Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Slotdag North Sea Jazz top ondanks Prince

CONCERTRECENSIE, North Sea Jazz 2011, Ahoy Rotterdam, zondag 10 juli 2011
beeld: Ron Beenen, Eddy Westveer
door: Koen Graat

Anouar Brahem voerde zijn publiek mee naar verre oorden, Tomasz Stanko merkte terecht op dat hij met een 'super band' op de proppen was gekomen en James Blake was inderdaad zo goed als door velen wordt beweerd. Volkomen onverwacht was het de grootste superster van allemaal die het niet waarmaakte. Prince bleek niet de kroon die North Sea Jazz 2011 verdiende.


Drie grootheden uit de muziek op slotdag North Sea Jazz 2011: Herbie Hancock, Prince en Wayne Shorter.

De grootste speeltuin voor jazz-, soul- en funkminnend Nederland gaat weer voor een jaar op slot. Met zo'n 150 concerten bracht het festival een boeiend overzicht van oud en jong, gevestigd en vernieuwend en commercieel en artistiek. Grote jazznamen als Wayne Shorter, Herbie Hancock, Brad Mehldau en Joshua Redman deden Rotterdam aan, alsook popsterren als Paul Simon, Seal en Chaka Khan. En dan was ook hiphop-icoon Snoop Dog er nog, waarbij het de vraag is of NSJ nou echt een podium moet bieden aan zulke puberale grofheid. Maar eerlijk is eerlijk, met zijn 'ho's' en 'bitches' kreeg hij de goedgevulde Nile wel op z'n kop.

Een andere zaal, de Hudson, stond garant voor internationale topjazz, veelal van Amerikaanse bodem, met musici als Branford Marsalis, Joe Lovano, Charles Lloyd en Chris Potter. Voor de meer avontuurlijke impro-optredens moesten de bezoekers naar de kleinere zalen waar acts als Arve Henriksen, Kneebody, Mostly Other People Do the Killing en Portico Quartet hun visitekaartjes afgaven.

Ontsporen
Het was zondagmiddag met het openingsconcert in de Hudson meteen raak. Daar speelde de Tunesier Anouar Brahem op oud (oosters snaarinstrument) met Dave Holland op bas en John Surman op sax en basklarinet. De oosterse klanken in combinatie met westerse klanken en improvisaties gaven prachtige muzikale beelden. Een beetje flauw misschien, maar de nummers deden hunkeren naar de verre oorden uit de vertellingen van duizend-en-een-nacht. Holland maakte indruk met zijn transparante spel en de manier waarop hij met groot gemak oosters solomateriaal uit zijn bas toverde. John Surman had meer op de voorgrond mogen treden tijdens het concert dat toch vooral draaide om de megavirtuoos Brahem. De toevoeging van percussie zou het geluid van de groep perfectioneren.


Thomas Stanko trad aan met Craig Taborn, Marcus Miller bracht een tribute aan Miles Davis.

Een heel andere kleur had het concert van het Tomasz Stanko Quintet, ook in de Hudson. Eigenlijk zou Lee Konitz zich bij deze groep voegen, maar de Amerikaanse saxofonist werd onlangs getroffen door een hersenbloeding. Zijn plek werd ingenomen door eveneens een Amerikaanse saxofonist, maar dan van een paar generaties later: Chris Potter. Daarmee stond er op voorhand een interessante combinatie op het programma. Potter wordt beschouwd als een van de beste tenorsaxofonisten van het moment. Doorgaans speelt hij met collega's die een stevige groove weten te waarborgen. De Poolse trompettist en bandleider Tomasz Stanko recruteerde voor zijn groep Jim Black (drums) en Craig Taborn (piano), muzikanten die het liefst de vrijheid op zoeken, ritmes manipuleren en de boel zo nu en dan flink laten ontsporen. Aanvankelijk leek de samenwerking dan ook wat stroef, maar al vrij snel maakten de twijfels plaats voor een enerverend concert van musici die elkaar prikkelden en uitdaagden. De stukken die werden gespeeld hadden vaak de suggestie van bop, maar werden vrij ingekleurd wat betreft harmonie, melodie en ritme. Naast Taborn, verkozen tot meest talentvolle pianist in de Downbeat Critics Poll 2011, baarde de jonge bassist Chris Lightcap veel opzien. Hij heeft de transparantie en virtuositeit van Dave Holland, maar heeft in het lage register de expressie en zeggingskracht van Charlie Haden.

