Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Triolex: avant-garde met uitzonderlijk stemvertoon

CONCERTRECENSIE. Triolex, Bimhuis, Amsterdam, 2 september 2010
beeld: Staeske Rebers
door: Jan Jasper Tamboer

Dadaïstisch worden ze genoemd, de muzikanten van het ensemble Triolex. In zoverre het gaat om het niet wortel schieten en niet onderhouden van conventies, klopt die aanduiding. Maar per se zich afzetten tegen de gevestigde orde doet de groep niet. Ze staan in een traditie van geïmproviseerde toonkunst en ze maken gewoon knettergoede muziek.


Triolex met stemacrobaat Phil Minton, bassist Luc Ex en cellist Tristan Honsinger speelt onbeperkt en als in een opwelling, zonder te ontsporen.

Het is dat er een groep leerlingen van de muziekafdeling van het ROC aanwezig is, anders was de zaalbezetting zeer pover geweest. Het is een bekend gegeven dat het Bimhuis weinig kaartjes verkoopt als de optredende act enigszins afwijkt van het gangbare, bekend of onbekend. Dat is jammer, want ook Triolex heeft veel te bieden. Hun groepsimprovisaties gaan ergens over en verzanden nooit in oeverloos geneuzel.

Opschudding
Het openingsnummer begint alsof je midden in het concert valt. Het is meteen fascinerend om deze muzikanten bezig te zien. Alles beweegt: hoofden, monden, armen, benen en voeten. Deze expressiviteit en intensiteit vertaalt zich ook in het musiceren zelf. Bassist Luc Ex, voormalig lid van punkband The Ex, produceert ronkende grooves die veel vaart suggereren, waarbij hij zijn akoestische basgitaar herhaaldelijk als slaggitaar bespeelt. Cellist Tristan Honsinger gaat in het tempo mee met de ritmiek van Luc Ex en verspreidt royaal venijnige en alerte dissonante klanken. Serigne C.M. Gueye legt niet zozeer een solide, als wel een wendbare en kleurrijke basis met zijn uitgekiende selectie van Afrikaanse trommels en conventionele toms en bekkens.

Phil Minton vormt als zanger, maar vooral als stemkunstenaar, een verhaal apart. Niets aan deze man is conventioneel, zijn stemgeving, zijn mimiek, zijn lichaamstaal, zijn uiterlijk. Zoals voor het hele Triolex geldt, is hij volledig vrij en spontaan in zijn spel. Hij zingt geen teksten, maar klanken die variëren van fluisteren, sissen, klakken en grommen tot boeren en vomeren. Het werkt op de lachspieren van de leerlingen van het ROC. Dat is niet zo verwonderlijk, want Minton doet nog het meest denken aan een spasticus met het syndroom van Gilles de la Tourette.


Serigne C.M. Gueye, Luc Ex, Tristan Honsinger.

Voor wie daar doorheen kan kijken gaat er een wereld open. De dramatiek die de vocalist uitstraalt in zijn soms onderaardse klanken, is adembenemend. En hij doet met zijn enorme bereik niet zomaar wat. Er ligt een enorme stembeheersing ten grondslag aan de uitspattingen van Minton. Hij vliegt nergens uit de bocht en behoudt steeds controle. Opvallend is hoe hij heel zacht heel hoog en open kan zingen. Veel zangers die de hoogte in willen, gaan knijpen en hard zingen, Minton niet. Honsinger mengt zich ook af en toe in het stemmenspel, het lijkt dan alsof er een stel kwekkende vrouwen op een Italiaanse markt staat.

Onderling respect
De muziek van Triolex is volkomen geïmproviseerd. De groepsleden maken zelfs geen afspraken over de toonsoort en de inzetten, zal Luc Ex na afloop van het concert zeggen. 'Dat kan alleen maar met heel goede muzikanten', aldus de bassist. Wel praten ze achteraf over de voorstellingen, over hoe het ging, hoe de interactie was, bij wie de initiatieven lagen. Dat nemen ze dan mee voor een volgend optreden. Het voorstel voor de oprichting van Triolex lag bij Luc Ex, die het prachtig vond met zijn oude helden Phil Minton en Tristan Honsinger te kunnen werken. Die bewondering is kennelijk wederzijds, afgelezen aan het samenspel op het podium, waarbij de muzikanten niet zozeer in zichzelf alswel in elkaar opgaan. En dat ziet het publiek graag.


© Jazzenzo 2010