Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Anders Jormin - Ad Lucem

CD-RECENSIE

Anders Jormin - Ad Lucem
bezetting: Mariam Wallentin, Erika Angell stem; Fredrik Ljungkvist klarinetten, tenorsaxofoon; Anders Jormin contrabas; Jon Fält drums
opgenomen: januari 2011
release: 2012
label: ECM Records
tracks: 12
tijd: 52:39
websites: www.myspace.com/andersjormin - www.ecmrecords.nl
door: Jan Jasper Tamboer



Het eerste dat opvalt aan het album 'Ad Lucem' van de Zweedse contrabassist en componist Anders Jormin, is dat de titels en teksten zijn gesteld in het Latijn, met uitzondering van 'Lux Animae', dat in het Engels is gezongen. In de nummers 'Vigor' en 'Clamor' zingen Mariam Wallentin en Erika Angell woordloze klanken, waardoor de vocalen eerder aan geïmproviseerde stemkunst doen denken dan aan conventionele zang. Het was Jormins opzet om een gevoel van eeuwigheid en mysterie te ontlenen aan de antieke en dode taal van het Latijn en dat samen te voegen met het creatieve van improvisatie. Daarin is hij geslaagd en het resultaat is beslist opvallend.

Bij Latijn heb je al gauw associaties met de rooms-katholieke kerk en ofschoon de teksten op 'Ad Lucem' niet religieus van aard zijn, lijken ze in samenhang met de muziek soms liturgische waarde te hebben. Dat wordt nooit concreet, maar wordt gevormd door een besef van tijdloosheid en het hogere. De songs heten echter niet 'Sanctus' of 'Agnus Dei', maar hebben profane titels als 'Hic et Nunc' (hier en nu), 'Quibus' (gek, zot) of 'Clamor' (ruis). En tussen de verheven sferen door hoor je gewoon modale jazz, freejazz en folk.

Kenmerkend voor de klank van 'Ad Lucem' in zijn algemeenheid is de tweestemmige zang van Wallentin en Angell. Op sommige nummers bepalen de tenorsaxofoon of (bas)klarinet van Fredrik Ljungkvist en het slagwerk van Jon Fält het geluid en op 'Quibus' laat Jormin prominent horen hoe krachtig en strak een contrabas kan klinken. Dat geeft een indicatie van de gevarieerdheid van dit album, dat meerdere gezichten laat zien.

Soms wordt het wat onrustig, vooral als zich onbestemde gedachten in het hoofd van slagwerker Fält lijken af te spelen. Dit werkt erg aanstekelijk op het gemoed van Ljungkvist, wat uitpakt in een turbulent spel in de vrije ruimte. De rietblazer vertoont daarbij Coltranesque trekken met grillig en hectisch saxofoonspel. De beide zangeressen herpakken daarna de rust in een onverstoorbaar serene samenzang.

Of deze muziek een eeuwigheid meegaat is onzeker, maar voor het hier en nu volstaat zij voortreffelijk.  



Anders Jormin – Quibus
Album: Ad Lucem (2012)


© Jazzenzo 2010