Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Terugkijken voor de toekomst

CONCERTRECENSIE. North Sea Jazz 2012, Ahoy Rotterdam, zondag 8 juli 2012
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Andriessen

In de liner-notes van zijn nieuwe cd refereert Christian Scott aan een discussie met oudere jazzfans die zijn muziek geen jazz vinden. Hedendaagse jazz en de traditie van jazz, ze kunnen niet zonder elkaar, maar het wordt steeds duidelijker dat ze elkaar ook los moeten laten. Maar hoe? 


Neil Cowley, trompettist Diederik Rijpstra met zijn Wampum en Archie Shepp sierden onder meer het affiche van de slotdag van North Sea Jazz 2012.

Dat is aan iedere muzikant iets om voor zichzelf te bepalen. Iemand als Robert Glasper vindt dat jazz zich per definitie te veel in het verleden afspeelt, dat het een genre is geworden dat alleen voor ingewijden toegankelijk is, een taal waarmee je je buiten de jazz niet verstaanbaar kunt maken, muziek die vrij hoort te zijn maar stijf vast zit aan conventies. Dat losmaken makkelijker gezegd is dan gedaan, bewijst Glasper zelf, want ook hij grijpt wel degelijk terug. Christian Scott erkent het belang van de traditie zonder meer, maar rekent wel degelijk af met allerlei ongeschreven wetten. Dus hoeft er niet in elk nummer gesoleerd te worden, laat staan door alle bandleden. 

Je kunt optimistisch zijn over de toekomst van de jazz of somber. Je kunt de grenzen afbakenen of open zetten, de definitie van het genre inperken of uitbreiden; feit is dat het nodige verandert en of de richting waarin die veranderingen zich bewegen je nou aanspreekt of niet; die veranderingen in zichzelf duiden op leven en dat kan nooit een slecht teken zijn.

Het is veelzeggend dat juist de kleine zalen op het North Sea Jazz Festival vaak vol zaten, dat veel mensen nieuwsgierig zijn en bijvoorbeeld Reinier Baas of Diederik Rijpstra voor een keer verkiezen boven Brad Mehldau of Wayne Shorter. Ook de festivalgangers moeten soms loslaten en de thuis gemaakte plannen laten varen. Geen kwaad woord over Joshua Redman en The Bad Plus, maar met twee dagen muziek achter de kiezen, viel daar voor mij het besluit om niet voor de grote namen te gaan, maar te kijken wat er her en der gebeurde. Nee, het was niet alles goud wat er blonk, maar er was genoeg om uiteindelijk voldaan naar huis te gaan. 

Relevant
Om het af te leren even naar de Nile waar veel voormalige huurlingen van Miles Davis samen met diens aangewezen troonopvolger Wallace Roney onder de verwarrende noemer ‘Miles Smiles’ een ode aan de meester brachten. Vaststellen dat hun show aan de verwachtingen voldeed, is enerzijds de erkenning van het grote vakmanschap van de musici, anderzijds is het de innerlijke constatering dat jazz niet te veel aan verwachtingen zou moeten voldoen.


Marius Neset Golden Xplosion. Estafest. Joshua Redman met The Bad Plus op North Sea Jazz.

De eigenwijze club musici die zich onder de geestige naam The More Socially Relevant Music Ensemble verzamelde, bleek een goed voorbeeld van de voorzichtige gedaanteverwisseling die jazz ondergaat. Vanuit een gedegen achtergrond wordt naar iets nieuws toegewerkt. Ja, er worden veel noten gespeeld en ja, soms had een afslag minder een sterker nummer opgeleverd. Maar de indruk overheerste dat er iets gaande was, dat jonge musici aan het begin van een eigen pad stonden die zich minder bekommerden om hoe het hoort dan om wat ze zelf willen. Intelligent én speels, en met de aanzet tot een eigen verhaal.

Adem
Ook fris was het Neil Cowley Trio, vergezeld door het strijkkwartet The Mount Molehill Strings. Cowley en zijn mannen hebben de mosterd vooral in de pop gehaald. Niet moeilijk doen, liever een dwingende beat dan complexe ritmische figuren, liever een met flair gehamerde meezingmelodie dan vernuftige harmonische exercities. Zeker met de strijkers erbij af en toe op en soms ook over de rand van kitsch, maar sympathiek en vitaal, en in zekere zin een rustpunt in het programma, een moment om op adem te komen, het hoofd leeg te maken voor een volgend optreden. 

