Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Ratjetoe van stijlen op eerste twee dagen North Sea Jazz

FESTIVALRECENSIE. North Sea Jazz Festival, Ahoy, Rotterdam, 12 en 13 juli 2013
beeld: Eddy Westveer, Ron Beenen
door: Quint Italianer

Het massale North Sea-publiek mocht genieten van meesterpianisten, bluesgitaristen en jeugdige muzikanten die heel goed weten wat ze met jazz willen doen.


Chick Corea, Laura Mvula en Gary Clark Jr op de podia van North Sea Jazz.

Een half uur New Orleansfunk van de TBC Brassband warmde het Congo Square op voor de openingsact in de Congotent: BADBADNOTGOOD. Dit jonge Canadese trio maakt sinds twee jaar furore op de sociale media met zijn jazzy interpretaties van bekende en onbekende hiphopnummers. Deze middag kwam hun tomeloze energie goed los. Vooral wanneer ze vol op het gaspedaal trapten, wisten ze indruk te maken.

De band jamde en improviseerde veel, maar dat ging, ondanks de grondige communicatie tussen de bandleden, niet altijd ergens heen. Soms saai dus. Maar het bombastische drumwerk van Alexander Sowinsky en het soepele, creatieve basspel van Chester Hansen gaven BADBADNOTGOOD over het algemeen een interessant geluid.

Verwachtingen
De jonge zangeres Laura Mvula (zeg: ‘Hmm-voela’) maakte de hooggespannen verwachtingen waar. Met haar warme, krachtige soulstem – ergens tussen Nina Simone en Amy Winehouse in – kreeg ze de goedgevulde Darlingzaal muisttil. De hele band, met harp, cello, contrabas en viool, stond in dienst van die stem. Mooie, melancholische gospelpopliedjes zong ze. De samenzang met haar bandleden was prachtig en de harmonieën waren perfect gearrangeerd. Mvula’s komische shout-out naar Bob Marley, ‘One love’, werd massaal meegezongen.

Ook Monty Alexander koos voor reggae. Hij speelde met twee bands: zijn eigen trio – met op drums de Nederlander Fritz Landesbergen – en een Jamaicaanse band. Met die laatste speelde hij een aantal reggaenummers, waar zijn piano- en melodicasolo’s fris overheen klonken. Maar ook in het conventionelere materiaal met zijn reguliere trio schitterde zijn spel in simpelheid. Bassist Hassan Shakur had de lachers op zijn hand toen hij in zijn lange solo MC Hammer, de Beatles en het thema van ‘Pink Panther’ citeerde.

Die andere legendarische pianist, Chick Corea, had met zijn nieuwe band The Vigil een combinatie van jonge en oude muzikanten meegenomen. Ze speelden werk uit de Return To Forever-tijd en nummers van hun nieuwe album, waarin originele, ritmische latinmotiefjes de boventoon voerden. Drums en percussie zaten perfect in elkaar verweven, maar helaas werd iedere zestiende vol gespeeld, waardoor het de grooves soms ontbrak aan rust. De composities van Corea waren niet altijd te volgen: soms leek het spacen om het spacen. Wat op het podium gebeurde was heel knap – met name bassist Christan McBride imponeerde, evenals Corea zelf uiteraard – maar het verwerd hier en daar tot onsamenhangende fusion.


BADBADNOTGOOD. Medeski, Martin & Wood. Gregory Porter trad op met Gretchen Parlato.

Waanzinnig
In de Congo zochten Medeski, Martin & Wood vaak het waanzinnige experiment op, soms gewoon een simpele, lekkere groove. Dat laatste was niet altijd even interessant, maar wel strak. Hoogtepunt was de drumsolo van Billy Martin, die daarin zijn grote hoeveelheid meegenomen toeters en bellen optimaal benutte. De heren kregen een staande ovatie van de afgeladen Congo.

Maar het mooiste feestje komt waar je het niet verwacht. Wie aan het eind van de middag op Congo Square te vinden was voor een Caribisch of Indonesisch hapje, trof daar zanger en pianist Jon Batiste met zijn band Stay Human. Een halfuur heftige soulblues, vertolkt door musici in stijlvolle pakken greep het publiek bij de lurven. Batiste en zijn mannen zijn entertainers eersteklas. De saxofonist klom op Batiste’s vleugel, de drummer ging een worstelpartij aan met zijn floortom en Batiste zelf leidde de band met zijn melodica door het publiek, totdat ze midden op Congo Square een brassversie van ‘On The Sunny Side Of The Street’ stonden te spelen. Het publiek werd uitzinnig.

