Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Jazz in het klein kan toch groot resultaat bereiken

CONCERTRECENSIE. Jazz Garden, Tilburg, 15 juni 2007
beeld: Ger Koelemij
door: Rinus van der Heijden

Een oude bakstenen muur, wat gekleurde lampjes en twee tuinparasols. Meer heb je voor een podium niet nodig als je het initiatief neemt om heel kleinschalig, in een afwijkende ambiance, maar vooral met heel veel liefde voor geïmproviseerde muziek, een minifestival te organiseren. Ergens buiten, onder ruisende bomen, op een plek die zelfs doorgewinterde stadsbewoners niet kennen.

Dat gebeurde vorige week in Tilburg. Jazz Garden had ze het genoemd, initiatiefneemster Hetty Kuhne. Zijzelf was al bekend met jazz en aanverwante muziek, door haar gastvrouwschap bij muziekpodium Paradox. Maar ze wilde jazz – er komen in de toekomst ook andere kunstvormen aan bod – nu eens uit zijn biotoop, de concertzaal of club, halen en kijken hoe dat aanslaat. Enorm, zo bleek. Ruim tweehonderd mensen kwamen op het festivalletje af en dronken met groot plezier de muziek van vijf groepen of individuele musici in.

Is dat nou nodig, zo kun je je afvragen, om melding te maken van zo’n kleinschalig evenement via een medium dat de hele wereld bestrijkt? Jazeker: om verschillende redenen. Promotie van jazz kan niet genoeg gebeuren. Werkgelegenheid voor musici is ook altijd welkom. Met Jazz Garden is weer eens bewezen dat jazz zich onder alle omstandigheden kan manifesteren. Maar de belangrijkste grond is dat jazz in deze ongedwongen omgeving ook de geconditioneerde oortjes van de niet-kenner of niet-liefhebber bereikt en daarmee een soort cultuuromslag teweeg brengt. Wie weet hoeveel mensen hebben besloten na deze vrijdagavond eens te gaan rondstruinen in het uitgebreide veld van jazz. Al zijn het er maar drie.

Het waren allen musici uit de Tilburgse jazzscene, die hun medewerking hadden toegezegd. Niet erg, want die musici zijn even divers als hun wereldje. Peer de Graaf, vocalist en fratsenmaker opende met Henk Koekkoek op saxofoon, Frederik Felix op gitaar en Piet Maas op bas de avond. Grollen en improvisaties, het gaat prima samen. Jacq Palinckx had zijn dobrogitaar meegebracht. Met muziek die je hoort op de plattelanden van de Verenigde Staten verbaasde hij de toehoorders. Maar de verbazing voorbij bleek, dat je op die op folk geënte muziek mooi kunt improviseren.

Dat kon ook het duo Hans Sparla en Paul de Leest. De eerste op accordeon, de tweede op klarinet. Wat levert dat mooi, ingetogen en spannend samenspel op. Voor spanning zorgde ook Maurice Leenaars, van huis uit flamencogitarist. Van die muziekstijl bediende hij zich ruimschoots, maar eveneens van op Spaanse en andere volksmuziekjes gebaseerde improvisaties. Om stil van te worden.

Jeroen van Vliet op Wurlitzer en Mete Erker op saxofoon sloten het festival af. Zij brachten muziek die is geïnspireerd door schilderijen van Mattie Schilders. Zij brachten er de cd ‘Unseen Land’ mee uit. Het grote verschil deze avond met die cd was, dat Jeroen van Vliet de piano had ingeruild voor de Wurlitzer. Dat geeft uiteraard een ander totaalgeluid, maar de opwinding was er niet minder om. Bovendien fungeerde dit concert als een estafettestokje. Van Vliet/Erker creëerden een synthese tussen muziek en beeldende kunst. Wellicht dat organisator Hetty Kuhne daarmee voor een volgende editie ja inderdaad, die beeldende kunst centraal kan stellen.


© Jazzenzo 2010