Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Jeff ‘Tain’ Watts Trio: zonder zeggingskracht geen bevrediging

CONCERTRECENSIE. Jeff ‘Tain’ Watts Trio, Bimhuis Amsterdam, 2 mei 2011.
beeld: Ron Beenen
door: Tim Sprangers

Soms heeft een concert alles wat je verlangt. Vaardige muzikanten, een evenwichtige variatie, flinke lengte, publieksinteractie en een goed gevulde zaal. Wat kan er mis gaan, helemaal niets, toch? Dus wel. De uiterlijke kenmerken kunnen dan wel perfect in balans zijn, maar zonder ziel geen beleving en zonder zeggingskracht geen bevrediging. Na afloop van het Jeff ‘Tain’ Watts Trio rees vooral de vraag: waar heb ik nou eigenlijk naar zitten luisteren?


Jacob Christoffersen, Jeff 'Tain' Watts en Chris Minh Doky konden maar matig boeien in het Bimhuis.

Naar een georganiseerde mengeling van bop, funk en New Orleans, zo zou een droge kenner antwoorden, en hij heeft geen ongelijk. Watts, tot 2009 vaste drummer van Branford Marsalis en daarvoor in de band van diens broer Wynton, beschikt over een groots idioom die hij samen met het Deense duo Jacob Christoffersen (piano) en Chris Minh Doky smelt in eenvoudig aandoende composities. Veel ruimte voor solo’s waarin een redelijke vrijheid huist. Zo niet in het samenspel, dat zich voornamelijk richt op zweven rond het thema.

Hierin speelt Watts graag met ritmeverschuivingen en doet dit soepel, maar niet subtiel. De Amerikaan is een wat grove drummer. Niet van de fijngevoelige afterbeat of een stiekem accentje hier en daar. Hij speelt zuiver, geroutineerd, hakkerig en op één volume. Hoewel zijn hoeveelheid solo’s niet te tellen zijn, spreekt uit geen enkele een karakter. De variatie zit hem vooral in de stijlen, niet in de dynamiek van zijn spel, dat ontbeert reliëf.

En daarom komt het allemaal mat over. Ook dankzij de saaie composities en de soms wel erg zoete thema’s. De druilerige melodieën van Watts’ composities weet pianist Christoffersen moeizaam met enige spanning te injecteren. Een enkele keer verrast bassist Doky met een aanstekelijk, melodieus ingezet motiefje en treedt de anders veilige sound zich buiten de betreden paden. Helaas vormt zo’n moment slechts een uitzondering en zijn de invullingen van elke muzikant telkens voorspelbaar, omdat menselijkheid ontbreekt. Routine zegeviert.

Blijft er dan niets hangen van deze avond? Jawel, de vele nonchalante praatjes van Watts. In het begin vermakelijk, maar in de tweede set gaan zelfs die vervelen.


© Jazzenzo 2010