Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Chris Potter blaast onnavolgbaar en onnodig

CONCERTRECENSIE. Chris Potter Underground, Bimhuis Amsterdam, 10 mei 2010
beeld: Ron Beenen
door: Tim Sprangers

Het aardige van livemuziek is dat het publiek kan horen en zien hoe de band communiceert. Een stiekeme blik of een prikkende noot die de ander uitdaagt. Interactieve elementen vormen een belangrijke kracht van een concert. Ook de communicatie tussen muzikant en publiek is fascinerend. Ruimte overlaten voor interpretatie. Dit lukt Chris Potter voor geen meter.


Chris Potter Underground liet een wisselvallige indruk achter in het Amsterdamse Bimhuis.

Terwijl de Amerikaanse blazer het toch een keer zei, ‘I want to be communicating something’. Eenzijdige communicatie, zal hij bedoelen. Potter vertelt lange verhalen in een onmetelijk aantal noten, niet beperkt door een snelheidslimiet. Hij behoort tot de technische diamanten van zijn generatie. Knap, indrukwekkend, of zoals fans in het Bimhuis zeggen, onnavolgbaar, maar ook totaal onnodig. Zijn monologen bestaan uit een hoop irrelevante aankondigingen. Pocherig laten horen hoeveel verschillende klanken een ademstoot kan bevatten.

Door kernachtig te werk te gaan geraakt een verhaal niet alleen krachtig, ook geeft het de luisteraar tijd om na te denken, te laten bezinken. De notendiarree van Potter is wellicht aantrekkelijk voor liefhebbers van kwantiteit, maar het gaat ten koste van de artisticiteit. De Amerikaan rekt zijn solo’s te lang uit, raffelt het wat af en keert terug naar het thema, dat hij nog een keer of zeven herhaalt.


Fima Ephron, Adam Rogers, Nate Smith.

En toch is het concert van Chris Potter Underground niet helemaal tenenkrommend. Ook technisch vernuft intrigeert. De samensmelting van freejazz, funk, fusion en ook enkele Afrikaanse ritmes is ideaal voor de strakke en harde drummer Nate Smith. Terwijl een razend tempo woedt, verdubbelt hij dit enkele seconden, of laat hij het ritme juist even lopen, om deze na een tel weer bij te halen. Gitarist Adam Rogers is een meester in de opbouw. Zijn vertragende, luie uithalen monden immer uit in smerige funk. Geregeld leidt hij synchroon met Potter de composities in. Overigens valt ook bij Rogers op dat zijn eindes half worden afgemaakt. Toetsenist Craig Taborn is in de formatie vervangen door bassist Fima Ephron. Deze laatste speelt veilig en betrouwbaar, hij brengt wat rust in de tent.

Heel soms klinkt het spannend, bijvoorbeeld in de ballads, waarin Potter met zijn basklarinet voorzichtig graaft onder de oppervlakte. Drummer Smith weet zich er overigens geen raad mee. Of tijdens het laatste nummer ‘Tweet’. In plaats van leunen op techniek geeft Potter zich over aan toeval; hij probeert wat geluiden te krijgen uit zijn mondstuk. De Amerikaan kijkt er wat onwennig bij. Hij lijkt zich zowaar bloot te geven. Snel maar weer met noten gooien.


© Jazzenzo 2010