Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Tetzepi laat componisten met zaadjes werken

CONCERTRECENSIE: Tetzepi en Nils Wogram, ’t Schuttershof Middelburg, 18 januari 2012.
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers

Aan het bestaande podium in het ’t Schuttershof was een extra deel toegevoegd. Toch was het nog dringen voor het veertienkoppige Tetzepi, aangevuld met de jonge Duitse trombonist Nils Wogram. Met het album ‘Seed’, uit 2009, introduceerde Tetzepi een bijzondere werkwijze. Afgezien van ‘Waste land’ waren alle op deze avond gespeelde stukken volgens die werkwijze gecomponeerd.


Nils Wogram (l) met Tetzepi op het podium van 't Schuttershof in Middelburg. Hans Leeuw bespeelde de electrompet.

Daarbij levert elke componist een seed, een zaadje dat staat voor een klein compositieonderdeel. Andere componisten, ook van buiten de band, gaan er mee aan de gang. Zo ontstaan verschillende zaadjes: ritmische, melodische - op een toonladder gebaseerd maar vaak met wat vreemde sprongen - en een aantal die met akkoorden samenhangen. De resulterende composities zijn verschillend, omdat iedere componist een andere invalshoek heeft, maar tegelijk duidelijk verbonden, juist door die seeds. De bedoeling is om een soort eenheid in het programma te creëren zonder de componisten te beperken. In het huidige programma leverde ook Nils Wogram seeds aan waarmee de componisten aan de slag gingen.

Eenheid in het programma is er. Zo is er die vaak vette groove. Fascinerend om te merken hoe dit grote gezelschap die steeds kan neerzetten, ondanks de complexiteit van polyritmiek en wisselingen in, en variaties op thema’s. Meer ritmische seeds doen zich heel breed voor. Gedragen door de ritmesectie dendert er dan bijvoorbeeld een batterij trombonisten percussief mee. Meerdere componisten die ieder met zo’n seed aan de slag gaan? Hoe klinkt dat als geheel met zo’n groot gezelschap? In de stukken zit een enorme gelaagdheid en er gebeurt continu erg veel, maar van gekunsteldheid is geen sprake. Natuurlijk kun je als luisteraar gaan zoeken naar patronen en lagen, maar het is muziek die je ook over je heen kan laten komen en beleven.

Handgebaren introduceerden meerdere malen aankomende wisselingen. Maar Tetzepi’s muziek zit zo goed in elkaar dat niet makkelijk te voorspellen is hoe het dan verder gaat. Verrassingen genoeg. Ook in de klankkleuring overigens. Hans Leeuw bedacht en bouwde een electrompet. En daar kan hij hele vreemde geluiden mee produceren. Natuurlijk traditioneel of wat vervormd trompetgeluid maar regelmatig ritselde, waaide of knorde het uit het instrument. Gitarist Raphael Vanoli kwam niet alleen verrassend uit de hoek met sprekende akkoorden en lepe loopjes maar verbreedde het klankpalet ook met allerlei elektronische effecten.


Tetzepi met op de voorgrond slagwerker Nout Ingenhousz (l). Esmée Olthuis en Jimmy Sernesky (r).

De inbreng van Wogram was aanzienlijk. In een duet met drummer Nout Ingenhousz, die daarin alleen zijn snaretrommel bespeelde, improviseerde hij meesterlijk. Initieel met percussieve plokgeluiden en benaderingen van de menselijke stem, maar uiteindelijk in een sterke interactie met Ingenhousz. Wogram leverde dus seeds aan en die resulteerden in onder meer ‘Dark clouds’. Daarin hing de ritmesectie lekker achter de tel en produceerden de blazers lange, knetterende lijnen die de opmaat waren naar partijen met een compleet andere dynamiek.

Met dynamiek werd sowieso veel gespeeld. In ‘Mad stork’ van Tobias Klein bewogen de trombonisten hun bekers afwisselend naar de microfoon, opzij en omhoog, wat een mooi effect opleverde.

Tetzepi heeft het momenteel niet makkelijk. Gedwongen door de huidige cultuurkaart werkt het gezelschap aan afslanking. Hoe de focus gaat liggen weet het gezelschap nog niet.


Tetzepi en Nils Wogram spelen nog vanavond, 20 januari, in Paradox in Tilburg en morgen, 21 januari, in Huis aan de Werf in Utrecht in het kader van festival Rumor.


© Jazzenzo 2010