Die adem was nodig bij het concert van de jonge Noorse saxofonist Marius Neset, die met zoveel vuur speelde dat voor hem zelf ook uithijgtijd noodzakelijk was. Tijd waarin het trio dat hem munitie leverde, eigenhandig het vuurwerk verzorgde. Daarin voorgegaan door drummer Anton Eger die zich met besmettelijk enthousiasme van zijn taak kweet. De paar mannen die bij een ballad binnenstapten en na het maken van een gaapgebaar meteen weer de zaal verlieten, hadden eigenlijk  verplicht moeten worden om even later bij het nummer ‘Golden Xplosion’ weer de Darling te betreden, want dat was furieuze en letterlijk adembenemende muziek. 

What’s new?
Diederik Rijpstra speelde vervolgens in Yenisei met zijn Wampum, voor de verandering met Harmen Fraanje achter de piano. Voor wie het nog niet wist: Rijpstra is een heerlijke trompettist, geestig, lyrisch en subtiel. Zijn toonzetting stemt vrolijk en melancholisch tegelijk, alsof weemoed en optimisme daarin versmelten. Er klinkt verwantschap met Ralph Alessi in zijn spel door. Maar Rijpstra heeft een herkenbare eigen stijl, een die je er met de ogen dicht zou kunnen uitpikken, wat helaas toch maar voor weinig muzikanten geldt. Hoewel de Yenisei een pijpenla is met een laag plafond, kwam de ruimtelijke sfeer van nummers als ‘Green Card’ bijzonder goed over. Dat was de verdienste van het zeer inlevende samenspel van Rijpstra, Fraanje, contrabassist Clemens van der Feen en drummer Joost Lijbaart.


Neil Cowley Trio met The Mount Molehill Strings. Ook Hiromi en Oumou Sangaré speelden op de slotdag.

Celliste – zangeres Ayanna Witter – Johnson kwam later nog aanschuiven, maar het slot van het optreden van een andere geweldige, jonge trompettist Ambrose Akinmusire moest worden meegepikt. Akinmusire heeft de jazzgeschiedenis bestudeerd tot hij er naar eigen zeggen overspannen van werd en noodgedwongen een jaar lang naar Björk en Arvo Pärt moest luisteren.

Hij kan halsoverkop bebop spelen, heeft een heel assortiment spectaculaire effecten in huis waarin zijn voorliefde voor oude helden als Bubber Miley doorklinkt, maar hij kan ook zacht en ingetogen spelen met een geweldige instrumentbeheersing en  een grote sensibiliteit. Met de komst van de jonge pianist Sam Harris wordt vooral die gevoelige kant in de muziek nog meer naar voren gehaald en dat is pure winst. ‘What’s new’ heet een van de stukken op zijn meest recente cd (toevallig de enige standard). Nou, dat nieuwe lijkt hij toch op het spoor te komen.

Het stokje overgeven
Opnieuw in Yenisei stond puike Nederlandse jazz geprogrammeerd: Estafest. Het kwartet begon met twee indrukwekkende duo’s. Eerst violist Oene van Geel met pianist Jeroen van Vliet, daarna gitarist Anton Goudsmit met saxofonist Mete Erker. ‘Ben benieuwd’ heette dat laatste stuk en dat benieuwd zijn leidde naar Archie Shepp, hoe zou het met die oude jeugdheld zijn?

Hetzelfde als pak hem beet vijftien jaar terug. Zelfde band, zelfde nummers, jazz als een museum. Een saai museum. Het is Shepp geweest waardoor ik überhaupt voor jazz ben gewonnen, met een uit de uitverkoopbak gered exemplaar van ‘Blasé’. Bij de Plaatboef in Utrecht en het Jazzcenter in Den Haag kocht ik elke plaat die  ik van hem kon vinden (en betalen). Ik schreef mijn scriptie onder meer over hem en ontmoette hem twee keer, niet meteen aangename maar heuglijke gebeurtenissen.

Er is geen jazzartiest die ik vaker heb zien spelen, ik had beter moeten weten en bij Estafest moeten blijven of elders op zoek moeten gaan naar muziek die leefde en vonkte. Hé, Boudewijn de Groot begon in mijn hoofd te zingen: ‘Want er komen andere tijden.’

Na een bijzonder festival ging ik naar huis in die tweeslachtige stemming die Diederik Rijpstra zo fraai in zijn spel samenbrengt: optimistisch en melancholiek.

Meer North Sea Jazz 2012


© Jazzenzo 2010