Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Experimenten en hitkanonnen op derde dag North Sea Jazz

FESTIVALRECENSIE. North Sea Jazz Festival, Ahoy, Rotterdam, 14 juli 2013
beeld: Eddy Westveer, Ron Beenen
door: Mischa Beckers

Goed plannen was noodzakelijk om bepaalde concerten tijdens het North Sea Jazz Festival (NSJF) vanaf het begin mee te kunnen maken. Zo stonden bij het Branford Marsalis Quartet meer dan honderd mensen te wachten totdat iemand de volgepakte Hudson verliet. Volgepakte podia waren er soms ook.


Avishai Cohen, Sting en Branford Marsalis op de slotdag van North Sea Jazz 2013.

Niet alleen Herbie Hancock trad op met het Metropole Orkest maar ook Joe Lovano. En Ron Carter kwam met de WDR Big Band. Daartegenover stonden artiesten die het (deels) in hun eentje deden onder wie Valerie June op het Mississippipodium.

En ook saxofonist Colin Stetson. Wat die liet horen in de Madeira was bijzonder. Met de circular breathing-techniek zette hij met zijn tenorsaxofoon een begeleidingspartij neer opgebouwd uit snelle arpeggio’s. Daaroverheen formuleerde hij een melodie door in zijn saxofoon te zingen.

Keel
Met zijn bassaxofoon klonk dat helemaal overweldigend. Met twee contactmicrofoons op het instrument en één op zijn keel creëerde hij een vol en ruimtelijk geluid. Hij dikte het met lichte oversturing nog wat aan. En, naast de arpeggio’s, boventonen en zang maakte hij nu ook nog eens gebruik van het geluid van de kleppen om de stukken ritmisch te ondersteunen. Hoezo, mannen kunnen niet multitasken?

Chris Dave had eerder die middag al het spits afgebeten in de snikhete Darlingzaal. De drummer was al vaak op NSJF als begeleider. Nu voor het eerst met zijn eigen band. Hij was behoorlijk te laat. Iets met spullen kwijtgeraakt op het vliegveld. Dat was niet het enige oponthoud. In de set vergat de technicus een echo op Daves snaretrommel in te schakelen. Het spel werd stilgelegd en na het nodige overleg en geëxperimenteer weer voortvarend vervolgd.


Colin Stetson. Ron Carter met WDR Big Band. Next Collective met Christian Scott.

En die set, die bestond uit een aaneenschakeling van flarden thema’s uit de jazzhistorie en funky beats van Dave en zijn Drumhedz. Het was een DJ-achtige set, alsof je achtereenvolgens platen oppakt uit de platenbak die daardoor direct afgespeeld worden, verklaarde Dave. Goed idee en de band, met Pino Palladino op zijn ronkende bas in de gelederen, werkte het met verve uit. Dave zelf vestigde met roffels, allerlei vertragingen, versnellingen en verrassende stops en accenten nadrukkelijk de aandacht op zich. Maar er zit ook een gevaar aan: je wordt continu heen en weer geslingerd tussen die stroom van fragmenten, lastig om te focussen.

In de Hudson betoverde Kurt Rosenwinkel het publiek met stukken van zijn recente album ‘Star of Jupiter’. Met prachtig gearticuleerde, melodische lijnen, vaak zacht meegezongen. Zijn begeleiders in dit New Quartet hielden het klein en warm en pianist Aaron Parks ging subtiel mee in de lijnen van Rosenwinkel.

Folky Mexicana
Terwijl Calexico zijn set met folky Mexicana afsloot en Marcus Miller de funk van zijn ‘Renaissance’-album de zaal inbeukte in de Nile besloot een groot deel van het publiek naar de Hudson te gaan voor het Brandford Marsalis Quartet. En dat was niet voor niets. Warme, melancholische klanken met veel ruimte wisselden stuivertje met stevige ritmische spelletjes en spannende improvisaties.

