Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Groove leidt de weg in zoektocht naar balans

CONCERTRECENSIE. Avishai Cohen (trompet) & Triveni Trio, Rasa Utrecht, 13 februari 2014
beeld: Ron Beenen
door: Armand van Wijck

“One more time”, spreekt Avishai Cohen zijn ritmesectie aan die hij in alle rust een groove laat neerzetten tijdens het openingsnummer. Een zwaar, traag basloopje brengt het publiek langzaamaan in een trance. Dan klinken de eerste noten door de trompet: laid back, rustig, zwoel, met de volle aandacht voor klankkleur en intonatie.


Trompettist Avishai Cohen in het Utrechtse podium Rasa, met contrabassist Reinier Elizarde Ruano en slagwerker Nasheet Waits.

Het is de stijl waarvoor het publiek naar Utrecht kwam. Avant-garde jazz beïnvloed door Joodse wereldmuziek als klezmer en de muziek van de Sefardische Joden. Lyrisch, ritmisch en emotioneel geladen.

Drie-eenheid
En al tijdens het eerste nummer wordt duidelijk dat Cohen hier dan de bandleider mag zijn, maar dat er een drie-eenheid op het podium staat. Deze muzikanten kunnen niet zonder elkaar. Drummer Nasheet Waits zorgt voor de dynamische impuls en zet iedereen meteen op het verkeerde been door tussen zijn rechte spel door korte stukken swing te slaan in patronen van achtsten en zestienden. Contrabassist Reinier Elizarde Ruano is de absolute sfeermaker met zijn zware basgeluid, dat door merg en been gaat.

Het trompetgeschal van Cohen versterkt de groove, de subtiliteit en creëert de spanningsboog. Af en toe improviseert hij in kwartintervallen (de toonsafstand tussen de eerste twee noten van het Wilhelmus) waardoor het geheel een zwevend karakter krijgt. Hij is niet bang om vaak lange noten te blazen die over meer dan twee maatstrepen heen reizen, ontspannen achterover leunend, ogen gesloten en verzonken in zijn eigen verbeelding.


Avishai Cohen en zijn Triveni Trio.

Het is de strekking van de avond. De groove is overal leidend tijdens Cohens continue zoektocht naar balans in zijn improvisaties. Een concept dat slaagt dankzij het uitblinkende slagwerk van Waits, die tijdens het concert al zijn troefkaarten gebruikt. In een van de nummers, gewijd aan Ornette Coleman, verlegt Waits continu de accenten, maar geeft Cohen net genoeg tijd om er op in te spelen. Het gaat vervolgens van een open spel naar een gehalveerde vierkwartsmaat met accenten op de eerste en derde tel, om uiteindelijk te eindigen in een langzame ballade in swing. Verderop de avond zijn er nog uitstapjes naar rock en ook een aantal niet te plaatsen Afrikaanse ritmes passeren de revue.

Rust
Ruano schept tussendoor rust met zijn minimalistische en zware bassolo's, waarbij hij veel gebruikt maakt van motieven en toonladders uit de Sefardische muziek. Een enkele keer verwerkt hij hier knap een quote in uit een totaal andere muziekstijl, zoals een stukje uit het bluesnummer ‘Night Train’.

Na een staande ovatie volgt de kers op de taart. Met een zelf geschreven nummer opgedragen aan de moeder van Cohen, eindigt het trio zoals het begon: met een zwaar, traag basloopje in Sefardische sferen. En terwijl Waits de accenten nog maar eens verlegt, blaast Cohen beheerst en minimalistisch met een Miles-Davisachtige improvisatie de laatste noten van de avond weg.


© Jazzenzo 2010