Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Laat de jazz in Nederland niet sterven

COLUMN
door: Rinus van der Heijden

Iedereen kent ze wel, van die avonden waarop een mens zich doodverveelt. Deze week was dat bij mij het geval. Kom, dacht ik, ik ga m’n goede vriend Wynton bellen; eens vragen wat-ie ervan vindt om volgende maand tijdens het North Sea Jazz Festival artist-in-residence te zijn.

‘Marsalis’.
‘Hey Wynton, this is Rinus in Holland’.
‘Fuck you man, fuck Holland, fuck de hele jazz in Den Haag. Ik kom nooit meer naar Nederland, nu een of andere fucking minister heeft besloten dat er niet meer mag worden gerookt in cafés en jazzclubs. Willen jullie de jazz dood hebben?
‘Maar Wynton, jij rookt zelf toch ook niet. Bovendien geldt dat rookverbod pas volgend jaar. Waarom zo verontwaardigd?’

Tuut-tuut-tuut, hoorn erop. Ik blijf verbouwereerd achter. Even later landt er een mailtje. Wynton Marsalis, de grootste fatsoensrakker van de hedendaagse jazz, is nog altijd kwaad, maar toch iets genuanceerder dan tijdens het telefoongesprek. In het kort legt hij uit dat hij – de schatbewaarder van de Afro-Amerikaanse jazztraditie – het niet kan hebben dat een belangrijk element van jazzmuziek wegvalt: roken. ‘Ik heb een hekel aan roken. Maar als het niet meer mag tijdens concerten, dan is jazz niet meer authentiek. Dus neem ik dat roken op de koop toe’, zo mailt hij. Zit iets in.

Diezelfde avond word ik gebeld: Ben van den Dungen. Ook hij is verontwaardigd. De Haagse tenorsaxofonist, die tussen roken en spelen een brandende sigaret tussen de kleppen van zijn instrument prikt en zodoende het rokende boegbeeld van jazzy Nederland is, had net een nieuwe geldstroom ontdekt. Tot minister A. Klink van Volksgezondheid deze week aankondigde volgend jaar juli een algemeen rookverbod voor álle horeca in Nederland in te stellen. Dus ook in sportkantines en coffeeshops. ‘En daar lag nu net mijn nieuwe werkterrein’, verzucht Ben, ‘in sportkantines. Daar zou het mes van twee kanten snijden. Ik zou er nieuw publiek krijgen en intussen kon ik gewoon lekker doorroken. Wat een shit.’

Beiden, Marsalis en Van den Dungen hebben wél een punt. De geschiedenis van de jazz is namelijk onlosmakelijk met roken verbonden. Kijk op oude platenhoezen, hoe musici als Dexter Gordon en Thelonious Monk met een sigaret in de hand of aan de lippen de mooiste jazzmuziek voortbrengen. Of hoe die enkele legende die zelf niet rookte, in een wolk van rook zijn ding deed. Toegegeven, er waren er ook die dachten net zo goed te worden als Charlie Parker, als ze maar heroïne of cocaïne tot zich namen. Maar dat is – voor mijn gemak – weer effe iets anders.

Drinken en roken, dat zijn de pijlers waarop de geschiedenis van de jazz rust. Het ene doe ik wel, het andere niet. Het ene mag blijven, het andere niet. Moet je eens voorstellen wat er nu gaat gebeuren. Hetzelfde wanneer je probeert met een auto zonder wielen weg te rijden. Dat kan dus niet: minister Klinks besluit is een onzalig idee, dat in 2008 de doodsklap betekent voor een van ’s werelds meest gekoesterde kunstdisciplines. Daar moeten we dus met zijn allen een stokje voor gaan steken. Ikzelf heb besloten met onmiddellijke ingang te gaan roken. En voor allen die solidair willen zijn om zodoende de dood van de jazz te voorkomen is er maar één advies: ROKEN, ROKEN, ROKEN. En meteen overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid: zoveel mogelijk roken in jazzclubs. Doen hè.


© Jazzenzo 2010