Elektronica
Onder de noemer 'Electric Jazz Avond' stond de Darling op zondag in het teken van een combinatie die als maar aan populariteit lijkt te winnen: improvisatie met soundscapes, samples, dj's et cetera. In die zin was de thema-naam wat vreemd gekozen, want van de vier acts - onder meer Flying Lotus en een imponerende James Blake traden op in de Darling - speelde alleen bij het duo Bugge Wesseltoft en Henrik Schwarz improvisatie een fundamentele rol. De Noorse pianist en Duitse producer tekenden echter voor een uitermate zwak optreden. Schwarz bewerkte de live uitgevoerde pianolijnen van Wesseltoft, pielde er wat mee en gooide er zo nu en dan een beat onder. Het duo vertelde een verhaal, maar vergat een plot.


Prince sloot zijn trilogie op North Sea Jazz zondagnacht af. Larry Graham. Branford Marsalis Quartet.

Concert Prince slecht uitgebalanceerd
'North Sea, are you ready for me?' zong Prince aan het begin van het nachtconcert waarmee hij zijn trilogie tijdens North Sea Jazz 2011 voltooide. Uiteraard was het publiek er na een uur wachten klaar voor om de megaster met open armen te ontvangen. Prince had vooraf aangekondigd dat hij drie verschillende shows zou geven. Wat er op vrijdag en zaterdag in Ahoy te beleven was, staat buiten deze recensie, maar het slotconcert op zondag was uitermate teleurstellend.

Dat had voor een groot deel te maken met de vreemde opbouw van het concert. 'His Royal Badness' begon met te lang uitgesponnen, log gespeelde en van cliches aan elkaar hangende rhythm & blues en hield dat ook nog eens ruim een uur vol. Erg vervelend dus. Enige vorm van leven ontstond er toen de funk van stal werd gehaald en '1999' en 'Let's Go Crazy' gretig door het publiek werden geabsorbeerd. Beide hits deden vermoeden dat de show nu echt begonnen was, maar helaas verdween Prince al weer snel in de coulissen.

Vooraf was flink gespeculeerd over de gastmuzikanten die de ster zouden vergezellen. Ook wat dat betreft waren de aanwezigen op zondag bepaald geen zondagskinderen. Er was niemand. Maceo Parker maakte wel deel uit van de band en werd door Prince regelmatig naar voren gesommeerd voor een solootje. Hij kwam slecht uit de verf, zelfs bij het intermezzo waarin hij zijn hit 'Pass the Peas' speelde, een moment waarop Prince backstage een nieuw pakje aantrok. Opgefrist en wel verscheen hij voor het blokje 'gevoelige snaren' met onder meer een bombastische, maar wel pakkende uitvoering van 'Nothing compares 2 U'. En toen was het al weer tijd voor de toegift met een soort van medley rondom 'Raspberry Beret' waarin onder meer een eerbetoon werd gebracht aan Michael Jackson met 'Don't Stop'.

Met een flinke tweede toegift vol opzwepende hits had Prince de aangedane schade nog kunnen beperken, maar helaas. De trilogie was blijkbaar voltooid en dat terwijl hij zondag met zijn slecht uitgebalanceerde show niet veel verder was gekomen dan het voorspel. Leuk dat hij elke avond iets anders wilde doen, maar als je te weinig inspiratie of misschien wel kwaliteit hebt om zoveel tijd te vullen, dan maar liever drie keer hetzelfde en dan goed.

Zie ook:


© Jazzenzo 2010