Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Frisse vrijheidsode Gwilym Simcock

CONCERTRECENSIE. Gwilym Simcock Quartet + Dario Fo Koor ‘I prefer the gorgeous freedom’, Theater aan het Spui Den Haag 30 maart 2011
beeld: Ron Beenen
door: Mischa Andriessen

Op de slotavond van het door Amnesty International georganiseerde filmfestival ‘Movies That Matter’ was plaats ingeruimd voor een bijzonder muzikaal project. De uit Wales afkomstige Gwilym Simcock – als pianist en componist een interessant talent – voerde daar zijn suite voor jazzkwartet en koor uit.


Het kwartet van pianist Gwilym Simcock trad tijdens het Movies That Matter Festival in Den Haag op met het Dario Fo Koor.

‘I prefer the gorgeous freedom’ heet het werk, een titel ontleend aan de Russische symbolistische dichter Alexander Blok. Die titel klinkt wat gezwollen en pathetisch, maar van bombast en een overdaad aan sentiment was in de muziek gelukkig geen sprake. Simcock heeft zich niet verslikt in het moeilijk grijpbare vrijheidsthema en vijf stukken gecomponeerd die even fris als vanzelfsprekend klinken. Complexe muziek die niet moeilijk in het gehoor ligt. Toegankelijk én uitdagend.

Vertolkt door Simcock sterke, internationale kwartet en het geestdriftige, jonge Dario Fo Koor kregen zijn heldere melodieën de passende directheid. Een enkele keer wist de Welshman in zijn ode niet aan voorspelbaarheid te ontsnappen. Zo werd in het tweede stuk ‘Homeward Bound’ met het gerammel aan de pianosnaren en het snerpend van de met de drumstok aangestreken bekkens te doorzichtig aan rammelende kettingen en piepende celdeuren in Guantanamo Bay gerefereerd. Anderzijds begrijp je door de inzet van dergelijke clichés meteen waar het over gaat en dat draagt zeker bij aan de transparantie van Simcocks suite.


Slagwerker Asaf Sirkis, rietblazer Klaus Gesing, Gwilym Simcock. Op de achtergrond het Dario Fo Koor.

Ook mooi; het spanningsveld tussen vrijheid en verantwoordelijkheid kwam als vanzelf tot uitdrukking in de wisselwerking tussen kwartet en koor; tussen jazz en klassiek. De strak uitgevoerde overgangen tussen gecomponeerde en geïmproviseerde passages vice versa waren ronduit enerverend. Daar bleek bijvoorbeeld de kwaliteit van rietblazer Klaus Gesing die als begeleider van zangeres Norma Winstone uitstekend weet wanneer klein of juist breeduit gespeeld moet worden. Overtuigend bleek Simcocks kwartet ook in de dynamiek. Drummer Asaf Sirkis en bassist Yuri Goloubev waren heel belangrijk, eerstgenoemde op een prettig onnadrukkelijke manier.

Elk deel van de suite heeft een eigen, duidelijk te onderscheiden sfeer. Van duister en grimmig en ‘Homeward Bound’ tot de opgewekte Gospel in Billy Taylors standard ‘I wish I knew how it would feel to be free.’ Een van de sterkste stukken was het slotnummer ‘No Rack / Everybody Sang”. Gebaseerd op twee gedichten van Emily Dickinson vielen tekst en muziek even vernuftig als logisch samen. Simcock heeft zich niet in het keurslijf van het thema laten dwingen. Zijn lofzang op de vrijheid klinkt ongedwongen en nergens geforceerd.


© Jazzenzo 2010