Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Humor Yuri Honing heft zwaartekracht Wired Paradise op

CONCERTRECENSIE. Yuri Honing Wired Paradise, Bimhuis Amsterdam, 9 september 2011
beeld: Thomas Huisman
door: Jan Jasper Tamboer

Hij wordt gerekend tot de beste saxofonisten van Nederland. Met zijn internationaal klinkende elektrische band Wired Paradise is hij vaker in het buitenland te vinden dan in eigen omgeving. Nog maar net terug uit Sao Paulo, Brazilië, treedt hij alweer aan in het Amsterdamse Bimhuis om het thuispubliek eindelijk de nummers te laten horen van hun laatste live-album 'White Tiger' uit begin 2010. 'De beste manier om een jetlag te bestrijden', aldus Yuri Honing.


Gitaristen Stef van Es en Frank Möbus uit Yuri Honing's Wired Paradise in het Bimhuis.

Bijzonder populair in eigen stad is hij kennelijk niet, want het Bimhuis wil deze avond maar niet vollopen. Toch vreemd, want Honing behoort al jaren tot de Nederlandse top. Misschien is het te wijten aan de datum van het optreden en moet het seizoen nog op gang komen. Uiteindelijk raakt de zaal toch nog behoorlijk goed bezet, wat plezierig is voor de sfeer.

Honing is zo'n beetje het prototype van de grensoverschrijdende muzikant. Binnen zijn horizon bevinden zich zulke uiteenlopende genres als jazz, pop, rock, dance en klassiek. Hij werkt met jong en oud en ging in zee met Arabische muzikanten. In het Bimhuis is het geluid stevig. Behalve door Honing, die zich vanavond beperkt tot het spelen op tenorsaxofoon, wordt de sound gekenmerkt door de gitaristen Frank Möbus en Stef van Es, beiden op zowel slag- als sologitaar met de nodige elektronica. Het stel is compleet met Mark Haanstra op elektrische basgitaar en oudgediende Joost Lijbaart op drums.

Maar eerst is er plek en tijd voor een voorprogramma, dat verzorgd wordt door David Pino, singer-songwriter en voorman van de Americana- en popgroep El Pino & The Volunteers. Pino speelt solo, met zang en gitaar, in de traditie van de betere kampvuurliederen. Zijn tokkelwerk maakt enigszins weeïg, maar zijn fluwelen stem past goed bij dit soort luisterliedjes en zijn voorkomen is sympathiek en grappig. De kwaliteit van zijn zang blijft intact, ook bij hogere tonen en vergroting van het volume, en zijn gitaarspel  is adequaat. Na een half uurtje bedankt hij het publiek, dat hem wel kan waarderen.


Yuri Honing Wired Paradise in Bimhuis.

Na Pino en een korte pauze speelt Wired Paradise een 'festivalset', zoals Honing aangeeft, die verder niet meer onderbroken wordt, maar in één opgaande lijn naar een climax toe moet werken. Niet alleen nummers van 'White Tiger' komen aan bod, er is plaats voor meer rocknummers, de plaat is toch vooral rustig en langzaam. Ook nu markeert 'Meet Your Demons' het concert, met zijn kortstondige, maar zeer onstuimige uitbarsting, als van een kat die je op zijn staart trapt.

Honing speelt subliem, met zijn zingende en donkere tonen, volvet, maar ook schrapend en piepend.  Onderling afwijkende klanken, gespeeld met veel snelheid, souplesse, vloeiendheid of juist hortend en stotend, hij doet het allemaal. Möbus' spel is hoekig, maar hij kan een solo goed opbouwen en weet met klankeffecten veel sfeer te scheppen. Van Es is minder opvallend, maar heeft een geheel eigen, zangerig geluid. Met bassist Haanstra en drummer Lijbaart krijgen de songs stevige grond onder de voeten. Ze zitten steeds bovenop de beat en vooral Lijbaart kan soms flink aanjagen.

Gelachen wordt er ook deze avond, als Honing een korte anekdote vertelt met als aanleiding een uitvoering van 'Space Oddity' van David Bowie. Het nummer is zodanig bewerkt dat het geen cover meer is, maar een herinterpretatie, met een zinderende improvisatie door de saxofonist, aangezwengeld door slagwerker Lijbaart. Als de zaal na veel applaus is bedaard, vertelt Honing dat hij zojuist de biografie van Bowie heeft gelezen, na eerder al die van Keith Richards tot zich te hebben genomen. Zijn conclusie: 'Ik kan u vertellen dat Richards een wátje is vergeleken bij Bowie'. Hilariteit alom en lucht in een programma dat stevig was en toch ook wel een beetje zwaar.


© Jazzenzo 2010