Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

De perfecte husselmethode van De Jongens Driest

CONCERTRECENSIE. De Jongens Driest Brass Quintet, Paradox Tilburg, 25 januari 2013
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden

Als je in Kramers Woordenboek Nederlands het woord ‘driest’ opzoekt, krijg je er twee synoniemen voor: ‘onbesuisd’ en ‘overmoedig’. En kijk je bij ‘jongen’, dan krijg je als eerste betekenis ‘mannelijk kind’ opgediend. Als je die drie woorden bij elkaar optelt, dan levert dat de waardevolste uitleg op voor de groepsnaam De Jongens Driest: mannelijke kinderen die onbesuisd en overmoedig – in dit geval – muziek te lijf gaan.


De Jongens Driest met slagwerker Michael Vatcher en blazer Matt Darriau (r) op het podium van Paradox.

Want dat doen ze, De Jongens Driest uit het noorden van Nederland. Zonder inachtneming van zichzelf, zonder grenzen te aanvaarden, zonder vooraf gestelde esthetische (en ethische) normen, zonder angst voor fiasco’s. Als jonge honden beoefenaren van een muziekconcept dat zijn weerga niet kent.

Die spelopvatting omvat - zoals dat tegenwoordig vaak het geval is - allerlei muziekculturen. Die uit de Balkan, evenals salsa, punkrock, Zuidafrikaanse highlife, klezmer, free jazz plus eigentijdse Nederlandse jazz. Met oneindig vakmanschap uit de losse mouw aan elkaar gebreid, door elkaar gehusseld, van nieuwe accenten voorzien. En dan ook nog naar de werkwijze van de grote brassbands met als instrumentarium sousafoon, trombone, tenorsaxofoon, altsaxofoon, fluit en klarinetten. Aangevuld met het slagwerk en de percussieprulletjes van Michael Vatcher.

Tuin
Het concert in Tilburg begon met het ontsluiten van De Jongens Driest’s tuin van geluiden. Michael Vatcher met kleine geluiden, die hij met een strijkstok ontlokte aan een timmermanszaag, met lichte klopjes op de beker van Arno Bakkers sousafoon, met de fluit van Matt Darriau, het ineenvloeien van de tenorsaxofoon van Janfie van Strien en de trombone van Joop van der Linden. En ja, dan ontstaat er iets: rijke klanklandschappen die je een stille mens doen voelen.

Het zijn díe sfeerbeelden die betijen. Als in een losse New Orleansblues trombone en sousafoon dromerig lijken weg te zakken in het ver-weg-slagwerk van Vatcher. Waarop Darriau structureel gaat onderbouwen, lees: meer gewicht in ritmiek en improvisatie komt neerleggen.


De Jongens Driest Brass Quintet met Arno Bakker op sousafoon en saxofonist Janfie van Strien.

‘All Individuals’ is de titel van een van de stukken die ook in Tilburg werd gespeeld. En zo is het maar net: individuen zijn het, De Jongens Driest en hun gasten Darriau en Vatcher. In muziek vertaald creëerden de individuen in dit stuk een dansend intro van de sousafoon dat de opmaat vormde voor een klezmertotaalklank, voornamelijk gevormd door de klarinetten van Darriau en Van Strien.

Ja, die sousafoon, zelden wordt hij zo mooi bespeeld als door Arno Bakker. Niet alleen zoals in de oude marching bands, maar ook als melodie-instrument, als brug waaraan de anderen konden hangen. En waaraan Arno Bakker zowaar korte melodische lijnen wist te ontlokken. Alles ten dienste van de swing.

Massale groepsimprovisatie gaat over in kleine zaken bij De Jongens Driest Brass Quintet. Zoals een intro van Michael Vatcher in het stuk 'Cause I’m Going Down', waarbij de slagwerker met de bovenkant van zijn handen de vellen van zijn drumstel beschuifelt.

Noorderlingen
Een uitgerekende kans is het geweest, dat de drie noorderlingen de zo veelzijdige en eigenzinnige Vatcher wisten in te palmen. Evenals de uitnodiging aan de New Yorker Matt Darriau naar Groningen te komen; met zijn klarinet die zijn meest naaste bloedverwant is. Waarmee hij vaak de klezmergedeelten, maar ook de Balkaninvloeden aanvoert: met die broodnodige, maar o zo van pas komende swing.

De Jongens Driest, mét Michael Vatcher en Matt Darriau is een toporkest. Dat ook nog eens dezer dagen een schitterende plaat heeft uitgebracht: ‘In Full Colour’ van het De Jongens Driest Brass Quintet. Waarop ze waar maken wat ze op het podium laten horen. Zoals ze op het podium lieten horen wat ze op de cd spelen. Onverkort en goudeerlijk.


© Jazzenzo 2010