Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

‘Ik heb het altijd leuk gevonden aan knopjes te zitten’

INTERVIEW
door: Rinus van der Heijden









Lekker improviseren met de laptop, zo omschrijft Bram Stadhouders zijn muzikale ontwikkeling. Foto © Gemma Kessels.


Ineens behoort hij tot de (tamelijk) Bekende Nederlanders. Vorig jaar speelde Bram Stadhouders met de Noorse slagwerker Terje Isungset in het project ‘Ice Music’ op een gitaar van ijs op het North Sea Jazz Festival (NSJF). Ook werd hij dat jaar geselecteerd om deel te nemen aan het Europese artiestenbevorderingstraject ‘Take Five: Europe’. En nu heeft het NSJF hem uitgenodigd voor  een compositie-opdracht. Met zijn 25 jaar is de Tilburger de jongste componist ooit die zo’n opdracht mocht aanvaarden.

“Tja, het North Sea Jazz Festival. Ik dacht zelf ook dat ik misschien nog wel dertig jaar moest wachten, voordat ik daar een keer kon spelen”, lacht Bram Stadhouders. “Nederland begint me wel te kennen. Een paar jaar geleden moest ik op de Jazzdag moeite doen bij programmeurs die daar rondliepen om mijn projecten te verkopen. Nu spreken ze míj aan. Dat is wel een groot voordeel, ja.”

De MCN Compositieopdracht North Sea Jazz 2012 was een verrassing voor Bram Stadhouders. Kennelijk ook voor de jury want die vermeldde in haar rapport: ‘De jury is benieuwd hoe hij zijn bijzondere sound zal weten te vertalen naar een andere bezetting’. Wel, die nieuwsgierigheid wordt vrijdag volledig bevredigd als bij de start van NSJF 2012 Bram Stadhouders in Rotterdam aantreedt met een toetsenist/laptopspeler, slagwerker en acht koorleden van het Nederlands Kamerkoor. Zij vertolken negen eigen stukken van de zo talentvolle Tilburger in een project dat hij de naam ‘Henosis’ (Grieks voor ‘eenheid’) meegaf.

Vooral de deelname van een koor intrigeert. Bram Stadhouders liep echter al jaren rond met het idee ‘iets met een koor’ te gaan doen. “Ik wilde niet per se koormuziek, maar gewoon de stem gaan benadrukken. Een stem is de directe expressie van emotie. En omdat ik zelf niet kan zingen, vond ik het wel leuk voor een koor te schrijven.”

Uit het niets
Twee stukken voor de compositieopdracht haalde Bram Stadhouders uit eigen portefeuille, de andere zeven ontstonden zomaar uit het niets. “Ik laadde een nepkoor, drums en percussie in mijn laptop en ging daarna zelf alle muziek inspelen. Voor het koor heb ik alles uitgeschreven, voor de laptop en keyboards van David Hoogerheide en het slagwerk van Onno Govaert behoorlijk wat. Dit is het meest uitgeschreven ding dat ik ooit onder handen heb genomen. Ik geef mijn medespelers meestal alle vrijheid, nu is alles redelijk dichtgetimmerd.”

De verhouding gecomponeerd-geïmproviseerd ligt volgens de componist/gitarist op 80-20. “In de collectieve improvisaties mag het koor ook een beetje improviseren, maar het is dat natuurlijk niet gewend. In mijn gitaarsolo’s zit ook improvisatie, maar alles gaat wel door de laptop heen. Daardoor kan ik met galm de muziek wat ruimtelijker maken. Bovendien gebruik ik ook een gitaarsynthesizer.”

Op ‘zijn’ koor is Bram Stadhouders trots. “In samenwerking met Muzieklab Brabant kwam ik uit bij het Nederlands Kamerkoor, een van de beste in Europa. Het is toch geweldig je eigen muziek uit die monden te horen komen. We hebben nu drie keer gerepeteerd en ik ben best tevreden.”











‘Ik dacht dat het wel dertig jaar zou duren, voordat het North Sea
Jazz Festival mij zou uitnodigen’. Foto © Gemma Kessels.



