Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Eric Vloeimans ‘dient’ Jan Akkerman plichtmatig

CONCERTRECENSIE. Jan Akkerman Band & Eric Vloeimans. Paradox Tilburg, 23 november
beeld: Liesbeth Keder
door: Erno Elsinga

Wat faam betreft doet Jan Akkerman niet onder voor Larry Carlton en John Scofield, gitaargrootheden die eerder deze maand het podium van Paradox bevolkten. Alle drie verkochten uit, en als slagroom op de taart bracht Akkerman Eric Vloeimans mee.


Jan Akkerman en Eric Vloeimans traden gezamenlijk op in een uitverkocht Paradox.

Maar waar Scofield (61) en Carlton (67) probleemloos het publiek inpakten, had Akkerman (in december 67) moeite zijn gehoor aan zich te binden. De Amsterdammer – tegenwoordig woonachtig in Volendam – speelde slordig, niet altijd even zuiver en liet zich begeleiden door een matige, fantasieloze band.

Akkermans faam dateert uit de jaren zeventig, toen hij deel uitmaakte van Brainbox en later met  de instrumentale band Focus wereldhits scoorde. Als Akkerman zich vervolgens op het solopad begeeft en een reeks topalbums aflevert – waaronder ‘Eli’ en ‘Live’, opgenomen op het Montreux Jazzfestival - is zijn naam als topgitarist wereldwijd definitief gevestigd.

Wapenfeit
Talloze albums en projecten volgden sindsdien, met jazz, rock, blues en fusion als belangrijkste ingrediënten voor Akkermans virtuoze gitaarspel. Laatste wapenfeit in deze niet altijd even succesvolle reeks is ‘Minor Detail’ uit 2011, waarop enkele stukken met trompettist Eric Vloeimans.

Geen enkel muzikaal idioom schuwend, keek diezelfde Vloeimans regelmatig vanaf de zijkant van het podium ontheemd toe hoe een muur aan rommelig uitgevoerde fusion zich over het publiek ontrolde. Eenzijdig en zielloos bovendien, want noch toetsenist Coen Molenaar, basgitarist David de Mares Oyens en drummer Mark Stoop wisten zich te onttrekken aan het slechts slaafs, rechttoe-rechtaan dienen van de met ‘meester’ betitelde gitarist. Het tempo lag daarbij hoog, waardoor Akkerman zich nogal eens verslikte in zijn eigen spel.


Drummer Mark Stoop en toetsenist Coen Molenaar.

Wellicht gaan de jaren voor Akkerman tellen. Opvallend was in elk geval dat zijn unieke geluid in de rustiger stukken beter tot zijn recht kwam. Zoals in ‘Mena Muria’, een Moluks strijdlied dat eveneens op ‘Minor Detail’ te vinden is, en enigszins getuigde van Akkermans hoogtijdagen als gitarist.

Betekenisloos
In het door gitaarsolo’s gedomineerde concert, was geen sprake van enige interactie tussen Vloeimans en Akkerman. Plichtmatig maar betekenisloos vulde de trompettist op aangeven van Akkerman de voor hem gereserveerde, spaarzame ruimten. Uit niets bleek de urgentie tot samenwerking van de twee vaderlandse grootheden.

Tegen het einde van het concert strooide Akkerman op routine enkele nummers uit zijn roemrijke verleden. Ingeleid door een ingetogen solo klonk ‘Streetwalker’ gevolgd door een medley van Focushits. Het kon de kwalitatief matige avond niet verbloemen.


© Jazzenzo 2010