Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Zwartgeblakerde burcht in oneindig cadeaupapier

CONCERTRECENSIE. Festival Stranger Than Paranoia, Toonzaal Den Bosch en Paradox Tilburg, 27 en 29 december 2013
beeld: Gemma van der Heyden, Eddy Westveer
door: Rinus van der Heijden

Zoals van The Ploctones gewend, zorgde het kwartet voor een eervolle afsluiting van het festival Stranger Than Paranoia 2013. Dansend, muzikaal kibbelend, met prachtige duels tussen de tenorsaxofoon van Efraïm Trujillo en de gitaar van de doorgeflipte Anton Goudsmit, haal je een paradepaardje in huis. Dat precies weet waar droefenis ophoudt en een feest begint.


Duo Louis van Dijk/Han Bennink, The Ploctones en Morris Kliphuis met Paul van Kemenade op de podia van de Toonzaal en Paradox.

Het feest kwam er en droefenis bleef achterwege. Want al zag het er in de aanloop naar het Paranoiafestival voor organisator Paul van Kemenade niet al te rooskleurig uit, met weinig centen in de knip ontrolde zich een van de mooiste edities in 21 jaar. Zo kan het dus ook, zou je denken. Maar dat moet je in deze barre kunstenaarstijden natuurlijk niet hardop zeggen.

Want al leunen de subsidiegevers comfortabel achterover – ‘We hebben geen geld en kunnen er dus ook niets aan doen’ - hun oren zijn gespitst om de kunsten er nog verder onder te trekken. Immers: ‘Geen geld en toch een geslaagd evenement? Dan kunnen we volgend jaar gerust even kijken waar we nog eens met de kaasschaaf kunnen wapperen’. En eh… er zijn toch ook nog het bedrijfsleven en privésponsors, die moeten het maar opknappen. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat binnen dergelijke constructies de vrijheid van kunstenaars – hun hoogste goed – rechtstreeks in het geding komt.

Opdringen
Bovenstaande gedachten doen binnen een concertrecensie natuurlijk niet erg ter zake. Maar ze dringen zich wel op bij de wetenschap dat een festival als dit - ook al is het nagenoeg tot op het bot ontleed - er nog is, omdat sommige mensen per se wíllen dat het er is. Een van hen is Paul van Kemenade, van wie Anton Goudsmit vóór aanvang van het concert van de Ploctones zei: “Onkruid vergaat niet.”

De 21e editie van Stranger Than Paranoia stond derhalve als een burcht in het zwartgeblakerde landschap van de improvisatiemuziek. Met als concertant hoogtepunt het een-tweetje tussen slagwerker Han Bennink en pianist/toetsenist Jasper van ’t Hof. Hun concert was een aaneenschakeling van improvisatievondsten, van een overlopende ideeënrijkdom en een tomeloze energie. Het was hier een kwestie van aanpakken en doorgeven, op volle snelheid en met zo’n stormdrang dat de toehoorders de adem werd afgesneden.


Duo Jasper van 't Hof/Han Bennink, gitarist Anton Goudsmit, contrabassist Niko Langenhuijsen achter de piano.

Bennink/Van ’t Hof is een fantastisch duo dat jazz maakt zoals die is bedoeld: zonder compromissen, met verwijzingen naar het verleden, verlaten van het heden en versnellen naar de toekomst. Han Bennink gunde zich geen moment rust, hij sloeg constructies zonder randen, maar ook ingewikkelde slagwerkpatronen, dook onder de piano van Jasper van ’t Hof door of joeg hem driftig voor zich uit.

Waarmee niet gezegd wil zijn dat de pianist zich de les liet lezen: hij ging volstrekt zijn eigen gang, ging ook naar het slagwerk toe in de achtervolging en spande met zangerige synthesizergeluiden een regenboog over dit bijzondere concert. Dat zich van volstrekte vrijheid naar harmonischer jazzvormen boog, om als een Caraïbisch dansorkest te eindigen.

Louis van Dijk
Twee dagen eerder in de Toonzaal in Den Bosch speelde Han Bennink ook een hoofdrol, weer met een painist aan zijn zijde, maar dan een uit een andere hoek dan die van de volstrekte vrijheid: Louis van Dijk. Híj verwoordde mooi waarom nu gewoon kan, wat pakweg tien jaar geleden ondenkbaar leek: "De koude oorlog tussen oude en nieuwe jazz is al een jaar of drie aan het wegebben." En zo was het maar net, daarvan getuigde dit verrassende optreden.

