Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

38e editie North Sea Jazz Festival afgeladen vol

FESTIVALRECENSIE. North Sea Jazz Festival, Ahoy, Rotterdam, 12 juli 2013
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers

Vrijdag startte de 38e editie van het North Sea Jazz Festival. Voor deze achtste Rotterdamse editie was dit de eerste keer dat die meteen al voor het hele weekend was uitverkocht. Dertien zalen,  verdeeld over drie verdiepingen. Alleen al bij de grote diversiteit aan (luxe) eet- en drinkgelegenheden, aanbieders van geluidsdragers en muziekapparatuur, vertegenwoordigers van diverse media enzovoort kon het publiek zich urenlang vermaken. Het aanbod aan muzikale diversiteit was net zo overweldigend.


Op de openingsavond speelden onder andere Larry Graham, Steve Coleman & Five Elements, en Eric Vloeimans en Martin Fondse met het Limburgs Symfonie Orkest.

Grote gevestigde en opkomende artiesten waren er: Eric Vloeimans en Martin Fondse met het Limburgs Symfonie Orkest, Diana Krall, Terence Blanchard, Lianne La Havas et cetera. Het ontlokte de New Yorkse saxofoniste Lakecia Benjamin op het Mississippi-buitenpodium de uitspraak: “Wow, wat een geweldig festival met zoveel grote artiesten. Het verbaast me dat jullie allemaal naar mij komen kijken.” Het grootste probleem? Keuzes maken.

De Amerikaanse saxofonist Steve Coleman had dit jaar een speciale avond in de Madeirazaal. Daar speelden naast hijzelf de artiesten van zijn keuze: Finlayson & Sicilian Defense, het Doug Hammond Quintet en Citizen X met Jean Bourelly. Vrijdag beet Jonathan Finlayson het spits af. Sicilian Defense, de naam van zijn band, is een term uit de schaaksport. Zowel Finlayson als Coleman zijn ervaren schakers. Elementen uit die sport komen dan ook terug in hun composities: structuren doorweven met strakke patronen als basis voor een polyritmische ondergrond.

Raamvertellingen
De trompettist presenteerde complexe raamvertellingen. Tussen een helder neergezet begin- en eindthema ontvouwde zich een zorgvuldig opgezet ritmisch bouwwerk met een mooie spanningsopbouw. Dat groove vele vormen kent liet zich hier horen. Finlayson speelde soms fel, maar veelal rustig en zorgvuldig formulerend. Een opvallende rol had gitarist Miles Okazaki. In een heel percussieve stijl liet hij patronen vloeiend overgaan van solo naar begeleiding en vice versa.

Later op de avond trad altsaxofonist Steve Coleman zelf aan met in de kleine bezetting Jonathan Finlayson op trompet, bassist Anthony Tidd en drummer Sean Rickman. Tevergeefs probeerden laatkomers de zaal nog in te komen. Het is bijna onmogelijk om ter plekke te ontleden en achterhalen hoe de ritmische puzzeltjes van Coleman in elkaar zitten. Moet je ook niet doen.

 
Carlos Santana (foto © Ron Beenen). Guillermo Celano verzorgde de jaarlijkse compositieopdracht. Anat Cohen won de Paul Acket Award 2013.

De nummers die Coleman speelde waren zo opgezet dat je makkelijk in de opgezette groove werd meegesleept. Tidds patronen bevatten een hoge notendichtheid en met een wat brommende sound bouwde hij stuwend de ondergrond voor het geheel. Als de blazers niet soleerden zetten ze de ritmes van Rickman kracht bij met een koebel. Daaroverheen klonken dan thema’s waarin (delen van) patronen terugkwamen, verschoven werden en op andere manieren in en om elkaar cirkelden.

In de Nile zette Larry Graham & Graham Central Station ’s middags de zaal op zijn kop. Je weet wat je krijgt: een lange intro waarbij de band het publiek opjut en Graham nog niet aanwezig is, een selectie uit het Grahamrepertoire, gastspelers en een natuurlijk enkele Sly & the Family Stoneklassiekers.

