Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Box is verontrustend én overtuigend

CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Box, 14 juni 2007
beeld: Ron Beenen
door: Tim Sprangers 

Als iemand enkel het begin en het einde van het optreden van ‘Box’ had gezien, had hij waarschijnlijk gedacht dat de vier Scandinaviërs op verzorgde en minimalistische wijze experimenteerden. Deze delen bestonden namelijk uit lieve en spannende tonen. Alsof we een kijkje namen in de geheimzinnige onderwaterwereld, op zoek naar niet ontdekte planten en dieren. Af en toe werden we opgeschrikt door een beangstigende toon, maar de vredige klanken met vaak een nazoomende echo overheersten.


Ståle Storløkken, Raoul Björkenheim en Trevor Dunn van de Scandinavische groep Box 

De betreffende persoon zou ook verbaasd raken. Niet alleen door het kleine aantal toeschouwers bij aanvang van het concert, maar vooral dankzij de halvering van de opkomst bij het einde van het concert. Wat hij of zij had gemist? Helse klanken, pure onheilspellendheid, totale waanzin, beangstigende kreten en ook een fantastisch groepsgeluid.

De muzikanten Raoul Björkenheim (gitaar), Trevor Dunn (bas), Ståle Storløkken (keyboards) en Morgan Ågren (drums) hebben allen een achtergrond in de avant-gardistische jazz en rock. Zo speelde Dunn regelmatig in formaties van John Zorn en drummer Ågren is één van de oprichters van Mr. Bungle. Van deze laatste band leende Box de nodige ideeën. De composities bestonden vaak uit korte refreinen met onregelmatige beats, afgewisseld met een overweldigend festijn van onbeheerste schreeuwen en scheurend geruis.

Toetsenist Storløkken zat menigmaal verkrampt op zijn kruk en liet verwachte tonen pas drie seconden later horen. Hij leidde je binnen, met hulp van zijn laptop, in absurde computerwerelden waarin de logica zoek was. Bassist Dunn kon minimaal bassen, maar liet zich vaker verleiden tot gefreakte baspartijen. In plaats van leiden, liet hij zijn collega’s lijden door composities volledig te ontleden: hij zocht constant naar gaatjes en vulde deze rusteloos op, waardoor niemand tijd kreeg adem te halen. 

Begrijpelijk dat veel mensen deze onrust niet aankonden en zich niet waagden aan een rit naar het Bimhuis. Een aantal dat het wel had aangedurfd, verliet voortijdig de zaal. Musici die enkel zoeken naar schokkende klanken, zonder ideologie, zijn niet boeiend. Dit gaat echter niet op voor dit concert. Box bezit een groepsgeluid met een duidelijke identiteit: de groepsleden pakken geluiden en muzikale ideeën vol overtuiging aan en gaan bovendien samen de confrontatie aan. De vier daagden elkaar geregeld uit en zo ontstond een heel vermakelijk spel.

Daarbij was er ook enige structuur te herkennen door de aanwezigheid van een leider: Björkenheim. De gitarist zette de lijnen uit middels een consequent gejaagd en rauwe speelwijze. Het deed denken aan live concerten van Jimi Hendrix, maar eigenlijk nog meer aan Marc Ribot. Met scheurend en oorverdovend geweld (en met bijna identieke bril) kwam hij opvallend veel overeen met de vaste sideman van Tom Waits.

Box produceert keiharde en verontrustende klanken, die voor veel mensen te overweldigend zijn. Waarschijnlijk is de afwezigheid van een duidelijke structuur de oorzaak; Box richt zich voornamelijk op improvisatie. Het is echter improvisatie vol overgave, overtuiging én met een identiteit. Het zijn kenmerken die voldoen aan, of misschien wel de kern vormen van de essentie van muziek.


© Jazzenzo 2010