Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Sound

COLUMN
door: Mischa Andriessen

Niet veel mensen houden van musique concrète. Sterker nog de schoonheid van dichtslaande deuren en voetstappen op een grindpad ontgaat behalve Vriend E. vrijwel iedereen. Vriend E. houdt meer van geluid dan van muziek. Veel geluidstechnici hebben eenzelfde afwijking, maar toch anders. Voor hen doet het er niet toe wat voor muziek zij horen zo lang die maar goed klinkt. Bij Vriend E. is het echter omgekeerd. Hij vindt sommige geluiden zo lelijk dat hij niet meer naar de muziek kan luisteren (en andere zo mooi dat zij op zich al muziek voor hem worden).

Dat is wel herkenbaar. Neem Herbie Hancock’s “Headhunters”, jarenlang de best verkochte jazz cd aller tijden, maar die sound… Geluid dat uit de mode is geraakt, bestaat er iets lelijkers dan dat? Het valt in elk geval niet mee om er doorheen te luisteren. Vriend E. is dat met mij eens. Die nepeend in “Watermelon man”, E. trekt een smerig gezicht.

Voor musici is de sound een stevig dilemma. Zet je de muziek zo veel mogelijk au naturel op de plaat heeft iedereen dat al wel eens eerder gehoord. Laat je de nieuwste technieken erop los, klink je even daarna gedateerd. “Undiscovered”, James Morrissons debuutcd, is een perfect voorbeeld van dit probleem. Morrisson is een singer/songwriter die mooie liedjes maakt die met minstens negen tenen in de traditie staan. Had hij het daarbij gelaten, hadden de critici op zeker geklaagd dat het wel wat moderner had  gekund. Nu de sound met wat effectjes is opgepimpd, is het resultaat volgens hen ineens lekker fris en oveer een paar jaar staat er in de popencyclopedie: “Undiscovered bevat mooie liedjes, maar helaas dacht de producer destijds dat kraakjes en samples het eeuwige leven hadden. Undiscovered klinkt typisch als een plaat van begin eenentwintigste eeuw terwijl sommige liedjes tijdloos hadden kunnen zijn”. Tja, critici, je zou ze voor minder kunnen haten. 

-


© Jazzenzo 2010