En is dat erg? Nee. Dit is de man die mede funkgeschiedenis schreef en eigenhandig de standaard zette voor elke zichzelf respecterende (funk)bassist. Dus kwam hij tijdens de intro op, door het publiek, ondertussen knallend ‘the one’ benadrukkend op zijn kenmerkende witte bas. Wat volgde was een dampend en stampend funkfeest. De uptempo stukken uit zijn eigen repertoire, met het hitsige ‘Rais up’, het titelstuk van zijn recente album, als hoogtepunt.

Prince
En op dat album kreeg hij steun van zijn goede vriend Prince, zo meldde hij. Dat was niet voor niets. Prince, ja, hij was het echt, verscheen zelf even op het podium en speelde, wat verlegen ogend en halfverscholen, op gitaar een nummer mee. Een hele tijd geleden speelde Graham in een groep met Sly Stone, zo zei hij. Eens traden ze op met de jonge band van de jonge gitarist Carlos Santana, op een festival, Woodstock.

Het was de opstap naar een reeks Slyklassiekers die door het publiek in de Nile luidkeels werd meegezongen. Ook hier een gast: de inmiddels wat oudere gitarist Carlos Santana speelde even mee. En er was nog een gast. Met bassist Mark King van Level 42 bracht Graham een set uit diens repertoire. Dat was minder geslaagd. Ander type funk maar vooral: twee van die slapkanonnen met beiden een dikke sound is wat teveel van het goede.


Mathias Eick trad met zijn kwintet op in de Yenisei. Pianist Yaron Herman met saxofonist Emile Parisien. Trompettist Jonathan Finlayson trad op met zijn band Sicilian Defense.

Santana trad vervolgens in de afgeladen Nile aan met zijn eigen band. Overweldigend zetten ze een geoliede latinrock-show neer, puttend uit oud en nieuw materiaal. Carlos Santana had er zin in. Hij soleerde veelvuldig en geïnspireerd. Eén aangeslagen noot is voldoende om hem te herkennen. Hij greep veel terug naar bluesgeoriënteerde solo’s met veel passie en fascinerend waren de improvisaties met zijn typische latin timing en frasering.

Tijdens de show werd veel gestrooid met citaten uit de pophistorie, zoals wat meer verstopt in ‘While my guitar gently weeps’ en ‘Sex and drugs and rock and roll’ en meer expliciet in bijvoorbeeld ‘Land of a thousand dances’ en ‘Roxanne’. Larry Graham deed ook even mee. In een jamsessieachtige sfeer ging het van funk en soul naar boogie en shuffle en terug, maar toen zette Santana weer even de punten op de i en werkte toe naar het slot van het optreden met een wervelend ‘Jingo’, met die typerende strakke en knallende percussie en het gierende orgel. Het vestigde maar weer eens de aandacht op de geweldige ritmesectie die de gitarist achter zich wist.

Ander vaatje
Uit een heel ander vaatje tapte het Mathias Eick Quintet in de Yenisei. In de warme zaal kon er niemand meer bij en wat volgde werd hogelijk gewaardeerd. Bij Eick waaien warme klanktapijten de zaal in. Breed en open, hetgeen nog eens versterkt wordt door de galm die op alle instrumenten is gezet. Daarboven schallen de thema’s uit Eicks trompet, niet zelden refererend aan Noorse folklore. Melodisch en sferisch zijn de steekwoorden maar soms wordt het fel, of ontstaat een strakke beat. Dat laatste is een mooi neveneffect van het feit dat Eick twee drummers bij zich heeft. Als die een patroon net uit fase spelen geeft dat het gewenste resultaat.

Pianist Yaron Herman verzorgde in de Yenisei een van de afsluitende optredens. Zijn trio is inmiddels uitgebreid met saxofonist Emile Parisien. Herman bouwt zorgvuldig weefwerkjes op van diverse partijen en put daarbij uit diverse bronnen. Subtiel brengt hij Oosterse ladders en sferen in en dan weer waaieren romantische brede akkoorden voorbij. Ingetogen, voortgestuwd door een repeterend baspatroon en met een mooie controle van de dynamiek.

Parisien zocht daarbinnen naar vertrekpunten voor zijn improvisaties. Op gezette tijden gaf een van de muzikanten tegengas en ontstond ruimte voor wendingen: felle uithalen, een stuk vrije improvisatie of soms een vette Weather-Reportachtige groove.


© Jazzenzo 2010