Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Van onopgeloste spanning tot helemaal zen

CONCERTRECENSIE. Ab Baars Solo, Bimhuis Amsterdam, 26 januari 2014
door: Armand van Wijck











Archiefbeeld van Ab Baars in het Bimhuis.

Foto © Staeske Srebers


Een soloconcert dat van begin tot eind te volgen was en voor het  nodige kippenvel zorgde. Met vier verschillende blaasinstrumenten en zijn zorgvuldig ingekleurde noten die regelmatig door merg en been gingen, had Ab Baars het muisstille publiek in zijn greep. In een verloren middaguur vrije jazz van de bovenste plank.

“Zo, ik moet even op adem komen...!” sprak Ab Baars het publiek puffend toe, nadat hij ontwaakte uit zijn openingsnummer. De toon was gezet: Baars was intens van start gegaan en liet geen noot onberoerd op de tenorsaxofoon. Snelle staccatomotieven met grote intervallen werden afgewisseld met gebroken octaven, lange snoeiharde halen en ongemakkelijke stiltes.

Geen spoor
Van tonaliteit en maatvastheid was geen spoor te bekennen, maar Baars nam het publiek aan de hand mee, door spanningsbogen en ritmische ideeën in alle rust uit te werken. Elke noot leek een doel op zich te hebben, waarbij Baars alles inkleurde met een gecontroleerd spel van volume en aanslag. Zelfs de boventonen werden subtiel en met veel gevoel uit de kast gehaald.

Wat daarna volgde stond totaal in contrast met het voorgaande. Van de heftige opening naar ideeën gekoppeld aan een gedicht over de zee en de lucht (‘The haze and the waves’). Dit is hoe zeewind en golven klinken uit een tenorsax. Baars speelde een tijdje met alleen zijn ademgeluid door de sax, zonder ook maar een noot aan te slaan. Na de sfeer te hebben gezet, zocht hij voorzichtig naar rauwe randjes bij een minimaal volume, die hij weer langzaam uitbouwde met niet alledaagse saxofoonklanken. Wie het alleen zou kunnen horen, zou denken dat er meerdere instrumenten tegelijkertijd filmmuziek speelden.

Bij twee nummers kwam de klarinet eraan te pas, onder meer voor een stuk gebaseerd op oefeningen van klarinettist John Carter, een mentor van Baars. Oefeningen die grotendeels bedoeld leken te zijn voor techniekontwikkeling in het verre bovenregister. Met enorm hoge noten die pijn deden aan de oren, ondanks dat Baars ze loepzuiver de ruimte in slingerde in snelle, zingende legatolijnen. Af en toe kregen de oren de nodige rust door een vraag-antwoordspel met het lage register en frases rondom de hele-toonsladder.

Shakuhachi
Naast tenor en klarinet was het ook genieten van het originele spel op de shakuhachi, de Japanse bamboefluit waarmee Baars het publiek weer helemaal zen kreeg na alle heftige saxofoon- en klarinetuitspattingen. Bijzonder was dat Baars hier en daar door de fluit heen zong, waarbij fluit- en stemgeluid soms dezelfde resonantie kregen. Oosterse improvisatie werd zachtjes gemengd met de zo typerende, westerse vrije jazzlijnen van Baars.

Tot slot een toegift met de sopraansax. Een rustige ballade van Misha Mengelberg, waarbij Baars er ditmaal sterk melodisch op los improviseerde met lange vibrato's en legatospel. Er was zowaar ook enige tonaliteit en maatvastheid te bespeuren, waardoor de beide benen weer op de grond kwamen.


© Jazzenzo 2010