Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

‘Ballade van de Rijzende Zon’ goed bedoeld probeersel

CONCERTRECENSIE. Ballade van de Rijzende Zon, diverse uitvoerders, Radijskas  Zwinbrothers Monster, 8 juni 2011.
beeld: Gemma Kessels
door: Rinus van der Heijden

Plannen zijn er om te maken. Dat wordt in deze wereld dan ook tot in het oneindige  gedaan. Maar plannen zijn er ook om uit te voeren en daar komt het meestal niet van. Als het dan soms wel gebeurt, dan is grote nieuwsgierigheid gerechtvaardigd om te zien wat de uitkomst ervan is.


'Ballade van de Rijzende Zon' met onder meer zangeres Yuka Kawabe, Paul van Kemenade Quintet en het Westlands Mannenkoor.

De Tilburgse kunstenaar-op-vele-fronten Jan Doms is bedenker en regisseur van de ‘Ballade van de Rijzende Zon’, een multidisciplinair project. Het beleefde deze avond zijn première in de radijskas Zwinbrothers in Monster, op een steenworp afstand van de Noordzee. Voor de uitvoering tekenden de Japanse zangeres Yuka Kawabe, het Paul van Kemenade Quintet met de Senegalese percussionist Serigne Gueye, het Westlands Mannenkoor, de popmusici Ries Doms en Wout Kemkens, de elektronicamusici Jeroen Strijbos en Rob van Rijswijk, filmanimator Rudi Klumpkes en de meesterknutselaars Moniek Smeets en Bram Wiersma. Deze laatsten bedachten de lichtanimatie.

Alle goede bedoelingen van Jan Doms ten spijt is zijn plan-in-uitvoering lang niet geworden wat je er redelijkerwijs van mocht verwachten. De ‘Ballade van de Rijzende Zon’, die ook nog eens een verhaal in zich bergt, is slechts een opeenstapeling van losse fragmenten geworden, waaraan elke onderlinge koppeling ontbrak. Het verhaal - dat handelt over een jongeman die naar de nachtradio luistert, vervolgens de eerste trein naar zijn werk neemt en daar aangekomen een brief krijgt, waarop hij gaat mijmeren over een verloren geliefde - had het vehikel kunnen zijn van de ‘Ballade’. Door de nadruk die Jan Doms had gelegd op de muzikale bouwstenen van de voorstelling, had het zelfs iets opera-achtigs kunnen hebben, maar ook dat element ontbrak. Wie geen kennis had kunnen nemen van de literaire bedoelingen van Jan Doms, had geen flauw idee waar de ‘Ballade’ eigenlijk over ging.

Er was de verteller Nol van Trier, die in korte tussenstops het een en ander vertelde over ‘de jongeman’, een denkbeeldige figuur die in de voorstelling nergens opdook en dus honderd procent denkbeeldig bleef. De negen liederen die Jan Doms schreef werden gezongen door Yuka Kawabe en van muziek voorzien door het Paul van Kemenade Quintet. Deze liederen waren het libretto van het project, maar de teksten waren niet te volgen. Ook dit was jammer, want in de zinnen van Jan Doms was nogal wat pure poëzie te bespeuren.


Sfeerimpressie van de 'Ballade van de Rijzende Zon' in de Radijskas Zwinbrothers in Monster.

Eén lied, de ‘Litanie van de roem’, werd gedeclameerd door Nol van Trier. Deze litanie was een aaneenrijging van namen en gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. Het zou mooi zijn geweest als de toeschouwers er kennis van hadden kunnen nemen, maar de snoeiharde drums- en gitaarklanken van Ries Doms en Wout Kemkens maakten herkenning ervan onmogelijk.

De ‘Ballade van de Rijzende Zon’ is hiermee een goed bedoeld probeersel geworden, maar meer ook niet. Niet dat er iets aan te merken viel op de uitvoerders: de stem van Yuka Kawabe intrigeerde van begin tot eind, de voor dit project aangepaste composities van Paul van Kemenade werden door zijn kwintet mooi neergelegd, het jeugdig enthousiasme van Ries Doms en Wout Kemkens werkte aanstekelijk, de Afrikaanse percussionist  Serigne Gueye voelde zich als een vis in het water in deze Westlandse tuinbouwkas, het Westlands Mannenkoor vertederde het goed opgekomen publiek, de elektronicamusici Jeroen Strijbos en Rob van Wijk vulden de akoestische muziek van het jazzkwintet goed op en de lichtanimaties van Moniek Smeets en Bram Wiersma zorgden voor aardige visuele effecten, ook al waren ze wat magertjes.

Maar het geheel, daar ging het om. Alle individuele verrichtingen konden niet verbloemen dat samenhang in de ‘Ballade’ ontbrak. Bovendien leek het of de voorstelling nog lang niet klaar was. Jazeker, Jan Doms had voor aanvang al gezegd dat hij ervan houdt dat alles pas op het allerlaatste moment in elkaar schuift. Maar dat dééd het hier niet. Er vielen zulke gaten in de voorstelling, dat zelfs de uitvoerders verbaasd naar elkaar keken hoe dat nou kon. Daardoor, maar ook door aanpak en idee, zat er geen vaart in de diverse scènes en dat is iets wat je een zelfs geduldig wachtend publiek niet kunt aandoen. Zeker niet als de voorstelling naar de duur van twee uur kruipt.


Zie ook:


© Jazzenzo 2010