Ook bijzonder was Next Collective. “This is about family” meldde pianist Gerald Cleaver. Een hecht collectief van gelijkgestemden. Eén daarvan is de jonge trompettist Christan Scott. Hij kreeg een speciale introductie en schoof aan nadat het collectief al het nodige had gespeeld.


Chris Dave (& The Drumhedz). Kurt Rosenwinkel. Robert Glasper Experiment met Lionel Loueke.

Meteen gaf hij zijn visitekaartje af door in zijn solo met een beheerste toon langzaam de grenzen van thema’s en de akkoorden af te tasten. Lang uitgesponnen stukken klonken rond diverse thema’s, niet zelden bewerkingen van modern materiaal. Met intensief spel van onder meer drummer Jamire Williams en een rijkelijke, weelderige kleuring van Cleaver. De boog bleef constant gespannen en de heren inspireerden elkaar met hun vondsten.

Natuurlijk klonk naast jazz een diversiteit aan stromingen op dit festival. Qua blues viel er ook veel te beleven. Bij Mud Morganfield en bij Bonnie Raitt bijvoorbeeld. Die laatste kreeg onlangs een Grammy voor haar recente album ‘Slipstream’ en liet in de Nile horen dat ze bij de top van de slidegitaristen hoort. Dat gold ook voor Ben Harper die in de Maas een keiharde set dampende bluesrock neerzette met in de gelederen een van de meest gevraagde en bejubelde mondharmonicaspelers van de afgelopen decennia, Charlie Musselwhite.

Avishai Cohen
Terug naar de jazz met het Avishai Cohen Quartet. Dat begon in de Hudson met het straight ahead ‘El capitan and the ship at sea’, waarin de solo’s wat plichtmatig klonken. Maar vanaf het tweede stuk ‘C# minor’ kwam het vuur in de set. Nitai Hershkovits leverde spannende improvisaties. Met enorme vingervlugheid zette hij met de linkerhand repeterende patronen in en met de rechterhand net zo snelle contrasterende partijen.

Het was de aanzet naar een stuk waarbij saxofonist Eli Degibri een extatische solo speelde over een knallende drumpartij en Cohen inviel op elektrische basgitaar. De set bevatte regelmatig dit soort heftige delen veelal met onregelmatige maatsoorten die plots, meestal via vernuftige breaks, teruggingen in dynamiek en overgingen in lyrische passages. ‘Ballad for an unborn’ was daarbij een prachtig, melodisch en gevoelig gebracht stuk, waarbij Cohen een van zijn indrukwekkende solo’s uit zijn contrabas perste.


Robert Glasper. Branford Marsalis Quintet. Sting op het podium met Branford Marsalis.

The Robert Glasper Experiment ontving onlangs een Grammy, categorie Best R&B Album, voor de plaat ‘Black Radio’. Glasper gaat over alle muzikale grenzen heen, zo werd gezegd, dus dat beloofde wat in de Darlingzaal. Hij trapte af met een stevige dance-achtige beat en daarover een staccato pianoloopje. Geleidelijk aan werd het geluid eclectischer. De onderliggende beat bleef, maar werd drukker.

Bassist Derrick Hodge dikte zijn geluid met een octaver aan tot monsterlijke proporties, met een vocoder werd een stem vervormd en diverse synthesizers zorgden voor noise, kwaak – en blurpgeluiden. Maar, over en door alle bombast heen liet Glasper horen wat hij kan. In gedubbelde improvisaties bijvoorbeeld waarbij hij gelijktijdig twee keyboards bespeelde. Een waar experiment. Tot slot deed ook Gregory Porter een duit in het zakje, door als gastzanger een bijdrage te leveren.

Sting
En dan nog een van de afsluitende acts: Sting. Die zorgde voor een hitfestijn. Massaal zong het publiek de ene na de andere hit uit zijn eigen repertoire of dat van The Police mee. En ja, Branford Marsalis was natuurlijk nog ‘in the house’. En dus deed hij mee op die hele grote hit waarop hij zo mooi de sopraansaxofoon inspeelde: ‘An Englishman in New York’.



Zie ook:


© Jazzenzo 2010