Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Zoeken naar hoogtepunten op eerste dag North Sea Jazz

NORTH SEA JAZZ FESTIVAL. Rotterdam, vrijdag 13 juli 2007
McCoy Tyner Trio & Gary Bartz, Christian Wallumr?d Ensemble, Charles Tolliver Bigband, Dimitar Bodurov Trio, Zbigniew Namslowski Quintet
beeld: Marcel Mutsaers, Ron Beenen
door: Mischa Andriessen

Ooit werd wel gezegd dat jazz een levensstijl was. Dat je jazz sliep, jazz at en jazz dronk. Misschien dat het voor sommigen nog altijd geldt, maar wie in afwachting van een concert wat rondslentert tussen de winkels ziet al snel dat kreeft en oesters, champagne en Grand Marinier een stuk makkelijker te vinden zijn dan een broodje kaas en een glas melk.

 
McCoy Tyner, Jazz at Lincoln Center Orchestra met Marsalis (achterste rij links) en Al Green op de openingsavond van NSJ.

Proeverij
De jazzliefhebber op North Sea is in de eerste plaats een bon vivant die het programma gebruikt als een menukaart in een proeverij. Zelfs bij de meest gerenommeerde artiesten houdt een aanzienlijk deel van het publiek het na twee, drie nummers voor gezien. De een gaat weg, de ander komt net binnen. Zo draait iedereen eindeloos rondjes op zoek naar het allerbeste, het allerlekkerste.

Beeldmuziek
Het zoeken en kiezen is het moeilijkste op een festival met zoveel aanbod. Keuzes maken. Dat is het hele verhaal. Nou ja, eigenlijk is het vooral een kwestie van achter je keuzes blijven staan. Je vlak voor aanvang van het optreden van het Christian Wallumr?d Ensemble niet afvragen of je toch niet voor het concert van de Charles Tolliver Bigband of voor dat van het Matthias Eick Quartet had moeten kiezen.

Het vierkoppige Christian Wallumr?d Ensemble maakt sterk filmische muziek met duidelijke invloeden uit folk en klassiek. Het is muziek die als vanzelf beelden oproept, maar anderzijds ook muziek die begeleidende beelden goed zou kunnen gebruiken om heel lang te blijven boeien. Op momenten lijkt zij opzettelijk te breekbaar, te zacht, te fijnzinnig, te welluidend. De combinatie van de bijna naïeve melodieën met de geraffineerde arrangementen waarin veel plaats is voor subtiel schurende dissonanten, brengt de composities soms op de rand van kitsch. Mooi is de muziek zeker, maar misschien ook te weloverwogen.

Dat is een kant van het verhaal. Je het kunt het de muzikanten natuurlijk niet kwalijk nemen dat zij hun vak goed verstaan en met minimale middelen een heel bijzondere sfeer neerzetten. Arve Hendriksen blaast vaak niets dan lucht door zijn trompet. Fluistertonen die wind nabootsen net als veel blaasinstrumenten uit het Midden-Oosten. Drummer Per Oddvar Johansen speelt met flinterdunne sticks. Slaan doet hij bijna niet, hij streelt en strijkt. In zijn spel biedt hij volop plaats aan boventonen die verglijden net de ijle klanken van Hendriksens trompet, de fiedel en viola d’amore van Nils ?land en het harmonium van Christian Wallumr?d.

De muziek heeft duidelijke raakvlakken met heel oude volksmuziek en barok. Ook het gematigd trage tempo uit die stijlen is overgenomen. Dat versterkt de melancholische sfeer, maar is uiteindelijk ook wat eenvormig. Na een uur is het mooi geweest.

Eerste tussengang
Dat betekent toch nog een kans om Charles Tolliver nog even aan het werk te zien die in zijn bigband geweldige muzikanten als George Cables, Cecil McBee en Billy Harper heeft meegebracht. Net als op zijn laatste cd “With love” is de sound nogal schel, maar de muziek heeft ontzettend veel schwung. Tolliver is alles behalve ingekakt. De bigband bruist en verrast met frisse arrangementen

 
Christian Wallumrød en Marcus Miller. Gary Bartz trad aan met het McCoy Tyner Trio

Meer dan een kunstje
Bij het blazersgeweld van Tollivers bigband viel het niet zo op, maar tijdens het concert van het McCoy Tyner Trio met als speciale gast Gary Bartz kwam er wel erg veel lawaai uit aanpalende zalen overgewaaid. Het is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat iemand met zo’n staat van dienst als McCoy Tyner in dergelijke omstandigheden moet optreden, maar de bijna zeventigjarige pianist liet zich er niet door van de wijs brengen. Hij heeft het tijdens zijn lange carrière vast wel zouter gegeten.

