Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Paul Klee 4TET - Philip Glass Quartets

CD-RECENSIE

Paul Klee 4TET - Philip Glass Quartets
bezetting: Alessandro Fagiuoli; viol, Stefano; Antonello; viool, Andrea Amendola; altviool, Luca Paccagnella; cello
opgenomen: 2008
release: 2008 (Nederland 2010)
label: Blue Serge / Challenge
tracks: 20 (5 strijkkwartetten)
tijd: 79:25
websites: www.quartettopaulklee.it - www.blueserge.it - www.challenge.nl
door: Mischa Andriessen


Het kan raar lopen in een leven. Begin jaren zeventig verscheen componist Philip Glass aan het firmament als een avant-gardist. Samen met Steve Reich bracht hij in beeldende kunstmusea een nieuw soort muziek ten gehore die als Minimal Music werd gemunt. Een term waarvan zowel Glass als Reich zich later zou distantiëren, zoals ze zich later ook van elkaar distantieerden.

Een van de uitgangspunten waarin de twee elkaar aanvankelijk vonden, was dat ze de klassieke muziek wilden bevrijden uit het atonale en seriële keurslijf waarin het na de tweede wereldoorlog terechtgekomen was. Tegenover schijnbaar eenvoudige melodieën die eindeloos herhaald werden, werd een complexe ritmische ordening gezet. Door de subtiele verschuivingen in het ritme veranderde ook de ervaring van de melodie.

Glass is de componist die daarmee het grootste commerciële succes boekte, hij was enige tijd zelfs de best verkopende klassieke componist ooit. Dat succes had hij volgens velen te danken aan een eindeloze herhaling van de door hem zelf ontdekte muzikale principes, die vlakker en vlakker werden uitgevoerd.

Dat Glass als componist niet zomaar moet worden afgeschreven, bewijst de cd van het Italiaanse Paul Klee 4TET waarop de vijf strijkkwartetten staan die Glass tussen 1966 en 1991 schreef. Heel interessant is het eerste werk waarin Glass zich nog aan het loswerken is van de klassieke muziek uit die tijd en hij zijn eigen vorm nog niet gevonden heeft. De harmonieën wringen daar nog, op een heel spannende manier, te meer daar duidelijk is (wetende in welke richting Glass zich zou ontwikkelen) dat naar een heldere eenvoud wordt gezocht die nog niet binnen handbereik is.

Er zit zeventien jaar tussen het eerste en het tweede strijkkwartet. In die tijd heeft Glass zijn eigen stijl ruimschoots gevonden en vervolmaakt. De gladheid die veel muziek van Glass is gaan kenmerken, ontbreekt hier. Het geluid van het strijkkwartet is er te warmbloedig voor en bovendien vraagt het veel van een componist om voor zo’n kleine bezetting muziek te schrijven die op hetzelfde moment mechanisch en toch niet monotoon klinkt. Iets zoets sluipt er gaandeweg wel in de stukken, maar ze blijven onderhoudend, minder uitgekauwd en bloedeloos dan sommig ander werk van Glass.


© Jazzenzo 2010