Meteen na het toekennen van de compositieopdracht ging Bram Stadhouders aan de slag. In zijn hoofd borrelde op hetzelfde moment de muziek op die hij voor ogen had, een bijzondere gave waarmee de componist zijn computer ging ‘voeden’. “Alle composities ontstonden binnen een half jaar. Mijn ideeën speelde ik direct in op de laptop om er vrij mee te gaan improviseren. Voor het koor schreef ik de muziek uit en zo ontstonden de negen stukken.”

Het werken aan de compositieopdracht ervoer Bram Stadhouders als “heel interessant. Het is leuk de ontmoeting aan te gaan met klassieke muziek. Om het precies te krijgen zoals ik wil, moet ik alles uitschrijven. Ik wil dit wel vaker doen, maar vrije improvisatie is te leuk om níet te blijven doen. Ook om zelf uit te voeren. Ik hoop dat veel programmeurs vrijdag ‘Henosis’ komen zien en het willen boeken. Ik zou het nog wel honderd keer willen spelen.”

Muzikale familie
Bram Stadhouders komt zoals dat heet, uit een muzikale familie. Zijn vader heeft een gitaarschool, zijn moeder is pianolerares en zijn twee jaar jongere broer Jasper timmert inmiddels ook volop aan de wegen van de gitaar. “Toen ik zes was speelde ik gitaar en piano, maar van mijn ouders moest ik kiezen voor één instrument. Dat werd de gitaar. Vanaf toen kreeg ik wekelijks les van mijn vader en moest ik elke dag een half uur oefenen. Dat duurde tot mijn elfde, twaalfde jaar. Ik ben toen even naar de muziekschool gegaan en toen ik zestien was heb ik de vooropleiding van het conservatorium in Tilburg gedaan.”

Inmiddels was Bram Stadhouders al aan het experimenteren geslagen met een laptop, die hij twee jaar eerder kreeg. Geen wonder dat zijn hart trok naar de faculteit Kunst, Media en Technologie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Daar studeerde hij van zijn 19e tot zijn 22e en in die tijd verhuisde hij naar Amsterdam. “De faculteit was een vrije school, waar je kon doen wat je leuk vond. Je leerde er geen jazz, maar ging je eigen muziek ontwikkelen. Als er maar elektronica in zat, dan was het goed. Je kon er lekker experimenteren met je laptop en omdat andere studenten daar ook mee bezig waren, kon je zaken uitwisselen. Daar heb ik geleerd gitaar en computer te combineren. Voor mij is dat nog altijd één geheel.”

Met die achtergrond voelt Bram Stadhouders zich ook geen jazzmusicus, hoewel hij daar wel een hoop inspiratie vandaan haalde. “Ik ben gewoon musicus”, zegt hij. Met jazz groeide hij op. “Als ukkie mocht ik tijdens sessies in muziekpodium Paradox meespelen. Daar werd volop geïmproviseerd en dat was voor mij een grote leerschool.”

Andere inspiratiebronnen kwamen van de uitgebreide  grammofoonplatenverzameling van zijn vader. “Miles Davis en John Coltrane hè. Maar het was vooral Pat Metheny die mij al jong aansprak. Hij is altijd vernieuwend met elektronische dingen bezig. Jazzmuziek begreep ik nog niet en toen ik rond mijn vijftiende naar een concert van het Pat Metheny Trio ging dat jazz speelde, snapte ik dat niet. Ik was zwaar teleurgesteld.” Later viel alles echter op zijn plaats. “De eerste jazz-cd die ik kocht was met muziek van Wes Montgomery.”

Ook rockmuziek ging niet aan Bram Stadhouders voorbij. Van zijn tiende tot zijn veertiende speelde hij met broer Jasper in een rockband. “Dat was een en al Jimi Hendrix, Lenny Kravitz en Anouk”, lacht hij.