Terug naar de Darling, waar de jonge meesterbassist en zanger Thundercat (Stephen Bruner) liet horen hoe elektronische jazz anno 2013 klinkt. Zijn trio, naast hemzelf bestaande uit drummer en broer Ronald Bruner en toetsenist Brandon Coleman, improviseerde met een intensiteit die deed denken aan de jaren zestig-psychedelica van The Soft Machine. Thundercats teksten zijn afgezaagd (Each moment with you I adore / cause there is no one like you girl / I'm just a fool for you baby), maar zijn composities zijn origineel en zijn virtuositeit is verbluffend.

John Zorn
Psychedelica kwam in een andere vorm terug bij John Zorn. De muzikale duizendpoot was zestig jaar geworden en mocht daarom onder de naam ‘Zorn at 60’ een dag lang zijn eigen projecten laten horen in de Darling. Het project ‘The Dreamers’ begon als een minimal groove met zich steeds herhalende loopjes op de Rhodespiano en de vibrafoon. Langzaam mondde dit uit tot een interessant, rockend geheel waarin Zorn alle instrumenten zo veel mogelijk liet scheuren. Zelf dirigeerde hij, headbangend en met de tong in de mondhoek.


Willie Jones III. Roy Hargrove. Michel Camilo trad op met Tomatito.

Midden in het stuk ging Ikue Mori achter een laptopje zitten en toverde daar buitenaardse bliepjes uit. Zorn zelf pakte zijn sax en liet die klinken als een olifant. Plotseling klonken overal op het podium gekke geluidjes en het was de kunst te raden wie ze maakte. Mooi was het niet, wel grappig. Zorn eindigde met een waanzinnig snel freejazzstuk. Als een tovenaar in duel wapperde hij met zijn handen om zijn bandleden in razend tempo tot spelen of stoppen te manen. Het was belachelijk en heel goed tegelijk. Zorn doet gewoon precies wat hij leuk vindt en dat kon het publiek waarderen.

Met Roy Hargrove had North Sea Jazz een ster van de straight-ahead jazz in huis. Elke noot die hij blies was raak. Vooral in de ballads liet hij horen dat zijn toonbeheersing perfect is. Ook saxofonist Justin Robinson blies de sterren van de hemel, hoewel hij af en toe iets te veel noten speelde. Drummer Quincy Phillips nam de beste drumsolo van de vrijdag voor zijn rekening.

Een andere briljante drummer is Willie Jones III, wiens optreden een lange rij voor de Madeira teweegbracht. Zijn feilloze techniek en muzikaliteit was indrukwekkend. Ieder ghostnootje dat hij speelde, was als een snufje zout om de maaltijd mee op smaak te brengen. Ook de rest van zijn kwintet was in vorm. Trompettist Eddie Henderson, pianist Danny Grissett en saxofonist Justin Robinson – dezelfde als bij Hargrove – lieten in zowel hun solo’s als in de begeleiding zien tot de wereldtop van de jazz te behoren. De jazz van Jones III kwam nog beter uit de verf dan die van Hargrove: de sfeer in de kleine Madeira was beter dan in de gigantische Hudson.

Bluesgitaristen
Dan de bluesgitaristen. ‘None of us had any sleep in the past 48 hours’, mummelde Shuggie Otis in de microfoon in de Congo, ‘but we don’t give a fuck. So here we go.’ De oude gitarist, die nooit echt bekend geworden is, oogde inderdaad wat vermoeid. Maar naarmate het optreden vorderde kwam Otis er steeds beter in. Zijn funky soul zat goed in elkaar en zijn oudemannenband speelde strak.


De E.S.T. Symphony met slagwerker Magnus Öström en trompettist Ibrahim Maalouf.

Imponerender was echter de powerblues van de Texaanse gitarist Gary Clark Jr, die met zijn scheurende, gewelddadige geluid de Maas op zijn grondvesten liet schudden. Het publiek waande zich terug in de jaren zestig door zijn sublieme solo’s, waarmee hij zo de stadions in kan.

In de Amazon had het grootste spektakel plaats: E.S.T. Symphony. De twee voormalige bandleden van de in 2008 overleden pianist Esbjörn Svensson speelden samen met het symfonieorkest van het Haagse Koninklijk Conservatorium. Met het orkest klonk de muziek van Svensson nog grootser, hypnotiserender en beklemmender dan voorheen. Verscheidene indrukwekkende muzikanten speelden mee, zoals Yuri Honing, Yaron Herman en Ibrahim Maalouf, wiens solo onder aanzwellend strijkersgeweld een episch hoogtepunt bereikte. Kippenvel bij het hele publiek. Ook Jamie Cullum zong een liedje mee.

Tomaatje
Met de barokke latinjazz van Michel Camilo en Tomatito (Tomaatje) werd de zaterdag afgesloten. De overvolle Hudson smulde van Camilo’s gepassioneerde muzikale uitspattingen. Ongelooflijk wat deze man kan. Soms leek hij razend op de piano, dan weer verliefd. Piano en gitaar sloten naadloos op elkaar aan en zorgden voor een dromerige, dreigende en dramatische set.


Zie ook:


© Jazzenzo 2010