Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

The Whammies - Play the music of Steve Lacy Vol. 2

CD-RECENSIE

The Whammies - Play the music of Steve Lacy Vol. 2
bezetting: Jorrit Dijkstra altsaxofoon en Lyricon; Pandelis Karayorgis piano; Jeb Bishop trombone; Mary Oliver viool en altviool; Nate McBride contrabas; Han Bennink drums
opgenomen: januari en maart 2013, Firehouse 12, New Haven (VS)
release: juni 2013
label: Driff Records
tracks: 12
tijd: 57:55
website: jorritdijkstra.com/whammies - driffrecords.bandcamp
door: Armand van Wijck


Gewaagd en geslaagd. Wie composities speelt van grootheid Steve Lacy kan beter van goeden huize komen. Gelukkig maakt de line-up van The Whammies het ook met het tweede Lacy-album waar. De zo kenmerkende experimentele stijl van de composities blijft in ere, maar aan de uitvoering zit een subtiele eigentijdse draai.

Het zal een uitdaging zijn geweest om niet te willen klinken als een kopie van Lacy. Blazer Jorrit Dijkstra was wellicht de aangewezen persoon hiervoor. Hij studeerde begin deze eeuw aan de New England Conservatory onder het bewind van Lacy. Bovendien speelt hij op een altsaxofoon en de Lyricon I in plaats van op de sopraansaxofoon, die onlosmakelijk verbonden is met zijn mentor.

Naast Dijkstra is het drummer Han Bennink die in de formatie een belangrijke positie inneemt. Bennink speelde in de jaren tachtig met Lacy en met zijn diversiteit aan ritmisch materiaal weet hij de composities uit de jaren zeventig opnieuw leven in te blazen. Natuurlijk mocht ook een viool niet ontbreken. Lacy speelde veel van zijn werken samen met zijn vrouw, vioolspeelster en zangeres Irene Aebi. Het is Mary Oliver die deze rol inneemt bij The Whammies, al is het zonder zang. Trombonist Jeb Bishop vormt met zijn sterke intonatie en contrapuntlijnen een niet te ontlopen toevoeging. Alleen Nate McBride had wat meer op de voorgrond gemogen, maar geeft met zijn dwingende baslijnen soms de enige puls die er nog is.

Het album bevat een selectie van elf eigen werken, het meeste materiaal uit Lacy's meer experimentele jaren zeventig, waarvan hij er vier baseerde op literatuurstukken en gedichten. Een interessante sfeermaker is Dijkstra's spel op de Lyricon, een analoge windsynthesizer uit de jaren zeventig. Met het extreem grote bereik en dynamische mogelijkheden gebruikt Dijkstra de Lyricon als een verlengstuk van zijn saxofoon.

The Whammies blijven trouw aan de experimentele stijl van Lacy. Thema's worden regelmatig unisono gebracht door Dijkstra en Oliver, op het dunne af met een dissonant rauw randje in de gedubbelde lijnen, hier en daar ondersteund door tegenhangende ritmische ideeën van Bishop.

Vooral op het nummer ‘Threads’ komt dit duidelijk naar voren. Korte ritmische of melodische ideeën – vaak vragend van aard – vormen de boventoon. Ze worden als een duidelijk statement herhaald en minimalistisch uitgebouwd. Bennink gooit de ritmiek vaak open en klinkt daardoor bij tijd en wijle meer als een extra solist dan als een onderdeel van de ritmesectie. Dat geldt overigens ook voor pianist Pandelis Karayorgis, die alleen op zijn solonummer ‘Wickets’ wat duidelijke harmonische structuur laat horen.

Met vaak een open vorm die ogenschijnlijk structuurloos lijkt, is het uitermate van belang dat de muzikanten als geen ander naar elkaar luisteren. Gelukkig slagen The Whammies daar in, wat zorgt voor een fris en soms verrassend samenspel. Zelfs tijdens solo's spelen soms meerdere instrumenten dwars door elkaar met verschillende ideeën. Maar het totaalgeluid matcht en geeft een eenheidsgevoel weer.

Op elke compositie zetten The Whammies een levendige sfeer neer. ‘The Whammies play the music of Steve Lacy Vol. 2’ is daarom zeker geen ontspannen achtergrondmuziek, maar eist terecht vanaf het eerste nummer de volledige aandacht op van de luisteraar.


© Jazzenzo 2010