Tyner startte met een mid-tempo stuk waarin hij onmiddellijk uitpakte met de hypnotiserende akkoorden die sinds zijn tijd bij Coltrane zijn handelsmerk zijn geworden. Tyner en Bartz hebben in de loop der jaren veelvuldig met elkaar gespeeld en passen wat spel en sound betreft bijzonder goed bij elkaar. Het was mooi om te horen hoe de avant-garde van toen naadloos aansloot op een perfect geprofessionaliseerde manier van spelen. Na al die jaren weten Tyner en Bartz precies hoe ze met vaste ingrediënten een maaltijd moeten bereiden die misschien niet meer zo gepeperd, maar nog altijd niet zouteloos is.

Drummer Eric Kamau Kravatt is een brute geweldenaar die niet honderd procent trefzeker leek - al zullen de flarden Zawinul die uit de Nile voorbijkwamen daar mogelijk mede debet aan zijn geweest. Verder speelt iedereen echter vooral de troef van het vakmanschap uit. Al verraste Bartz met vaak vurig spel en was Tyners poëtische solo van opmerkelijke klasse. Er stond ook een plichtmatige blues op het programma waarin Bartz op sopraan in plaats van alt zijn draai niet echt wist te vinden. Maar de bezoekers van het concert kregen meer dan de mogelijkheid om twee levende legenden in hun boekje “gezien” bij te schrijven. Bij vlagen werd getoond waarom de twee zo beroemd zijn en daar valt niets op af te dingen.

Tweede tussengang
De jonge, Bulgaarse pianist Dimitar Bodurov won dit jaar het YPF pianoconcours waardoor hij onder meer een cd mag opnemen die deze herfst uitkomt. In zijn composities probeert hij Bulgaarse volksmuziek te mengen met klassiek en jazz. Dat klinkt veelbelovend, maar in de mooie spiegeltent werd zijn muziek voornamelijk gemixt met die van de jonge crooner Wouter Hamel die vanaf het buitenpodium het spel van dit jonge trio qua volume ruimschoots overtrof. In de kleinere zalen op North Sea spelen vaak de leukste acts, maar op deze manier komen ze niet tot hun recht. Dat is jammer, zeker bij zo’n groot talent.

Oost Europa
Stomverbaasd keek saxofonist en bandleider Zbigniew Namslowski toen hij en zijn bandleden vanuit het publiek in het Pools welkom werden geheten. Het programma in de Missouri was geheel gewijd aan Oost-Europese jazz met vier groepen op de bill die hier niet of nauwelijks bekend zijn.

Het kwintet van Namslowski bestaat voornamelijk uit jonge muzikanten die technisch zeer vaardig bleken. In de composities wordt geprobeerd het bopidioom een eigen draai te geven wat behoorlijk goed lukt. Er is nog wel een neiging tot overcompliceren en de groep valt nog wel eens in de aloude valkuil om in een nummer alle musici te laten soleren, maar de muziek klinkt lekker en de muzikanten zijn opvallend goed.

Het Duitse tijdschrift Jazz Thing selecteert al een aantal jaren groepen die een cd op het Double Moonlabel mogen uitbrengen. Dat zijn vaak erg goede groepen met een niet heel erg vernieuwende aanpak, maar toch een eigen geluid. Het Zbigniew Namslowski Quintet bevindt zich in dezelfde hoek. De groep combineert opzwepende, funky ritmes aan fijnzinnigheden zoals Namslowski die tijdens de solo van zijn zoon, trombonist Jacek Namslowski even de tenor verruilt voor de sopraan en slechts één toon blaast. Een wereldschokkende ontdekking is het kwintet misschien niet, maar naar groepen van eenzelfde hoog niveau is het vaak toch behoorlijk zoeken.


© Jazzenzo 2010