Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Een fabuleuze zoektocht naar verloren noten

CONCERTRECENSIE. Cd-presentaties OGU en Jeroen van Vliet solo. Paradox Tilburg, 10 januari 2014
beeld: Gemma van der Heyden
door: Rinus van der Heijden

Een historische avond. Alleen zó mag het dubbelconcert worden gezien, dat Jeroen van Vliet in Paradox verzorgde. Onnavolgbaar technisch en binnen een uit zijn voegen barstende sfeer was de pianist de spil van twee verschillende, maar ongelooflijke uitvoeringen. Die met zijn trio OGU al zorgde voor openvallende monden, waarna hij er in zijn eentje een concert van een verbijsterende schoonheid aan vast breide.


In een bomvol Paradox presenteerde Jeroen van Vliet zijn soloalbum en het album van trio OGU met Bram Stadhouders en Etienne Nillesen.

Ingekapseld in een bomvol maar doodstil Paradox speelde Jeroen van Vliet zich solo naar onbereikbaar geachte hoogten. Zelfverzekerd gaande over een weg die in gelijke delen was geplaveid met improvisatie en intuïtie. In een tijdspanne van bijna een uur betrad de pianist een imperium waarin de complete geschiedenis van de piano werd neergelegd. Een koor van jazzpianogiganten kwam voorbij: Mal Waldron met zijn rechtlijnige en melodische improvisaties; Abdullah Ibrahim met diens vermenging van culturen; de oerkracht van Cecil Taylor, het geflirt met Bach's contrapunt van Lennie Tristano en de immer naar vernieuwingen zoekende Paul Bley.

Daar bleef het echter niet bij, want de stijl van Jeroen van Vliet is nauwelijks in woorden uit te drukken. Die stijl berust niet alleen op jazz, ook klassiek en werldmuziek zijn echo's, die hem tot de veelzijdige pianoreus maken die hij is. Prokofjef,  Brahms, Schumann en vooral Rachmaninov bepalen mede hoe Jeroen van Vliet de piano benadert en welk raffinement hij zijn spel kan meegeven.

Intuïtief
Jeroen van Vliet is bovenal een intuïtieve uitvoerder. Zijn soloconcert bewees dat ten overvloede. Zoekend, maar altijd wetend wat hij wil en waar hij wil uitkomen, beweegt hij zich over de toetsen. Om meteen daarna klaterende notenreeksen te laten opstijgen. Stiltes benut hij om de gespeelde noten te benadrukken en nog te spelen noten in spanning te drenken. Hij is soms spaarzaam als Thelonious Monk, om dan net als Erik Satie deed een weloverwogen  zoektocht naar verloren noten in te zetten.

Met OGU beweegt Jeroen van Vliet zich op geheel ander terrein, maar hier is eveneens sprake van verbluffend vakmanschap, ongetemde fantasie en een machtig opgeroepen gevoel van extase voor wie de drie wil horen. Met gitarist Bram Stadhouders en slagwerker Etienne Nillesen naast zich, waren er zeker raakvlakken met Van Vliet de solomusicus. OGU echter is veel meer een klanklaboratorium, waarin naar nieuw gereedschap wordt gezocht, dat nadien op het aambeeld van OGU verwordt tot nieuwe muziek.


Jeroen van Vliet kreeg het uitverkochte Paradox doodstil. De mannen van OGU achter de schermen, met Etienne Nillesen en Bram Stadhouders.

Zowel Jeroen van Vliet als Bram Stadhouders bedienen zich van elektronica. Maar hier zijn computer en ander elektrische verworvenheden geen pronkjuweel. De elektronica wordt spaarzaam neergezet, gekoesterd onder de akoestische muziek die bij OGU de bovenhand voert.

OGU speelde één stuk van drie kwartier. Het werd ingezet door Etienne Nillesen, die met een strijkstok langs een bekken onwezenlijke klanken opriep. Piepklein en ragfijn zette de gitaar van Bram Stadhouders zich daaronder, waarna de muziek tergend langzaam zwol om plaats in te ruimen voor de piano van Jeroen van Vliet. De uitgekiende inzet van Stadhouders' laptop en zijn ijle gitaarimpressies contrasteerden prachtig met de rijke uitvoeringspraktijk van Nillesen: een balletje dat hij langs de rand van zijn bassdrum liet rollen, de klanken uit een blokje hout, een rammelaartje, een schuivend bekken over een trommelvel; het paste allemaal verbluffend. Van piepkleine stiltes stapte OGU regelmatig over naar onvoorspelbare improvisaties.

Klanktapijt
OGU werkt aan een klanktapijt dat nooit afkomt, maar waar deze avond een kleurrijk stuk aan werd geweven. Het trio werkte uiteindelijk naar een apocalyptisch einde toe, waarbij wellicht de wereld van nu werd verlaten en in elk geval een nieuwe werd betreden.

De muziek die Jeroen van Vliet bestuurt, speelt, leidt en componeert is als de zee: hij was en is er eeuwig, ruisend in een kosmische oneindigheid, altijd en/of nooit hetzelfde, magisch maar toch onveranderlijk, omdat hij eeuwig is. Tekenend voor deze conclusie was een moment tegen het einde van zijn soloconcert. De handen van de pianist waren gedrenkt in blauw en groen podiumlicht - kleuren uit het hellevuur - als om nog eens duidelijk te maken welk een duivelskunstenaar Jeroen van Vliet is.

Deze bijzondere concertavond was in eerste instantie bedoeld om twee nieuwe cd's van Jeroen van Vliet te presenteren: 'OGU' van zijn gelijknamige trio en 'Wait', zijn tweede solo-cd uit zijn lange carrière als musicus. Zonder enige overdrijving is na het beluisteren hiervan de enige slotsom: vrijwel even goed als voornoemd concert. Met deze twee schijven blijft het machtige presentatieconcert – ook al tot in eeuwigheid - tot de verbeelding spreken.


© Jazzenzo 2010