Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Nordanians in sterke verbinding met elkaar

CONCERTRECENSIE. Nordanians, Porgy en Bess Terneuzen, 17 maart 2013
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers

Vorig jaar kwam het album ‘Tabla rasa’ van Nordanians uit. Op die plaat laat de kersverse winnaar van de Boy Edgar Prijs 2013 Oene van Geel, samen met Niti Ranjan Biswas en Mark Tuinstra op respectievelijk altviool, tabla en gitaar een frisse mix horen van Indiase raga’s, Afrikaanse ritmes, funk en kamermuziek. Deze dag speelden deze Nordanians in Porgy en Bess in Terneuzen. En, ze namen een gast mee: de Brit Fraser Fifield.


Gastspeler Fraser Fifield met Nordanians Oene van Geel en Niti Ranjan Biswas.

De naam Nordanians heeft alles te maken met Amsterdam Noord. De heren wonen er bij elkaar in de buurt. Repeteren, jammen en ideeën uitwisselen wordt zo makkelijker. Maar ook het organiseren van bredere culturele uitspattingen. De muzikanten uit dit gezelschap houden van diverse muzikale stromingen en brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Die belandt vervolgens in de stukken en speelwijze.

In Terneuzen trapte Nordanians af met het titelstuk van de cd. Meteen werd duidelijk uit wat voor grote hoeveelheid muzikale ingrediënten de groep kan putten. Biswas zorgde voor een ritmisch rijke ondergrond. Met vingers en handpalmen verweefde hij doorlopende maar afwisselende pulsen, donkere bastonen en accenten en bovendien melodische elementen. Een genot om naar te kijken en luisteren. Biswas schakelt snel van raga’s naar meer Westers klinkende ondersteuning, tot aan Braziliaans, hiphop en swingend meegaand met een walking bass.

Oene van Geel
Hiphop? Ja, funky elementen en beat te over bij Nordanians. Sterker nog, gedrieën mengen ze human beatboxing in gezongen Indiase ritmes. En een walking bass? Ja hoor, want Oene van Geel leidt zijn altviool door een serie elektronische effecten en gebruikt soms een octaver om het geluid van een contrabas te benaderen. Ook hij demonstreert een veelvoud aan speelstijlen. Akkoorden aanslaand als speelt hij slaggitaar, pizzicato loopjes met Tuinman dubbelend of met snelle glijbewegingen klinkend als een sitar of anderzijds Oosters instrument.

En de stukken? Onzinnig om daar een genre aan te willen verbinden. Ze zijn vaak opgebouwd rond een bepaalde (ritmische) stijl die als uitgangspunt dient voor allerlei uitstapjes. Neem nu ‘Nasty Nordanians’, aangekondigd als een metalnummer. En, inderdaad, de overstuurde gitaar en de zware cadans zetten je op dat spoor. Maar langzaam sluipt een aantal ritmische vondsten onder de cadans en worden de thema’s steeds verder opgerekt.


Foto midden: Fraser Fifield, Oene van Geel, Niti Ranjan Biswas en gitarist Mark Tuinstra.

Of ‘North brown’, ‘a small tribute from Amsterdam Noord to James Brown’, een erg funky nummer. Maar ineens is daar het stukje kamermuziek dat er wordt ingevlochten. De stukken zitten soms complex in elkaar, qua ritmiek, dichtheid en diversiteit in verhaallijnen. Maar de muzikanten laten zich geen beperkingen opleggen, zijn continu op verkenning en scheppen daar duidelijk veel lol in.

Funky loopjes
Tuinstra heeft een heel arsenaal aan funky loopjes en slagjes en zet makkelijk Afrikaans georiënteerde ritmiek neer. Maar met het kleine en ingetogen ‘Hal’s motor’ en in ‘Daraa’, beide van zijn hand, laat hij zijn melancholische kant horen. Via diverse omzwervingen wordt een fikse spanning opgebouwd en komt  men weer bij het thema.

Nordanians werkt graag met gastmuzikanten. In Porgy en Bess had de band gezelschap van Fraser Fifield. Van Geel ontmoette deze muzikant op Take Five Europe in Engeland. Op dat evenement speelden tien jazzmusici uit vijf Europese landen en ontmoetten belangrijke organisatoren en andere specialisten uit de Europese jazzscene elkaar. Het klikte meteen met de band.

Fifield speelde in Porgy en Bess doedelzak, low whistle en sopraansax. Hij zit evengoed in de jazz als in de Schotse traditionele muziek en weet dat op een heel speciale manier te combineren. Invloeden uit allerlei windstreken komen ook bij hem voorbij.

Van Fraser werd ‘Science of life’, ‘Psalm’ en ‘Old ways’ gebracht, dat net drie dagen oud was. De Schot speelde op de meeste stukken van de setlist mee. Veelal op low whistle, een enkele keer op doedelzak en saxofoon. Hij paste naadloos in het geheel, zowel qua geluid als spel. Over de drone van de doelzak speelde hij schelle thema’s en met de low whistle dubbelde hij vaak partijen met de anderen. En, op alle instrumenten die hij bij zich had interacteerde en improviseerde hij trefzeker mee.

Luisteren
Zoveel is duidelijk: dit zijn muzikanten die echt naar elkaar luisteren en sterk met elkaar in verbinding staan en een gezonde dosis spelplezier en humor toevoegen. En dat beklijft.


© Jazzenzo 2010