Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Blast maakt piepknor van de betere soort

CONCERTRECENSIE. Blast, Bimhuis Amsterdam, 26 februari 2011
beeld: Ronald Rijntjes
door: Jan Jasper Tamboer

Dat avant-garde en freejazz zich nooit in de belangstelling van een miljoenenpubliek hebben mogen verheugen, is niet verwonderlijk. De makkelijke melodieën die daarvoor nodig zijn, vind je niet bij deze stijlen. Dat deze muzieksoorten echter ook het publiek van het Bimhuis zouden afschrikken is merkwaardig, dat heeft toch wel een wat geoefender oor, zou je zeggen. De avant-gardistische freejazzband Blast trad slechts voor een handvol luisteraars op.


Blast trad in het Bimhuis op in een nieuwe bezetting, naast oudgedienden gitarist Frank Crijns en saxofonist Dirk Bruinsma onder meer slagwerker Onno Govaert en saxofonist John Dikeman.

Blast bestaat al twintig jaar, maar heeft in de huidige bezetting pas vier keer opgetreden. Nieuwkomers zijn John Dikeman op tenor- en baritonsax, Andrea Taeggi, keyboard en elektronica, en Onno Govaert op drums. Zij vullen oudgedienden bandleider en saxofonist Dirk Bruinsma en gitarist Frank Crijns aan, die beiden afzonderlijk voor de composities zorgden van oud en nieuw werk. De muzikanten zijn opgesteld in een halve cirkel, zodat iedereen goed zicht heeft op alle anderen en de interactie bevorderd wordt. Bruinsma kondigt elk nummer op sobere wijze aan of af.

De alt- en sopraansaxofonist presenteert de band als een blaaskwintet. Dat is echter te veel eer voor de toeters, die weliswaar het merendeel van de solopartijen op zich nemen, maar de geduchte inbreng van hun medebandleden niet kunnen missen. Eerder is sprake van een collectief, waarbij de verschillende rollen even cruciaal zijn. Een zwakke schakel is dodelijk voor de kracht van een ketting, maar die tref je hier niet aan. Ieder heeft een voortreffelijke inbreng op zijn eigen instrument.

De zwakte zit hem juist in het totaal, in de manier waarop de band met het materiaal omgaat. Het lijkt erop dat het ensemble niet boven de materie staat, oftewel, ze komen niet los van de composities. Dat heeft er onherroepelijk mee te maken dat de band nieuw is in deze samenstelling en nog speelervaring op moet doen. De muzikanten zoeken te veel houvast in de bladmuziek. De set na de pauze is wat dat betreft veel losser. In drie lange suites komt royaal vrije jazz aan bod met ruime solo's en improvisaties. In het algemeen lijkt het oudere werk wat meer gestructureerd en beweegt het zich meer rond vaste thema's, de nieuwe nummers zijn vrijer.

 
Frank Crijns, John Dikeman en Dirk Bruinsma, Andrea Taeggi.

Dissonantie lijkt hier de norm en geen afwijking. Brutaalweg leggen de blazers dissonante noten boven op de soms harmonische gitaarakkoorden. Op andere momenten speelt Crijns een tot noise vervormde gitaarpartij. Taeggi vormt een essentieel onderdeel met zijn toetsen en laptop, waaruit hij af en toe schurende scratchgeluiden haalt. De verrichtingen van drummer Govaert zijn bijna niet te volgen, met zijn snelheid en complexe ritmes. Bij de tonen van Bruinsma duizelt het je van de razendsnelle coloratuur, terwijl Dikeman een geheel eigen vocabulaire laat horen met zijn klanken die aan dierengeluiden doen denken. Brullende olifanten en grommende tijgers, heel indrukwekkend.

Blast slaagt er goed in om de aandacht vast te houden met zijn onvoorspelbaarheid en heftige, maar heerlijke wanklanken. Het is te hopen dat de groep in deze samenstelling enige continuïteit zal kennen om zich verder van stijfheid te ontdoen. Alle benodigde ingrediënten voor een topband in het genre zijn aanwezig. En dan ook graag wat meer publiek.

Zie ook:


© Jazzenzo 2010