Wereld van verschil
De twee broers Bram en Jasper schelen in leeftijd maar twee jaar, maar er heerst een wereld van verschil tussen beiden. De oudste maakt muziek die zich zich afspeelt tussen ambient, eigentijdse elektronische muziek en vrij geïmproviseerde jazz. Jasper Stadhouders maakt op dit moment furore met het trio Cactus Truck, dat alle verworvenheden van de onverbiddelijke free jazz in zich draagt.











‘Ik hoop stiekem dat Pat Metheny naar mij komt luisteren’.

Foto © Gemma Kessels.


“Wij zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden”, zegt  Bram Stadhouders stellig. “Jasper is veel drukker en daarom misschien zijn muziek ook. Onze ouders stimuleerden ons ons eigen ding te ontwikkelen.” Waardoor Bram introverter werd en Jasper uitbundiger. “Tussen ons bestaat een gezonde concurrentie”, vat Bram Stadhouders de verschillen samen.

De vrijheid die zijn ouders hem verleenden om zijn ‘eigen ding te ontwikkelen’, maakte dat hij thuis ging experimenteren met de gitaar en elektronica. “Op een gegeven moment kom je tot iets dat bij je past. Gelukkig had ik (slagwerker en plaatsgenoot) Onno Govaert in de buurt. Met hem heb ik mijn hele ontwikkeling doorlopen, ook het gebruik van de laptop. Ik heb het altijd leuk gevonden om aan knopjes te zitten”, verklaart hij die drang.

“Natuurlijk heb ik ook geluisterd naar Karlheinz Stockhausen, maar dat was slechts interessant voor een korte periode. Tijdens een sessie in Paradox raadde Harmen Fraanje me aan eens te luisteren naar die en die musici. Dat deed ik en de wereld ging op zijn kop. Het ging om musici die hun cd’s uitbrengen bij het Noorse label Rune Grammofon. Arve Henriksen en Sidsel Endresen bijvoorbeeld. Met soortgelijke muziek was ik al een beetje bezig, maar tot dan wist ik niet dat die wereld bestond.”

Sindsdien sluit Bram Stadhouders Noorwegen in zijn hart. Slagwerker Terje Isungset vroeg hem begin 2010 voor ‘Ice Music’, een project met instrumenten van ijs; met zangeres Endresen en de befaamde Amerikaanse slagwerker Jim Black vormt hij een trio, dat inmiddels ook een cd uitbracht. En via zijn contact met Terje Isungset ontmoette hij de gezaghebbende Poolse saxofonist Grzech Piotrowski, die hem nu regelmatig uitnodigt. Hij is inmiddels al een keer of vijftien in Polen geweest.

“Ik speel het vaakst in Nederland, maar daarna toch wel in Noorwegen en Polen. In eigen land word ik gelukkig vaak gevraagd. Tot twee jaar geleden deed ik mijn eigen boekingen, maar ik vond het nogal frustrerend mezelf steeds te moeten verkopen. Toch speelde ik voorheen vaker dan nu, maar door de paar projecten die ik deed ben ik nu wel bekender.”

Arve Henriksen
Kort geleden vroegen pianist Wolfert Brederode en Martin Fondse hem in te vallen. “Met hen wil ik wel vaker spelen”, zegt Bram Stadhouders met een zekere graagte. “Maar ook met de Noorse trompettist Arve Henriksen. En met Pat Metheny natuurlijk. Hij staat dit jaar ook op North Sea. Ik hoop stiekem dat hij komt kijken als wij ‘Henosis’ opvoeren.”

Bram Stadhouders heeft in enkele jaren al heel wat bereikt binnen zijn muziek. Heeft hij daarmee zijn ideale muziekbeeld verwezenlijkt? “Soms heb ik mijn ideale muziek in het hoofd. Maar als ik die dan wil maken, wordt zij altijd een soort van anders. Een ideaalbeeld aan de realiteit toetsen gaat niet altijd. Maar wat er dan uitkomt, beschouw ik dan maar weer als ideaal. Als ik echter bij het improviseren in een flow zit, dan floept alles er wel eens helemaal uit. Dan kun je er niets meer aan veranderen. Maar met componeren is dat niet altijd even gemakkelijk, dan moet je gaan bijschaven.”


© Jazzenzo 2010