in die van organisator Albert Siebelink. Anders had hij nooit zo’n rijk festival kunnen laten ontspruiten. 


© Jazzenzo 2010