Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Een imposante roep uit de massagraven

CONCERTRECENSIE. ‘Requiem voor Auschwitz’, Nieuwe Kerk Amsterdam, 3 mei ’12. Met Roma- und Sinti Philharmoniker o.l.v. Riccardo M. Sahiti; solisten; Studentenkoor Amsterdam o.l.v. Servaas Schreuders en organist Jan Raas. 
beeld: Jan van Eerd
door: Rinus van der Heijden

Zelden heeft een dodenmis een imposantere indruk nagelaten dan het ‘Requiem voor Auschwitz’ van de hand van Sinticomponist Roger ‘Moreno’ Rathgeb. Een dodenmis die niet alleen de miljoenen slachtoffers van de Holocaust herdenkt, maar vooral een muzikaal monument is dat ook trots, blijdschap, respect en waardering voor de wereld van nú herbergt. Een gedenkteken dat zijn weerga niet kent en een onverbiddelijke plaats opeist tussen de honderden dodenmissen die componisten vóór Rathgeb al schreven.


Componist Roger 'Moreno' Rathgeb en dirigent Riccardo M. Sahiti; Studentenkoor Amsterdam; overzicht Nieuwe Kerk.

Trots, die voerde de boventoon tijdens de gedenkwaardige première in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Trots dat ondanks de vernietigingstactieken van de nazi’s, de Sinti en Roma – en de joden en homoseksuelen – niet zijn uitgestorven en fier voortleven. Ook al worden deze bevolkingsgroepen nog steeds onderdrukt. Maar dankzij het ‘Requiem voor Auschwitz’, dat naast een eerbetoon aan de miljoenen slachtoffers van de nazi’s ook de gelegenheid te baat neemt de situatie van deze onderdrukten te belichten, wordt duidelijk dat Sinti en Roma, joden en homoseksuelen een plek op deze aarde verdienen, die gelijkwaardig is aan die van ieder ander. Het ‘Requiem voor Auschwitz’ is tegelijkertijd mis voor de doden en veilige schuilplaats voor de levenden.

Componist Roger ‘Moreno’ Rathgeb heeft een meesterwerk gecomponeerd. Symfonieorkest, solisten en groot koor voeren het op ongeëvenaarde wijze uit en zetten een gedenkteken neer dat niet maalt om de tand des tijds. Muzikale pracht en praal vieren hoogtij maar laten niet onverlet dat de diepere intentie van een requiem, het verdriet om de overledenen, smartelijk in de muziek tot uitdrukking komt. Op deze twee pijlers rust Rathgebs ‘Requiem voor Auschwitz’ en omdat hij die zo excellent heeft geornamenteerd, vliegt zijn werk je naar de keel, om – vermoedelijk – na een paar dagen pas los te laten.


Hoornblazer; Gevorg Hakobjan en Kristina Bitenc; deel van het grote koor.


Het ‘Requiem voor Auschwitz’ begint met subtiel klokgelui. Orgel, pauken en een fluit leiden de toehoorder langzaam naar de strijkers en blazers van de Roma- und Sinti Philharmoniker om in het tweede deel van de dodenmis – het ‘Requiem en Kyrie’ - bij het groot koor uit te komen. Dan is de voortgang onherroepelijk: in het ‘Dies Irae’ (de dag van toorn) werkt de mis huiveringwekkend naar een muzikale massaliteit toe, die zelden is gehoord. Hier klinkt de roep uit de massagraven onontkoombaar, hier schreit de mensheid eeuwige tranen en wordt Faust voor de poorten van Dante’s hel weggevoerd.

Het ‘Requiem voor Auschwitz’ telt acht delen, die alle even sterk zijn gecomponeerd. Hoop en opluchting, verdriet en woede wisselen elkaar als de kringloop van de tijd af. Is het ‘Lux aeterna’ een gebed voor eeuwig licht, het ‘Sanctus/Benedictus’ is een strijdkreet, een oerroep van de universele mens, die in zijn soort altijd zal overleven.

De universele mens is bij componist Rathgeb de individuele mens. Die laat hij zien in de personen van sopraan Kristina Bitenc, alt Kadri Tegelmann, tenor Gevorg Hakobjan en bas Laurent Deleuil. Prachtig gekozen stemmen, die zich nergens door de massaliteit van het Requiem laten ondersneeuwen. En tot tranen geroerd de vertwijfeling, marteling, pijniging, vernedering en wanhoop van de nazislachtoffers en het uitzicht uit het lijden te worden verlost, door de Nieuwe Kerk smijten. In het ‘Agnus Dei’ zorgen alt en bas voor een aangrijpende versmelting met het koor, waar alle barbaarsheden van het krankzinnige Herrenvolk als in een atoompaddestoel naar de hoogste gewelven van de kerk reiken.


Frédérique Spigt, Studentenkoor en bas Laurent Deleuil.


Roger ‘Moreno’ Rathgeb heeft lang nagedacht in welke taal hij zijn dodenmis zou zetten. Hij heeft uiteindelijk gekozen voor de tekstversie van Giuseppe Verdi, het Latijn. Daarmee lijkt het ‘Requiem voor Auschwitz’ op de traditionele dodenmis uit de katholieke liturgie. Toch is dit niet zo, want al zitten ze enigszins verscholen in de totaalklank, ook elementen uit de Roma- en Sinticultuur zijn waar te nemen.

Tijdens de première werden grote foto’s vertoond van slachtoffers van de Holocaust, zowel joden als Sinti en Roma. Tussen de delen van het Requiem lazen Ella van Drumpt, Bram van der Vlugt, Eric Borrias, Huub van der Lubbe, Fedja van Huêt en Frédérique Spigt fragmenten voor uit dagboeken en/of memoires van omgekomen joden. Zoals uit de afscheidsbrief van de Amsterdamse Klaartje de Zwarte-Walvisch aan haar man. Zij schreef hem vlak voordat ze uit Kamp Vught naar Sobibor werd getransporteerd: ‘… het onbekende tegemoet. Zo zal ik ook Vught verlaten. Met opgeheven hoofd. Ik heb maar één doel voor ogen. En dat is: ik kom bij jou terug. – Je vrouw.’ Klaartje werd op 16 juli 1943 omgebracht. Ze werd 32 jaar.

Het ‘Requiem voor Auschwitz’, initiatief van Albert Siebelink, directeur International Gipsy Festival in Tilburg wordt vandaag om 20.45 uur opgevoerd in Concertzaal Tilburg. Registratie première bij NOS-televisie 22.55 uur op Nederland 2. Van augustus tot november krijgt ‘Requiem voor Auschwitz’ nog uitvoeringen in Polen, Roemenië, Duitsland, Tsjechië en Hongarije.


© Jazzenzo 2010