Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Arild Andersen – Green in blue, early quartets

CD-RECENSIE

Arild Andersen – Green in blue, early quartets
bezetting: Arild Andersen contrabas, Pal Thowsen drums, Jon Balke, piano, Lars Jansson piano, synthesizer, Knut Riisnaes tenor – en sopraansaxofoon, fluit, Juhani Aaltonen tenor – en sopraansaxofoon, fluit, percussie.
opgenomen: februari 1975, oktober 1976 en april 1978
release: 2010
label: ECM / Challenge
tracks: 21
tijd: 133.33
website: www.arildandersen.com - www.ecmrecords.nl
door: Mischa Beckers


Bassist Arild Andersen speelde van 1967 tot 1973 in het Jan Garbarek Quartet. Daarna vertrok hij naar New York en werkte met een keur aan artiesten onder wie Dexter Gordon en Chick Corea. In 1974 startte hij zijn eigen kwartet. ‘Green in blue’. De 3cd-set die ECM uitbracht bevat heruitgaven van de albums ‘Clouds in my head’, ‘Shimri’ en ‘Green shading into blue’ van dit Arild Andersen Quartet. Andersen wordt met Jan Garbarek, Terje Rypdal en Jon Christensen tot de Noorse Big Four gerekend.

Andersen had al flink met genres geëxperimenteerd en ervaring opgedaan toen hij met componeren startte voor ‘Clouds in my head’. Het resultaat was een set frisse, sterke composities. Andersen zelf dikt de structuur aan met zijn stevige baslijnen. Zijn geluid is kenmerkend, diep, met trefzekere noten en mooie slides. Er is veel ruimte voor creativiteit. Daarbij vallen in eerste instantie de beide jongelingen op: drummer Thowsen en pianist Balke zijn op het moment van de opnamen negentien jaar oud. Met jeugdige onbevangenheid en zelfverzekerd vliegen ze er in en schromen er niet voor uitdagingen op te werpen: Thowsen jagend in ‘Outhouse’ en Balke in ongekend tempo op ‘The sword under his wings’.

Maar het album bevat ook ballads die pijnlijk duidelijk clouds van besluiteloosheid weerspiegelen of de teloorgang van een huwelijk in ‘Song for a sad day’ en ‘Last song’. Deze zijde van het kwartet wordt meer uitgediept op de albums ‘Shimri’ en ‘Green shading into blue’. De frisheid van het eerste album is er wat af. Het geheel krijgt een melancholieke invulling en ingetogener karakter. Meer sferisch, kenmerkend voor veel van de Noorse artiesten. Al blijven er momenten waarop grenzen danig verkend worden, zoals in ‘Dedication’ en ‘Jana’ met energieke ritmische wendingen en vlammende saxsolo’s van Aaltonen.


© Jazzenzo 2010