Louis van Dijk deed precies wat Han Bennink hem toemompelde: putten uit de enorme tas aan ervaring die hij met zich meedroeg. En daar ging het slagwerkmonster al: ranselend, knisperend, drumstokken wild om zich heen gooiend, met een been op zijn snaredrum, roffelend op de vloer en op de zijkant van zijn schoenhakken. Afgewend van Louis van Dijk, die schijnbaar onverstoord uit standards putte, zoals 'What Is This Thing Called Love'. Flarden van klassiekers uit de jazz, uit hun logische verband gehaald en o zo knap weer gemonteerd in het duet dat steeds met het slagwerk werd aangegaan.


Kwartet Niko Langenhuijsen, Morris Kliphuis, Paul van kemenade, Yonga Sun. Pianist Jasper van 't Hof.

Waardoor de piano een voortdurende melodische onderstroom produceerde, die nauw aansloot bij de oerkrachten die Han Bennink losmaakte. En hoewel Louis van Dijk het een paar keer niet kon bolwerken tegen de orkaan-Bennink, bleef het slechts bij een beetje het hoofd buigen en zeker niet ten onder gaan in deze tropische storm.

Carte blanche
Het improvisatiefestival Stranger Than Paranoia kent een bijzonder onderdeel, namelijk een carte blanche die organisator Paul van Kemenade uitreikt aan een zelfgekozen musicus en/of componist. Dit jaar was dat de Bossche trompettist, bandleider en componist Jeroen Doomernik. Hij bracht met zijn kwartet The Monochrome het project 'Langzame Muziek'.

Langzame muziek, dat werd het. In vijf kwartier ontrolde zich in een behaaglijke traagheid een grotendeels geïmproviseerde compositie, die werd gedragen door vooral elektronica. Maar ook door twee trompetten, een flugelhorn, harmonium, melodica en zelfs een menselijke stem. Dit alles werd bespeeld door de trompettisten Bart Maris en Jeroen Doomernik, toetsenist Bart van Dongen en elektronicaspecialist Richard van Kruysdijk. Het concert speelde zich af in het vrijwel duister.

De muziek van The Monochrome omschrijven is niet eenvoudig. Elektronische klanklandschappen, doorbroken door de klanken van akoestische instrumenten is in heel grove lijnen een duiding. Je hoorde de Noorse sferen van musici als Arve Henriksen en Jan Bang, maar ook echo's uit de Engelse avantgardistische popscene kwamen voorbij. Soft Machine was nogal eens dichtbij, Kevin Ayers en Ron Geesin ook. En Karlheinz Stockhausen niet te vergeten, pionier van de elektronische muziek.


Basgitarist Jeroen Vierdag (The Ploctones). The Monochrome met Bart van Dongen, Bart Maris, Jeroen Doomernik en Richard van Kruysdijk. Jeroen Doomernik.

Hoewel 'Langzame Muziek' een intrigerend project is, kwam het tijdens Stranger Than Paranoia niet uit de verf. Het was het laatste van drie concerten op deze concertavond en deed een regelrechte aanslag op het incasseringsvermogen van het publiek. Al snel gingen mensen lopen, maar goedwillenden die dachten dat ze het concert wel konden uitzitten, hadden tegen middernacht daar geen energie meer voor. Bart van Dongen, na het concert: "Dit is nu eenmaal onze muziek, zo doen wij het." Terecht natuurlijk, musici bepalen zelf hun concept. Als The Monochrome echter vroeger was geprogrammeerd, had dit bepalende element niet gespeeld en was de muziek veel beter tot haar recht gekomen.

Slotavond
Van grote klasse was ook het openingsconcert van de slotavond met Morris Kliphuis op hoorn en bugel, Niko Langenhuijsen op contrabas en piano, Yonga Sun op slagwerk en Paul van Kemenade op altsax. Deze groep ontstond in oktober tijdens een van de avonden waarop de Tilburgse altsaxofonist gasten uitnodigt om samen te spelen. Er stonden stukken op de lessenaars van Van Kemenade, Kliphuis en Langenhuijsen; oud en nieuw werk door elkaar. Opvallend binnen deze bezetting is de aanpak van Morris Kliphuis. Met zijn hoorn is hij een soort zanger, die geen frontpositie inneemt, maar onder de anderen zijn melodieën lieflijk uitspreidt.

Het kwartet brengt kleine muziek, die in oneindig cadeaupapier is verpakt. Zoals in de oudere stukken ‘Two Horns and a Bass’ van Paul van Kemenade en ‘Doka Bonga’ van Niko Langenhuijsen. Terwijl de eerste compositie inmiddels een klassieker is uit het Tilburgse jazzmilieu, is de tweede dat al veel langer. In beide stukken is sprake van een dragende en aangrijpende melodie, die doorvoelde emotie opwekt. En met de aanpak van dit aansprekende kwartet nieuwe levens gaat leiden. Ook dat is de verdienste van het festival Stranger Than Paranoia.


Zie ook:


© Jazzenzo 2010